CO2-compensatieprojecten, bedoeld om bossen te herstellen of beschermen, helpen de klimaatverandering niet aan te pakken en zijn ook niet goed voor lokale gemeenschappen. Onderzoek toont aan dat ze inefficiënt en van onvoldoende kwaliteit zijn. Bovendien hebben veel van deze projecten negatieve effecten voor kwetsbare lokale gemeenschappen.

CO2-compensatie is een veelgebruikt excuus geworden voor bedrijven om door te gaan met het uitstoten van broeikasgassen zoals CO2. Wereldwijd worden met dit doel projecten opgezet om bossen en andere biotopen te herstellen of beschermen. Omdat ontwikkelaars beweren dat dergelijke projecten de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen verminderen, kunnen ze deze projecten financieren door de verkoop van koolstofkredieten (compensatie) aan bedrijven.

Bedrijven spenderen miljoenen aan de marketing van een milieuvriendelijk imago, bijvoorbeeld dat ze “nettnul” uitstoten of “koolstofneutraal” zijn. De vrijwillige markt is de gemakkelijkste en goedkoopste optie om een kleinere koolstofvoetafdruk te claimen. Daarmee kunnen ze ook toegang krijgen tot groene financiering of in de wensen van hun investeerders tegemoet komen.

Naast het vrijwillige systeem van koolstofcompensatie, zijn er de koolstofkredieten die vallen onder gereguleerde markten, zoals het emissiehandelssysteem (ETS) van de Europese Unie. Voor één koolstofkrediet of één koolstofcompensatie mag een bedrijf 1 ton broeikasgas uitstoten.

Het vrijwillige compensatiesysteem staat bol van de controverses, zoals valse compensatieclaims veroorzaakt door opgeblazen baselines of dubbeltellingen, gebrekkige verificatie of certificering. Ook zijn er zijn verhalen genoeg van gemeenschappen wier land zonder inspraak of compensatie is geconfisqueerd via louche CO2 compensatie deals.

Onregelmatigheden en onrechtvaardigheden

In oktober 2023 werkte ik samen met maatschappelijke organisaties en inheemse leiders uit Colombia aan een vijfdaagse cursus over CO2 -compensatiekredieten. De deelnemers aan de cursus onthulden een alarmerend aantal onregelmatigheden en onrechtvaardigheden in ten minste 60 compensatieprojecten in hun land.

Zo vertelde een inheemse leider ons hoe haar gemeenschap er via het nieuws achter kwam dat er in hun gebied compensatieprojecten werden ontwikkeld en kredieten werden verkocht zonder dat zij daar vanaf wisten. De projectontwikkelaar had de deal achter gesloten deuren gemaakt met een paar leiders van de gemeenschap. Het was onduidelijk of en hoe de gemeenschap betaald zou worden.

Bovendien bleek het project niet “aanvullend”: het voorkwam geen verdere ontbossing, en dus geen extra vermindering van uitstoot bovenop de bestaande inspanningen van de gemeenschap. Ook bevatte het projectcontract clausules die de autonomie zou aantasten. Kortom, de gemeenschap schoot er niets mee op.

Wilde Westen

Dit is geen op zichzelf staand geval. Een onderzoek uit 2023 van The Guardian en Corporate Accountability onthulde dat wereldwijd 78% van 50 grootste CO2-compensatieprojecten als junk of waardeloos kon worden beschouwd, 16% als problematisch en van 6% kon de impact niet worden vastgesteld wegen gebrek aan goede, openbare en onafhankelijke informatie.

Tegelijkertijd verkochten deze 50 topprojecten voor USD 1,16 miljard aan koolstofcompensatiekredieten aan bedrijven: die konden worden bestempeld als “rommel”. Nog eens USD 400 miljoen kredieten van mogelijk lage kwaliteit werden verkocht.

Het onderzoek bracht gevallen van valse of slechte compensatieclaims tot slechte verificatie en certificering aan het licht, bijvoorbeeld omdat de claims de werkelijke absorptiecapaciteit van broeikasgassen door het project tot wel twee of drie keer opbliezen. Andere projecten beweerden een gebied te beschermen dat al beschermd werd. Deskundigen en onderzoekers verwijzen nu naar de vrijwillige koolstofmarkt als het “Wilde Westen” van de koolstofmarkten.

Spookkredieten

Verificatie en certificering van koolstofcompensatieprojecten zijn vrijwillig en hebben hun eigen controverses. Uit onderzoek van The Guardian bij Verra, ’s werelds grootste certificeerder van koolstofkredieten, bleek dat meer dan 90% van hun kredieten voor regenwoudcompensatie waarschijnlijk “fantoomkredieten” zijn en geen echte emissiereducties vertegenwoordigen.

Sommige compensatieprojecten tasten de biodiversiteit aan. Een monocultuur van pijnbomen, eucalyptus of zelfs soja en weilanden kan een compensatie opleveren. Het hangt allemaal af van de baseline – de weergave van de situatie voordat het project van start ging. Zo zou een projectontwikkelaar hebben beweerd dat als het land al ontbost was, en dat monocultuur beter is dan niets.

