Van duurzaam inkopen naar duurzaam opdrachtgeverschap

Hoe goed gaat duurzaam inkopen door het Rijk? En welke uitdagingen en kansen biedt de coronacrisis voor duurzaam inkopen? Michel Schuurman, directeur Economie en Politiek van MVO Nederland en Ivo Bonajo, programmamanager duurzame bedrijfsvoering Rijksoverheid, gaan erover in gesprek in dit dubbelinterview voor Denk Doe Duurzaam. Ze blijken het op opvallend veel punten eens, maar stellen beiden dat er nog verbeterpunten zijn.

Artikel Michel: duurzaam inkopen door Rijk kan beter

Directe aanleiding voor dit interview is een kritisch artikel van Michel over inkoop bij het Rijk: Waarom het nog steeds niet goed gaat met duurzaam inkopen. Hierin stelt de directeur van MVO Nederland dat duurzaam inkopen weliswaar hoog op de beleidsagenda staat en er al veel impact wordt gerealiseerd, maar dat het nog steeds niet overal goed gaat. Een belangrijke barrière vormt volgens hem de interne opdrachtgever bij het Rijk, vaak een projectmanager of een budgethouder. Die zou vaak andere prioriteiten en Key Performance Indicators (KPI’s) hebben dan de inkoper, zoals de kosten. Die moeten opdrachtgevers vaak zo laag mogelijk houden, en dat gaat al snel ten koste van de duurzaamheidsdoelen van het Rijk.

Onder het artikel ontspon zich een mooie discussie tussen Michel en Ivo. Daarin stelde Ivo dat het Rijk inderdaad nog veel werk te verzetten heeft om de nieuwe strategie ‘Inkopen met Impact’ in praktijk te brengen, maar dat deze strategie juist beoogt dat duurzaam inkopen voortaan de opdracht is voor de gehele organisatie. Iets wat Michel in zijn artikel ook als oplossing voorstelt. Met andere woorden: goed punt, doen we al. Maar in hoeverre is papier al praktijk? Voer voor een goed gesprek.

“Ivo, wat gaat volgens jou al goed bij het Rijk op het gebied van duurzaam inkopen?”

“De Jaarrapportage bedrijfsvoering Rijk (JBR) laat zien dat we stappen zetten op weg naar een duurzamere rijksoverheid. Het energiegebruik vermindert, vooral van kantoren. Ook zie je dat onze CO2-uitstoot langzaam daalt en zijn er steeds meer initiatieven en projecten gericht op het verduurzamen van het Rijk zelf. Maar wat er gebeurt is nog niet genoeg om al onze duurzaamheidsdoelen te halen. Er zijn ook voorbeelden waar we nogal bij het gestelde doel achterblijven, zoals het aantal zero-emissie voertuigen. Wat daar gebeurt levert echt nog te weinig op. Toegegeven, de uitstoot van het wagenpark van het Rijk heeft niet het grootste aandeel in de voetafdruk, maar we laten hier niet het voorbeeldgedrag zien dat gewenst is. De samenleving kijkt naar ons: hoezo moet ik emissievrij rijden, jullie doen het zelf toch ook niet? Dat kan niet, vind ik. Naast sturen op grote impact is het extra belangrijk om zelf te doen wat je aan anderen vraagt. Zowel voor het draagvlak van beleid als het beter begrijpen van wat er nodig is om de maatregel te realiseren.”

“Michel, verandert dit antwoord van Ivo jouw beeld van hoe het Rijk het doet?”

“Ik denk dat steeds meer departementen bezig zijn met verduurzaming en duurzamere inkoop. Dat is een goede ontwikkeling, maar met die verbreding missen we nog wel een bepaalde diepgang. Dat zien we bijvoorbeeld bij de energievoorziening; we hebben een Rijk dat de burger probeert te mobiliseren om duurzame energie af te nemen en energie te besparen. Als overheidsgebouwen vol liggen met zonnepanelen wordt dit beleid zichtbaar en tastbaar voor burgers. Ik hoop dus dat het Rijksvastgoedbedrijf dat oppakt en door middel van hun inkoop en hun plannen zorgt voor meer herkenbaarheid bij de burger. Van: ‘Hé, die overheid vraagt wat van mij, maar die doet dat zelf ook. Kijk maar.’

Hij noemt bedrijvennetwerk MVO Nederland een ‘kritische vriend’ van de Rijksoverheid. “De ervaringen die ik in mijn artikel heb opgetekend zijn veelal de ervaringen die de bedrijven in ons netwerk hebben in het zakendoen met de overheid. Daarnaast zitten wij in een aantal klankbordgroepen en samenwerkingsverbanden met de Rijksoverheid. Ik denk dat het in algemene zin zeker zo is dat de inkopers van de verschillende rijksoverheden in toenemende mate betrokken zijn bij duurzaam inkopen. En dat steeds meer functionarissen in hun rol die MVI-agenda oppakken. Maar als MVO Nederland zien we vervolgens ook dat de functionarissen uiteindelijk vaak alleen een uitvoeringsrol hebben in een opdracht die verderop in de organisatie al besloten is.”

“Ivo, heeft Michel een punt?”

