Overheid, netbeheerders en brancheverenigingen starten een aansluitoffensief om sneller ruimte te maken op het volle stroomnet. Met acht maatregelen, zoals het verplaatsen van verbruik naar rustige uren en afspraken met grootverbruikers, willen ze sneller bedrijven aansluiten zonder direct nieuw net aan te leggen. De urgentie is hoog: duizenden bedrijven wachten op stroom, wat de economie en energietransitie belemmert. De partijen kiezen bewust voor meer risico op het net, omdat de schade van uitstel groter wordt geacht dan die van mogelijke storingen.
Het Aansluitoffensief is een stap in de goede richting. Het is positief dat overheid en netbeheerders samen zoeken naar manieren om het volle stroomnet slimmer te benutten. Dat is hard nodig. Toch biedt dit plan opnieuw weinig houvast voor MKB ondernemers met een kleine aansluiting.
De voorstellen richten zich vooral op grote verbruikers en industriële clusters. De meeste maatregelen zijn abstract en draaien om meer samenwerking, betere prognoses en nieuwe vormen van flexibiliteit. Voor kleine ondernemers blijft het bij vage beloften. Concrete oplossingen of directe steun ontbreken. De verwijzing naar bestaande regelingen zoals Flex-e lijkt vooral bedoeld om het onderwerp af te vinken. Maar juist de groep met kleine aansluitingen – van bakkers tot kleine werkplaatsen – komt via die weg nauwelijks in beeld. Zij willen verduurzamen, elektrisch laden of produceren, maar stuiten op dichte loketten en lange wachttijden.
Het Landelijk Actieprogramma had eerder al weinig oog voor het “beter benutten” van het bestaande elektriciteitsnet. Ook dit offensief brengt daar geen verandering in. De nood is hoog, maar het handelingsperspectief ontbreekt. Wie echt werk wil maken van beter benutten, moet ook de kleine ondernemer serieus nemen.
Juist de kleinere ondernemer kan een belangrijke rol spelen in het slimmer gebruiken van het stroomnet. Vaak ontbreekt het aan kennis over wat technisch mogelijk is, maar de praktijk laat zien dat hier veel winst te behalen valt. Achter elke aansluiting schuilt een kans om flexibiliteit vrij te maken. Projecten in de praktijk laten zien dat met eenvoudige energiemonitoring gemiddeld 18 procent energie kan worden bespaard.
Daarnaast blijkt dat met actief energiemanagement tot 30 procent extra ruimte kan worden vrijgespeeld op dezelfde aansluiting. Door dit soort oplossingen breder toe te passen, ontstaat er echt handelingsperspectief – zonder dat er eerst gebouwd hoeft te worden. Het is laaghangend fruit dat nog te weinig wordt geplukt.
Kees Jan Mannetje, ABB

