ClimatePartner: ‘Inzichten in Klimaatactie: Wat maakt een hoogwaardig CO2-compensatieproject?’

Partner

Een ambitieuze zakelijke klimaatstrategie kan een uitdaging zijn. Je hebt de emissiebronnen van je bedrijf geïdentificeerd, de uitstoot van broeikasgassen berekend en strenge reductiemaatregelen ingevoerd – en toch zijn er emissies die niet verder kunnen worden verminderd of vermeden. Hoewel er al volop technologieën worden ontwikkeld waarmee het voor bedrijven mogelijk wordt gemaakt om op termijn zwaardere reductiedoelstellingen te behalen, is er iets wat nu al kan worden gedaan om uw onvermijdelijke emissies te compenseren – het ondersteunen van internationaal erkende CO2-compensatieprojecten. Als deze projecten op de juiste manier worden uitgevoerd, kunnen ze een positief effect hebben op het klimaat en tegelijkertijd de duurzame ontwikkeling ter plaatse ondersteunen. Als ze verkeerd worden uitgevoerd, vervullen ze hun taken niet naar behoren, leveren ze onvoldoende resultaten op of dienen ze slechts als goedkoop alternatief voor meer uitgewerkte maatregelen die voor echte verandering moeten zorgen in bedrijven. Dus wat zijn CO2-compensatieprojecten? En aan welke criteria moeten zij voldoen om als legitieme bijdragen aan klimaatactie te worden beschouwd?

Wat is een CO2-compensatieproject?

CO2-compensatieprojecten zijn geverifieerde activiteiten op het gebied van milieubehoud, energie-efficiëntie of duurzame energie die de uitstoot van broeikasgassen verminderen, vermijden of verwijderen uit de atmosfeer en bijdragen aan de matiging van klimaatverandering. Volgens artikel 12 van het Kyoto Protocol kunnen regeringen en bedrijven CO2-compensatieprojecten financieren om hun emissiereductiedoelstellingen te bereiken en duurzame ontwikkeling in ontwikkelingslanden te bevorderen. Hun financiële steun maakt deze projectactiviteiten mogelijk en compenseert vervolgens de CO2-emissies die elders in de atmosfeer zijn terechtgekomen (bron: Intergovernmental Panel on Climate Change, 2021).

Van de bescherming van ecosystemen door de bebossing van nieuw, of de herbebossing van aangetast land tot de uitbreiding van duurzame energiebronnen – CO2-compensatieprojecten impliceren verschillende inspanningen op het gebied van klimaatactie.

En dat niet alleen: deze initiatieven hebben ook een sociale impact waarmee duurzame ontwikkeling wordt gestimuleerd. De distributie van schoon drinkwater of schone kooktoestellen, bijvoorbeeld, verbetert de water- en luchtkwaliteit voor de bevolking ter plaatse. De ontwikkeling van infrastructuur creëert werkgelegenheid, maakt onderwijs mogelijk en verbetert de levensomstandigheden van lokale gemeenschappen.

Deze bijkomende positieve effecten zijn voor ons van bijzonder belang, aangezien klimaatactie op lange termijn hand in hand gaat met duurzame ontwikkeling, welvaart en vrede voor iedereen (bron: United Nations Development Programme, 2021). Daarom beschouwen we de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties als leidende beginselen wanneer we CO2-compensatieprojecten selecteren of ontwikkelen.

Internationale normen voor CO2-compensatieprojecten

Internationale normen vormen de basis van elk hoogwaardig CO2-compensatieproject – ze bieden een raamwerk voor het projectontwerp, de opzet, CO2-boekhouding en controle. Deze normen maken het systeem van CO2-compensatie en de projecten veerkrachtig, traceerbaar en geloofwaardig.

Op de vrijwillige markt zijn er twee belangrijke normen: de Gold Standard (GS) en de Verified Carbon Standard (VCS), die elk een andere technologische focus hebben. VCS richt zich op projecten voor bosbehoud (REDD+) en in mindere mate op herbebossings-, bebossings- en hernieuwbare energieprojecten. Gold Standard, daarentegen, richt zich op sociale ontwikkelingsprojecten zoals schone kooktoestellen, schoon drinkwater, agro-forestatie, herbebossing en hernieuwbare energie. Alle internationale normen stellen een kwaliteitsmaatstaf vast voor CO2-compensatieprojecten.

