Voor Auke Boerma, projectmanager duurzaamheid bij Royal FloraHolland (RFH), draait circulariteit niet om een mooi duurzaamheidsverhaal op papier. Het gaat over doen. Over kwekers, kopers en leveranciers samen in beweging krijgen, voordat wetgeving dat straks afdwingt. RFH zet hier bewust op in: we streven naar circulair grondstoffengebruik. Dat betekent zo min mogelijk afval produceren en grondstoffen steeds opnieuw gebruiken, juist omdat de vraag naar grondstoffen toeneemt terwijl de beschikbaarheid afneemt.
Auke werkt inmiddels acht jaar bij RFH en richt zich op de circulaire transitie. “Je doet dit niet alleen. Wij zijn een coöperatie van kwekers. Maar ook kopers en leveranciers moeten mee. Circulariteit werkt alleen als de hele keten anders gaat denken en doen. Dat maakt het complex, maar ook juist interessant”
“Als je wacht, moet straks alles tegelijk.” – Auke Boerma
Circulariteit begint bij de eerste keuze
Toen Auke begon bij de afdeling duurzaamheid, lag de circulaire focus vooral op het vergroten van de bewustwording bij onze kwekers door kennis te delen.
“Wij zijn kwekers actief gaan helpen bij het maken van de juiste verpakkingskeuzes met workshops en met behulp van de R-ladder, waarmee je keuzes kunt prioriteren. Je moet eerst die bewustwording op gang brengen.”
Circulariteit begint volgens hem bij de eerste keuzes, zoals die van een verpakking. Dan is het belangrijk om niet alleen te kijken wat handig is voor je product, maar ook wat er daarna met die verpakking gebeurt. Kan deze goed worden ingezameld, gesorteerd en gerecycled? “Nu worden er soms nog keuzes gemaakt die later in de keten problemen geven. Terwijl je juist wilt dat een verpakking voor de hele keten werkt.”
Van motivatie naar noodzaak
Inmiddels is de sector verder. Circulariteit krijgt meer aandacht en de vraagstukken worden groter. Met de komst van de Europese verpakkingswetgeving (PPWR) groeit de urgentie.
“Eerst kwam het vooral vanuit kwekers die wilden vooroplopen. Maar nu staat de wetgeving al om de hoek. Vanaf 1 januari 2030 mogen alleen verpakkingen die voldoen aan de milieueisen nog op de Europese markt worden gebracht. Dat lijkt misschien ver weg, maar het vraagt nu al om goede keuzes. Het raakt je hele keten en kost tijd om goed in te richten. Als je wacht, moet straks alles tegelijk.”
Om dat praktisch te maken, is RFH aangesloten bij HSPI, het Horti Sustainable Packaging Initiative. Hier werken 14 verpakkingsproducenten en -leveranciers samen aan oplossingen voor de sector. “Als RFH leveren wij transportverpakkingen, dus we zijn ook leverancier. De kracht van HSPI is dat, ondanks dat we in hetzelfde vaarwater zitten, we ons realiseren dat je verder komt als je samen optrekt. Als RFH willen we stabiliteit en duidelijkheid creëren voor de hele sector.”
Die duidelijkheid zit ook in het ontwikkelen van praktische hulpmiddelen. Een belangrijk voorbeeld is het digitale verpakkingsregister in Floriday, dat dit jaar live gaat. De leverancier levert de data aan, de kweker koppelt het aan zijn product en iedereen in de keten werkt met dezelfde verpakkingsinformatie. Denk aan welk materiaal is gebruikt en hoeveel gerecycled materiaal is toegepast. “Dat scheelt uitzoekwerk, verhoogt transparantie en ondersteunt bij het naleven van wet- en regelgeving, waaronder de verplichte verpakkingsaangiftes.”
RFH probeert zoveel mogelijk voorwerk voor de sector te doen. “Wij trekken daarin samen op met partijen zoals de VGB en Verpact. Zo proberen we wetgeving te vertalen naar de praktijk, zodat ondernemers niet zelf door alle regels hoeven te worstelen maar weten waar ze aan toe zijn. Dit delen we onder andere op deze PPWR webpagina”.
Slimmer ondernemen
Die praktische benadering zie je ook terug op de eigen locaties van RFH, waar dagelijks grote hoeveelheden verpakkingsafval ontstaat. “Dat zijn vaak stromen die technisch goed recyclebaar zijn,” vertelt Auke. “Hoe beter we daar aan de bron scheiden, hoe meer waarde we behouden. Dat is niet alleen gunstig voor het milieu, maar ook belangrijk voor de coöperatie. Door deze materialen opnieuw in te zetten voor nieuwe sierteeltverpakkingen, maken we van afval weer grondstoffen. Juist dat maakt het circulair.”
Diezelfde manier van denken probeert Auke ook breder in de keten toe te passen. Hij ziet hoe complex verduurzamen in de praktijk kan zijn, zeker in een sector waar marges beperkt zijn. Juist daarom is het belangrijk om het gesprek nu te voeren, voordat veranderingen worden afgedwongen. Veel kwekers hebben liefde voor hun product, maar zien duurzame alternatieven vaak vooral als duurder. “Dan hoor je: ik ga het wel doen als het moet/aantrekkelijk wordt. Dat snap ik, want ondernemers hebben al genoeg op hun bord. Maar juist nu kun je samen met je leverancier kijken wat werkt, wat je klant ervan vindt en waar de slimste oplossingen zitten.”
Circulariteit gaat volgens hem ook over slim ondernemerschap: minder afhankelijk zijn van goedkope materialen uit verre landen, meer grip op je eigen keten en beter voorbereid zijn op geopolitieke onzekerheid én een consument die kritischer kijkt naar duurzaamheid.
“Wie nu begint, kan keuzes maken die echt werken voor zijn bedrijf én voor de keten.”

