Het recente nieuws dat fabrikanten verplicht worden telefoons, wasmachines en tv’s te repareren is een belangrijke stap richting een duurzamere en toekomstbestendige economie. Het doel van de maatregel is duidelijk: producten langer gebruiken, minder afval en een sterkere reparatiemarkt.

Wat vaak wordt vergeten is dat beleid alleen niet voldoende is om deze transitie te laten slagen. Het verplichten van fabrikanten om producten te maken die te repareren zijn is één kant van het verhaal – zonder een arbeidsmarkt die meebeweegt blijft het potentieel van deze transitie onbenut. Dat vraagt een bredere blik: dwars door sectoren en branches heen en met aandacht voor signalen uit de praktijk van mkb-werkgevers, werkenden, onderwijs en samenleving.

Momenteel is de arbeidsmarkt namelijk nog sterk ingericht in afzonderlijke sectoren en traditionele beroepen. Toekomstbanen en -vaardigheden, zoals reparateur, passen niet binnen de bestaande kaders. Bovendien beweegt het systeem te langzaam mee met de noodzakelijk snelle veranderingen, terwijl de vraag naar deze nieuwe vormen van werk al duidelijk aanwezig is. Getuige ook deze nieuwe wet.

Daarom is het belangrijk dat zowel overheid als werkgeversorganisaties deze ontwikkeling aangrijpen om het scheppen van toekomstbanen actief te versterken. Dat betekent: investeren in vaardigheden, het aantrekkelijk maken van toekomstbanen in de grondstoffentransitie en het stimuleren van samenwerking tussen sectoren, onderwijs en werkgevers. Alleen dan kan deze wet uitgroeien van een norm naar een werkend systeem, waarin een toekomstbestendige economie en arbeidsmarkt hand in hand gaan.

Een goed voorbeeld van het inzetten op banen voor reparateurs is de Reusealliance: In drie regio’s bouwen we samen met lokale partners een reparatienetwerk op, waarbij het circulair ambachtscentrum, de kringloop, milieustraat, MBO-scholen en meubelbedrijven samenwerken om een stroom tweedehands en gerepareerde meubels opnieuw te verkopen. Daarbij ontwikkelen we een korte opleiding tot meubelreparateur voor 20 mensen per regio, die daarna in het netwerk als meubelreparateur aan de slag gaan.

Eva Helmond, Goldschmeding Foundation