Vier criteria die essentieel zijn voor CO2-compensatieprojecten

Naast normspecifieke criteria moeten projecten voldoen aan vier basisvereisten voor alle normen om te worden beschouwd als een CO2-compensatieproject en om te worden gecertificeerd in de officiële registers:

  • Additionaliteit
  • Uitsluiting van dubbeltelling
  • Duurzaamheid
  • Regelmatige onafhankelijke controles

Deze criteria zijn afkomstig van het Greenhouse Gas (GHG) Protocol en de International Carbon Reduction and Offset Alliance (ICROA). Laten we ze eens van dichterbij bekijken:

Bewijs van toegevoegde waarde door additionaliteit

De additionaliteit van een CO2-compensatieproject is bijzonder cruciaal. Op projecten gebaseerde reducties van broeikasgasemissies kunnen alleen als additioneel worden aangemerkt als de projectactiviteit “niet hoe dan ook zou hebben plaatsgevonden” (bron: Greenhouse Gas Protocol). Een project wordt als additioneel beschouwd als het resulteert in lagere CO2-emissies in vergelijking met het huidige scenario zonder het project.

Additionaliteit houdt ook in dat de uitvoering van het project niet mogelijk zou zijn geweest zonder de extra financiering via emissiereductiecertificaten. Het project is dus afhankelijk van inkomsten uit de verkoop van certificaten. Projecten die economisch levensvatbaar zijn en/of onafhankelijk van de inkomsten uit CO2-compensatie zouden worden gerealiseerd, komen niet in aanmerking om als CO2-compensatieproject te worden geregistreerd.

Laten we dit illustreren: bestaande bossen slaan van nature CO2 op. Een bijdrage tot de vermindering van CO2-emissies zou de aanleg van nieuwe bossen of de bescherming van bedreigde bosgebieden zijn. Om aan te tonen dat een project voldoet aan deze additionaliteit, moet de bijdrage aan de vermindering van de CO2-uitstoot duidelijk meetbaar zijn.

Bewijs van correcte boekhouding door uitsluiting van dubbeltelling

CO2-certificaten kunnen slechts één keer worden verkocht en bijgeschreven; ze kunnen bijvoorbeeld niet worden geclaimd op de vrijwillige markt en tegelijkertijd op de nalevingsmarkt. Om dit te waarborgen worden CO2-kredieten voorzien van een uniek serienummer. Elk serienummer staat voor één ton verminderde CO2-uitstoot. Zodra een CO2-krediet is verkocht, moet het certificaat worden ingetrokken. Daarom worden de certificaten opgeslagen in registers. Wanneer een compensatie via ClimatePartner wordt geboekt, wordt de afboeking in het register gedaan via onze, door TÜV Austria goedgekeurde, tools. De afboeking in het register zorgt ervoor dat elk certificaat slechts één keer kan worden gebruikt, aangezien het daarna niet meer kan worden verkocht, waardoor dubbeltelling wordt voorkomen.

Dubbeltelling is een risico dat kan optreden als een project zich bevindt in een land dat aan emissiehandel doet. In dat geval lopen de CO2-kredieten het risico te worden opgeëist door het gastland of een tweede koper en ook op de vrijwillige markt. Er zou bijvoorbeeld sprake zijn van dubbeltelling als een projectontwikkelaar een Nederlandse [red.] zonne-energiecentrale die groene elektriciteit produceert, als CO2-compensatieproject wilt aanmerken, aangezien elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen al meetelt voor de nationale emissiereductiedoelstellingen in Nederland [red.]. Dubbeltelling is een van de voornaamste redenen dat er nog steeds geen gecertificeerde CO2-compensatieprojecten in Nederland [red.] of Europa zijn, aangezien geïndustrialiseerde landen nationale reductiedoelstellingen, of Nationally Determined Contributions (NDC’s), hebben.

Een heet hangijzer op het gebied van CO2-compensatieprojecten is de vraag wat er gebeurt als ontwikkelingslanden en opkomende landen NDC’s krijgen, zoals beoogd in het Parijsakkoord. Hoe kan dubbeltelling dan worden voorkomen? Artikel 6.4 van het Klimaatakkoord van Parijs gaat over internationale samenwerking en bevat precieze regels voor de uitvoering van het akkoord, dat sinds januari 2021 van kracht is. De onderhandelingen in de Conferentie van de Partijen (COP26) hierover zijn echter nog niet afgerond. Een oplossing om dubbeltelling te voorkomen zou zijn om overeenkomstige aanpassingen door te voeren, d.w.z. dat de nationale emissiebalans van het gastland van het project wordt aangepast wanneer CO2-kredieten worden verkocht. Als bijvoorbeeld een CO2-compensatieproject in Brazilië zijn emissiekredieten op de vrijwillige markt zou verkopen, zou Brazilië deze emissiereducties niet kunnen gebruiken om zijn eigen klimaatdoelstelling te behalen. We kijken dus reikhalzend uit naar COP26, aangezien een beslissing over artikel 6.4 dringend noodzakelijk is.

