Van soja uit Zuid-Amerika naar raapzaad uit de polder

Meer duurzame alternatieven voor de import van Zuid-Amerikaanse soja zijn nu nog beperkt aanwezig, maar dat worden er meer in de komende jaren. De veredeling van voedergewassen en innovaties in de productie van (bij)producten die nu nog deels geschikt zijn voor de verwerking in veevoer kunnen op lange termijn de weg vrij maken voor een vervanging van de Zuid-Amerikaanse soja-invoer. Vooral de bijproducten van zonnebloemolie, raapzaadolie en bio-ethanol uit maïs en tarwe leveren hieraan nu al een belangrijke bijdrage. Om uiteindelijk te komen tot een maximale vervanging, is het echter nodig te kijken naar een mix van alternatieven. Dit concludeert ABN AMRO in het rapport ‘Alternatieven voor de Zuid-Amerikaanse soja-import: de kansen en beperkingen’, dat vandaag wordt gepubliceerd.

Vervanging soja-import Nederland in komende 10 jaar beperkt mogelijk
De import van soja door de Europese Unie nam tussen 2008 en 2013 met 25 procent af, maar soja is nog steeds een belangrijke eiwitbron. Ook de Nederlandse veehouderij is sterk afhankelijk van sojateelt in Zuid-Amerika. Zo wordt nog steeds ongeveer één miljoen ton (ruw) eiwit uit Zuid-Amerikaanse soja gehaald. Het vervangen van de soja-import uit Zuid-Amerika vraagt volgens ABN AMRO om een groei van de productie van plantaardig eiwit op het Europese continent. De verbouw van de meeste mogelijke alternatieven is nog onvoldoende rendabel. Hierdoor kan de import van Zuid-Amerikaanse soja in de komende 10 jaar nog niet volledig vervangen worden door alternatieve eiwitbronnen uit Europa.

Innovatie in verwerking en veredeling eiwitrijke gewassen biedt kansrijk alternatief
ABN AMRO verwacht dat door innovatie van verwerkingsprocessen en vooral de veredeling van eiwitrijke gewassen het aantal alternatieven voor importsoja kan groeien. Zij sluit niet uit dat op termijn volledige vervanging in beeld komt en een mix van alternatieven kan worden ingezet. Zo kunnen bestaande voedergewassen, zoals Europese soja en erwten, door veredeling aantrekkelijker worden. Voor de productie van (bij)producten zijn innovaties nodig om de producten te verbeteren. Dat geldt bijvoorbeeld voor restproducten uit oliewinning uit raapzaad en zonnepitten. Beide producten zijn eiwitrijk en economisch interessant. De verwerking kan echter worden verbeterd, zodat een product ontstaat met een hoger eiwitgehalte en/of betere verteerbaarheid. Verder is de teelt van soja, erwten, bonen, lupinen en gras in de Europese akkerbouw een mogelijkheid. Dat geldt ook voor teelt van eendenkroos, algen, wier en insecten buiten de reguliere akkerbouw. Hiervoor is wel een verbetering van (drogings)technologie nodig -en dat duurt nog jaren – of een verandering in de manier waarop wordt gevoerd.

Europese soja kan op den duur soja-import vervangen
Om de behoefte aan Zuid-Amerikaanse soja te vervangen, zijn dus verschillende oplossingen mogelijk, zoals het verhogen van het eiwitgehalte in bestaande gewassen die in veevoer worden gebruikt. Dit geldt ook voor het verhogen van de robuustheid van de teelt van deze gewassen. “Op dit moment is de eiwitwinning uit zonnepitten, raapzaad, tarwe en maïs het meest kansrijk. Deze producten worden nu al gebruikt in veevoer in veel diercategorieën”, vertelt Wilbert Hilkens, Sector Manager Dierlijke Productie van ABN AMRO. “De andere alternatieven zullen vooral in combinatie met elkaar moeten worden gebruikt om een stap verder te komen. Door onderzoek en veredeling kan het aandeel hiervan worden vergroot en de soja-import uit Zuid-Amerika op den duur vervangen.” 

Het volledige rapport is hier te downloaden.

 

Share Button