Het gaat slecht met de biodiversiteit in Nederland. In de afgelopen 25 jaar zijn de populaties vogels, vlinders en zoogdieren die je op het boerenland vindt, gemiddeld bijna gehalveerd. Ook dieren die voorkeur geven aan voor open natuurgebieden, zoals de heide, namen gemiddeld met 50 procent af. Een omslag naar natuurvriendelijke landbouw, samen met boeren, is nodig. De biodiversiteitsmonitor, opgezet door WWF in samenwerking met FrieslandCampina en Rabobank, moet deze omslag te stimuleren.

Boer Carl van Jaarsveld ziet een toekomst voor boeren in Nederland. “De biodiversiteitsmonitor zorgt voor inkomsten en een rijkere natuur.”

Het boerenlandschap is het grootste leefgebied van planten en dieren in Nederland. Onze landbouw is misschien wel een van de meest productieve ter wereld, maar dit heeft negatieve gevolgen voor de natuur en het landschap. De toename van monocultuur-grasland en het steeds grootschaliger en intensiever worden van boerenbedrijven, maakt dat de natuur steeds minder de ruimte krijgt. Grasland zonder bloemen of kruiden trekt minder insecten en vogels aan. En bodem, water en lucht raken sterk vervuild door overbemesting en gebruik van pesticiden.

Toekomstbestendige landbouw

Het kan gelukkig ook anders. In Nederland werkt WWF samen met boeren en bedrijven aan toekomstbestendige landbouw, waarbij voedsel geproduceerd wordt in balans met de natuur. Voor de Nederlandse melkveehouderij betekent dat bijvoorbeeld dat we samen met melkveehouders, FrieslandCampina en Rabobank een nieuwe manier ontwikkelden om boeren te belonen voor ondernemen met de natuur; de Biodiversiteitsmonitor.

Melkveehouder Carl van Jaarsveld is zo’n boer die gebruik maakt van de biodiversiteitsmonitor. “Het verduurzamen begon bij ons met een nieuwe stal voor de koeien”, vertelt Van Jaarsveld. “We wilden dat die aan de laatste duurzaamheidseisen voldeed, maar zo’n stal heeft een hoge financieringslast. Vandaar dat we op zoek gingen naar extra inkomstenbronnen. De biodiversiteitsmonitor past daar goed bij.”

Duurzame vergoeding

De monitor geeft Carl inzicht in onder andere zijn bodemgebruik, soortenbeheer en uitstoot van broeikasgassen. Dit resulteert in een score met verschillende beloningen, zoals bijvoorbeeld een betere melkprijs, en rentekorting van Rabobank. “Dankzij de monitor zien we hoe we op bedrijfsniveau scoren op zeven verschillende onderdelen, maar ook hoe we verbeteringen aan kunnen brengen”, zegt Van Jaarsveld. “En de vergoeding die we nu krijgen voor het versterken van onze biodiversiteit, kunnen we weer investeren in nieuwe maatregelen. Dat maakt het een duurzaam middel voor de lange termijn.”

Grutto

Een van de dieren die het zwaar te verduren heeft door onze landbouw is de grutto. Nergens in Europa broeden zoveel grutto’s als in Nederland. Hun aantal is sinds de jaren zestig met meer dan 70% afgenomen. De voorkeur van boeren voor hoogproductieve weilanden met vooral Engels raaigraas, is helaas niet goed voor deze iconische Nederlandse weidevogel.

Door maatregelen te nemen, zoals het stimuleren van kruidenrijke graslanden, een hoger waterpeil, nestbescherming en gefaseerd maaien, krijgt de grutto weer een kans. Voor de Nederlandse melkveehouderij betekent dat, dat we zorgen voor meer grasland waar vele soorten bloemen en kruiden groeien in plaats van een monocultuur van Engels raaigras. Dat is aantrekkelijker voor insecten waar jonge weidevogels van afhankelijk zijn.

“We willen biodiversiteitsverlies ombuigen naar herstel. De biodiversiteitsmonitor maakt de prestaties van boeren meetbaar, zodat hun bijdrage aan natuurherstel beloond kan worden.” – Natasja Oerlemans, voedsel en landouw expert bij WWF.

Ommezwaai

Boer Carl ziet wel een toekomst voor boeren in Nederland, maar ziet ook dat een omslag nodig is. De biodiversiteitsmonitor helpt daarbij. Van Jaarsveld: “De wedloop van het hebben van de meeste koeien verandert misschien wel in het hebben van de rijkste natuur. Als dat resulteert in een eerlijk verdienmodel, waarin boerenbedrijven met goede prestaties beloond gaan worden, denk ik dat velen – waaronder ik – er prima mee kunnen leven.”