Voor verpakkingsmateriaal dat in contact staat met voedsel gaan vanaf deze zomer strengere eisen gelden. Zo komen er limieten voor de hoeveelheid PFAS en zware metalen die in verpakkingen zijn gebruikt. Supermarkten en producenten moeten dit met harde gegevens kunnen aantonen. Hoewel die datum snel dichterbij komt, is bijna niemand er klaar voor.

In de nieuwe Europese Verpakkingswetgeving, de PPWR (Packaging and Packaging Waste Regulation), gaat het niet alleen om de consumentenverpakking – het blikje, de fles of de pot – maar ook om transportverpakkingen zoals trays, dozen, pallets en wikkelplastic. De bewijsvoering zit verspreid over meerdere schakels in de toeleveringsketen, terwijl verantwoordelijkheden lang niet altijd helder zijn.

De verpakkingswetgeving is in de kern gericht op circulariteit: bedrijven moeten niet alleen minder verpakkingsmateriaal gebruiken, maar ook overstappen op betere ontwerpen, met meer herbruikbare verpakking, gerecycled materiaal en minder schadelijke stoffen. De wet geeft daarmee een nieuwe standaard voor wat een ‘goede verpakking’ is.

Grote hoeveelheden data

Voor bedrijven betekent het dat zij enorme hoeveelheden data moeten verzamelen over hun verpakkingen: welke materialen, welke stoffen en welke hoeveelheden. Die data zit verspreid over leveranciers, producenten en logistieke partijen. Onduidelijk is vaak welke data precies nodig is, bij wie die ligt en wie verantwoordelijk is voor het verzamelen ervan.

De eerste stap komt al snel: bedrijven moeten een formele verklaring afleggen over hun verpakkingen. Wat zit er precies in de verpakking en komen er aantoonbaar geen verboden of schadelijke stoffen in voor? Daarna volgt de volgende stap: kunnen bedrijven bewijzen dat hun verpakkingen ‘goed’ zijn? De PPWR bepaalt dat steeds explicieter, via eisen rondom recyclebaarheid, herbruikbaarheid en het gebruik van gerecycled materiaal.

Financiële prikkel

Tegelijkertijd komt er een tweede mechanisme bij dat dit versnelt: Extended Producer Responsibility (EPR), in Nederland bekend als de UPV-verpakkingenbijdrage. Waar de PPWR bepaalt wat een goede verpakking is, bepaalt EPR wat bedrijven daarvoor betalen.

Hoe beter en efficiënter de verpakking – dus minder materiaal, beter recyclebaar en met meer gerecycled content – hoe lager de kosten. Slecht ontworpen verpakkingen worden juist duurder. Daarmee wordt verpakkingsontwerp niet alleen een duurzaamheidsvraagstuk, maar ook een directe financiële hefboom voor bedrijven.

Afvalberg terugdringen

Het uiteindelijke doel van de wetgeving is duidelijk: de enorme hoeveelheid verpakkingsafval terugdringen en de milieu-impact verminderen. Nu produceert elke Europeaan jaarlijks zo’n 180 kilo afval, waarvan een groot deel uit ‘single-use’ plastic bestaat. De PPWR moet ervoor zorgen dat verpakkingen circulair worden: ontworpen voor hergebruik, recycling en minimale impact.

Voor bedrijven betekent dit een fundamentele verandering. Niet alleen moeten ze voldoen aan strengere regels, ze worden ook gedwongen om anders te ontwerpen, anders in te kopen en anders samen te werken in de keten.

De wet gaat stapsgewijs in, met PFAS en zware metalen als eerste stap deze zomer. Bedrijven die nog niet zijn begonnen, moeten nu in actie komen. Want dit is geen tijdelijke compliance-oefening, maar het begin van een structurele verschuiving naar een circulaire verpakkingsketen.

Leontien Hasselman-Plugge, CEO ImpactBuying