Bewijs van reducties op lange termijn door duurzaamheid

De emissiereducties van een CO2-compensatieproject moeten blijvend zijn. Relevante voorbeelden hierin zijn bebossings- en bosbeschermingsprojecten, aangezien die een langdurige opslag van emissies garanderen. Bomen en bodems houden CO2 vast en dragen bij tot emissiereducties. Naarmate een bos groeit, neemt zijn verwijderingscapaciteit toe. De projectontwikkelaar moet er daarom voor zorgen dat de bosgebieden permanent in stand worden gehouden en beschermd. Als die opgeslagen emissies weer vrijkomen, bijvoorbeeld bij een brand, vervult het project niet langer zijn compensatiedoel.

Maar wat als er andere potentiële bedreigingen zijn voor het projectgebied en de bespaarde emissies? Een veelgebruikte manier om dergelijke risico’s tegen te gaan zijn bufferregelingen. In dit geval worden met kwaliteitsnormen potentiële risicoscenario’s beoordeeld en buffers vastgesteld. Een deel van de gegenereerde certificaten worden gestort op een centraal certificatenregister, dat wordt beheerd door de kwaliteitsnorm. Dit biedt de mogelijkheid om risico’s in geval van nood te verkleinen.

Bewijs van verificatie door onafhankelijke controles

Onafhankelijke controles om de projectactiviteiten te verifiëren zijn een ander cruciaal criterium voor CO2-compensatieprojecten. Tijdens de ontwikkeling en uitvoering van het project zijn er verschillende stadia die validatie en verificatie vereisen om te voldoen aan internationaal erkende normen zoals de Gold Standard of VCS:

Wanneer een CO2-compensatieproject wordt ontworpen door de projectontwikkelaars, schrijven zij een zogenaamd Project Design Document (PDD). Daarin worden onder meer de voorgenomen projectactiviteiten, de methodologische aanpak en de berekening van de geschatte emissiereducties beschreven. Om na te gaan of alle veronderstellingen die tijdens de projectontwerpfase zijn gemaakt, haalbaar en correct zijn, controleert een onafhankelijke derde auditeur alle onderliggende documenten, feiten en cijfers in een valideringsrapport. Deze neutrale auditeur, bijvoorbeeld TÜV Nord, beoordeelt in een systematisch en gedocumenteerd proces of de activiteit van een project waarschijnlijk de geplande resultaten zal bereiken.

In de volgende fase controleert de projectontwikkelaar de projectactiviteiten en verzamelt hij de gegevens van het project. Na afloop van de toezichtfase wordt een verificatierapport opgesteld om na te gaan of de gerapporteerde resultaten van een project zijn behaald. Dit omvat ook bezoeken aan het projectgebied. Een controleur die bijvoorbeeld een kooktoestellenproject onderzoekt, controleert ter plaatse of de kooktoestellen daadwerkelijk door de huishoudens worden gebruikt en of kapotte onderdelen door het project zijn vervangen. Dit controle- en verificatieproces wordt regelmatig herhaald – om de 1-5 jaar gedurende de looptijd van het project. Door regelmatige onafhankelijke controles hebben projectontwikkelaars de zekerheid dat ze hebben bereikt wat ze van plan waren, en hebben projectondersteuners zekerheid over de impact en effectiviteit van het project.

Naast deze vier officiële criteria voert ClimatePartner een due-diligence review uit op elk project om er zeker van te zijn dat een CO2-compensatieproject voldoet aan de hoogste kwaliteitsnormen. Vijftien jaar in de vrijwillige CO2-compensatiemarkt hebben ons geleerd dat de kwaliteit van een project begint bij de projectontwikkelaar. Daarom werken we bij ClimatePartner – tenzij we de projecten zelf ontwikkelen – alleen met ervaren projectontwikkelaars die we kennen en vertrouwen en die experts zijn op hun gebied.

Belangrijkste lessen

CO2-compensatieprojecten zijn een belangrijk instrument om CO2-neutraliteit te bereiken. Projecten van hoge kwaliteit worden gecertificeerd door een internationale standaard zoals VCS of Gold Standard om een kwaliteitsreferentie te garanderen. Voor alle standaarden geldt dat een project moet voldoen aan vier eisen: additionaliteit, duurzaamheid, uitsluiting van dubbeltellingen en onafhankelijke controles.

Terwijl we overstappen op alternatieve energiebronnen, duurzame mobiliteit en nieuwe technologieën die gericht zijn op een emissievrije toekomst, is het ondersteunen van impactvolle CO2-compensatieprojecten een doeltreffende actie die een bedrijf onmiddellijk kan ondernemen. Het spreekt echter voor zich dat CO2-compensatie relevant is nadat reductie- en vermijdingsmaatregelen zijn genomen.

Er is nog veel meer te leren over CO2-compensatieprojecten en CO2-neutraliteit – dus doe mee aan onze regelmatige Climate Action Academy of Deep Dive sessies. Schrijf u nu in!

door Nina Piel en Jennifer Knöpfle, Carbon Offset and Green Energy Services bij ClimatePartner. Vertaald door Willemijn Koopman

Share Button