Zulke projecten verdubbelen de milieuschade. Ten eerste omdat bedrijven hun uitstoot niet verminderen, en ten tweede omdat wetenschappers hebben gewaarschuwd dat monoculturen kunnen leiden tot verdroging van inheemse ecosystemen, bodemverzuring, verdringing van inheemse planten en het aanwakkeren van bosbranden.

Perverse prikkels

Een ander probleem is dat projectontwikkelaars lokale of inheemse gemeenschappen, in bezit van legitieme bosrechten, proberen over te halen om mee te doen. Daartoe moeten zij eerst verklaren niet in staat te zijn het bos te kunnen beschermen, of daarvoor financiële hulp nodig te hebben. Alleen zo kan een ontwikkelaar beweren dat het de gemeenschap financieel steunt om de absorptiecapaciteit van het bos te redden. Dit leidt tot allerlei perverse prikkels. Wil het project “additioneel” kunnen zijn, dan moet er een gevaar voor de bescherming van het bos worden gevonden of gesuggereerd. Anders is er geen behoefte aan een project en kan er geen geld verdiend worden.

Onderzoek van journalisten en onderzoekers in het veld toont aan dat compensatieprojecten nu al ernstige problemen veroorzaken voor inheemse en lokale gemeenschappen over de hele wereld. Een reeks onderzoeken door het Latin American Journalistic Research Center (CLIP), een onafhankelijk journalistennetwerk, heeft vele gevallen aan het licht gebracht waarin intermediaire bedrijven en projectontwikkelaars lokale gemeenschappen hebben benaderd met onbetrouwbare contracten. Deze zijn vaak geschreven in het Engels of andere voor hen onbekende talen en met controversiële clausules die de autonomie en rechten van de gemeenschappen over hun grondgebied uithollen. In 2023 oordeelde het Hooggerechtshof van Colombia zelfs tegen een compensatieproject nadat het had vastgesteld dat de overeenkomst was ondertekend zonder vrije en goed geïnformeerde lokale inspraak.

Simplistische formule

De vrijwillige koolstofcompensatiemarkten falen omdat de basis verkeerd is. Het idee dat een bedrijf de planeet kan vervuilen in een bepaald gebied en dit vervolgens kan compenseren door te betalen voor bomen die broeikasgassen absorberen in een ander, vaak verafgelegen gebied, heeft geen wetenschappelijke basis. Dit is een te simplistische formule die geen hout snijdt en geen oog heeft voor de complexe realiteit van de gemeenschappen waar de projecten plaatsvinden.

Zo kan een betere verificatie, certificering of regulering geen antwoord bieden op de problemen. Bedrijven worden niet gestimuleerd om beter hun best te doen, en hun uitstoot te verminderen. En één gouden standaard voor een beter systeem zal geen recht doen aan de complexiteit van lokale gemeenschappen, met verschillende waarden, visies en problemen.

Wat moet er gebeuren?

De negatieve effecten van vrijwillige koolstofcompensatiemarkten zijn duidelijk. Als de wereld de doelstellingen van ‘Parijs’ wil bereiken, moet het volgende gebeuren:

  • De aanpak van ontbossing is nog steeds van groot belang, maar koolstofcompensaties mogen een bedrijf niet “koolstofneutraal” maken. Bedrijven moeten de uitstoot van broeikasgassen binnen hun productieprocessen en in hun waardeketens verminderen, niet compenseren. Die ambities moeten vastgelegd zijn in duurzaamheidsbeleid.
  • In plaats van CO2 compensatieprojecten moeten bedrijven sociale en milieuprojecten financieren. Het geld hiervoor zou kunnen komen van hogere koolstofprijzen. Deze projecten moeten wel los staan van hun klimaatverplichtingen en bedrijven moeten bovendien een zorgvuldige due diligence Hier is ruimte voor verbetering van regelgeving en certificeringsnormen.
  • Inheemse en lokale gemeenschappen kunnen veel bijdragen, niet alleen op het gebied van bescherming en behoud van bossen, maar ook vanuit hun perspectief op klimaatverandering. Vanuit hun visie beschermen veel inheemse gemeenschappen hun grondgebied al. Sommigen hebben financiële steun nodig, anderen hebben eerder baat bij garanties voor autonomie, vrijheid en rechten. Deze steun kan gegeven worden via gereguleerde kanalen en via verbeterde wetgeving op het gebied van mensen-, arbeids- en milieurechten.
  • Bedrijven kunnen inheemse en lokale gemeenschappen ondersteunen door zich te committeren aan een sterk mensen-, arbeids- en milieubeleid in hun productieactiviteiten en waardeketens, bijvoorbeeld door eerlijke prijzen te betalen voor arbeid en grondstoffen en duurzaam te opereren en in te kopen.

Jurany Ramirez, beleidsonderzoeker bij Profundo