Hogeschool Rotterdam heeft de resultaten gepubliceerd van de Nationale Kledingkast Audit (NKA), het eerste grootschalige onderzoek naar het kledingbezit en -gedrag van Nederlanders. Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met meerdere hogescholen en het consortium NewTexEco, in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De rapportage verscheen in november 2025 en biedt feitelijk inzicht in de inhoud van Nederlandse kledingkasten en het koop-, gebruiks-, reparatie- en afdankgedrag van consumenten. Inmiddels staat de NKA 2026 online, waarbij mensen zelf gegevens kunnen invullen om inzichten te verzamelen.
Inzicht in consumentengedrag
De kledingindustrie staat wereldwijd onder druk. Van productie tot afdanking is de sector verantwoordelijk voor naar schatting vier tot acht procent van de mondiale uitstoot van broeikasgassen. Tegelijkertijd stelt het nationale Beleidsprogramma Circulair Textiel 2025–2030 concrete doelen, zoals het verminderen van textielafval, het terugdringen van de aankoop van nieuwe kleding en het vergroten van het aandeel tweedehands kleding. Betrouwbare gegevens over consumentengedrag zijn noodzakelijk om deze doelstellingen te monitoren.
Om hierin te voorzien, nam lector Mirella Soyer van het Kenniscentrum Business Innovation het initiatief tot een grootschalig onderzoek. In totaal werden 958 kledingkasten van Nederlanders tussen de 15 en 70 jaar geïnventariseerd. Deze gegevens zijn aangevuld met paneldata van Norstat om een representatief landelijk beeld te verkrijgen.
Wat zit er in de gemiddelde Nederlandse kledingkast?
Uit het onderzoek blijkt dat de gemiddelde Nederlander 125 kledingstukken bezit: vrouwen gemiddeld 148 en mannen 102. Slechts negen procent daarvan is tweedehands. Daarnaast hangt één op de zes kledingstukken ongedragen in de kast, ook wanneer deze geschikt zijn voor het seizoen.
T-shirts en jeans zijn zowel het meest geliefd als het vaakst afgedankt. Favoriete kledingstukken zijn relatief vaak afkomstig van luxere of duurzame merken, terwijl 46 procent van de afgedankte kleding uit het fast fashion-segment komt.
Kopen, repareren en afdanken
Het aanschafgedrag varieert sterk. Ruim een vijfde van de respondenten kocht het afgelopen jaar minder dan vijf kledingstukken, terwijl 24 procent er meer dan 21 aanschafte. Jongeren vallen op: 20 procent kocht meer dan twintig kledingstukken en 61 procent gaf meer dan honderd euro per kwartaal uit aan kleding.
Reparatie vormt een onderbenutte schakel in de kledinglevenscyclus. Hoewel eenvoudige vaardigheden, zoals het aannaaien van een knoop, breed aanwezig zijn, zijn complexere reparaties minder gebruikelijk. Met name jongeren beschikken hier minder vaak over, maar tonen wel een sterke bereidheid om deze vaardigheden te leren.
Kleding wordt het vaakst afgedankt via de textielbak. Veertien procent van de versleten of kapotte kleding belandt in het restafval. De meest genoemde reden voor afdanking is dat een kledingstuk niet meer past.
Vervolg en publicatie
De Nationale Kledingkast Audit 2026 is inmiddels gestart. Deelname is mogelijk via de projectwebsite.
Bron: Hogeschool Rotterdam