“Ik ben het grotendeels eens met Michel. De inkoopadviseurs adviseren aan opdrachtgevers over hoe iets duurzamer kan of wat de mogelijkheden zijn. Maar dat zijn niet de mensen die het budget hebben en de opdracht geven. Dus de inkoopstrategie van het Rijk is er ook juist op gericht om opdrachtgevers veel meer in die positie zetten. Duurzaam inkopen is niet de opgave van alleen de inkoopadviseurs, maar van opdrachtgevers, beleid en inkopers samen, dus de hele Rijksoverheid bij elkaar. En ja, dat is natuurlijk makkelijker opgeschreven dan in praktijk gebracht, maar ik denk dat dat opschrijven en het laten vaststellen van dit uitgangspunt in de Ministerraad een belangrijke stap is geweest. De wil is er.”

Strategie versus praktijk

“Dat de inkoopstrategie door de ministerraad is vastgesteld helpt ook intern enorm. Als de minister het wil, dan ontstaat er beweging in zo’n ministerie of worden bestaande bewegingen een stuk verder gebracht. Dat is wat we zochten, die wind mee. Met deze strategie maakt het Rijk intern nu ook heel duidelijk dat duurzaam inkopen de hele organisatie aangaat en niet alleen de inkopers. Maar in de praktijk moeten de opdrachtgevers dat ook gaan beleven en voelen. En vooral gaan doen. Je kunt het een beetje doen of het heel serieus doen; dat is volgens mij de switch die we nu maken. En ik heb trouwens nog goed nieuws voor Michel, want het ministerie van EZK heeft het Rijksvastgoedbedrijf gevraagd om op zo veel mogelijk Rijkspanden zonnepanelen te leggen. Precies om de reden die jij schetste: laat zien dat het je menens is en geef het goede voorbeeld. Dus het gaat echt de goede kant op. Het moet steviger en diepgaander, zeker, en dat kan niet zonder die opdrachtgevers binnen het Rijk die ook op dat budget zitten. Maar er is beweging.”

“Michel, welke oplossingen zie jij?”

“Ik doe in mijn publicatie een oproep om de KPI’s voor duurzaam opdrachtgeverschap in de interne keten van de organisatie weg te zetten. Dat maakten we recent concreet in een brief aan de ministers Rutte, Wiebes en Koolmees, als reactie op de steunpakketten. Daarin stellen we voor dat de overheid MVI-criteria kan toepassen in het verlenen van steun aan bedrijven. En maken we een verwijzing naar de intenties van de Rijksoverheid om met name in de grond-, weg- en waterbouw-sector (GWW) werk naar voren te halen.”

Overheid: reken echte prijzen

“Daarvan hebben we gesteld: dat is prima dat je dat doet, maar reken wel met echte prijzen. Als het gaat om je opdrachtgeverschap nemen, zeg dan dat je bijvoorbeeld gaat rekenen met een CO2-schaduwprijs of bepaalde circulariteitsprincipes hanteert. Op die manier kan de overheid op hele korte termijn concrete stappen maken. Ik denk dat de vraag dan ook gesteld moet kunnen worden aan de budgethouder of opdrachtgever: wat mag het vermijden van een ton CO2 nou eigenlijk kosten? Die vraag wordt eigenlijk zelden gesteld en al helemaal nooit beantwoord.”

“Ivo, kan jij daarop het antwoord geven?”

“Daar heb ik niet meteen een pasklaar antwoord op. In onze inkoopstrategie stellen we dat het meer kan kosten, dat mag ook. We mogen daar wat meer creativiteit aan de dag leggen wat mij betreft en het vaker framen als investeringen in plaats van kostenposten. Kijk naar de langere termijn en verzin financieringsconstructies. Er zijn meer mogelijkheden dan je denkt, weten we inmiddels. We hebben dat laten onderzoeken door de Rebel Group.

Als we het over een thema als circulaire economie hebben denk ik dat we als Rijk ook heel veel verspillen. Hergebruik van meubilair is goedkoper dan nieuw meubilair kopen. Als we minder verspillen en dus ook minder of anders inkopen, dan kan ook de kwaliteit en de duurzaamheid omhoog en dan zijn we én duurzamer bezig én besparen we kosten. Daar hebben we ook best voorbeelden van. Dat neemt niet weg dat als wij het Rijksvastgoed, al die gebouwen, willen verduurzamen, we daar echt flink investeringsgeld tegenaan moeten gooien. Maar ik zie veel goede voorbeelden binnen het Rijk waarbij we slim en goed verduurzamen en ook slim en goed begroten en financieren. Die moeten we volgen, en succesfactoren moeten we breder toepassen. De kunst is dus om het niet bij die pilots te laten.

En overigens: ik ben het eens met Michel dat duurzaamheid in onze reguliere managementcyclus een plek moet hebben, in jaarplannen dus. In de lijn. Duurzaamheid is de nieuwe standaard, niet meer iets dat daar los van staat. We gaan monitoren of we daarin slagen. Kortfrequent, zodat we op tijd kunnen bijsturen. We volgen zowel effect als inspanning en output.

“Michel, welke kansen zie jij door de coronacrisis voor duurzaam inkopen?”

“Corona biedt kansen door, wat ik eerder al zei, opdrachten naar voren te halen. Het thema Circulaire Economie is nu relevanter dan ooit: leveringszekerheid, transparantie in de keten, etc. Wat corona heeft blootgelegd is dat we afhankelijk zijn van een ondoorzichtige, wereldwijde toeleveringsketen. Er zijn best wat bedrijven in Nederland kwetsbaar gebleken omdat bijvoorbeeld een fabriek in Noord-Italië vanwege corona niet meer kon leveren. Dus er is zeker in de private sector een beweging gaande: nearshoring. We gaan de productie weer naar Europa halen. Ik denk dat circulair inkopen zeker een wind in de zeilen gaat krijgen door corona. Dat is mijn oproep aan de overheid: benut deze periode en doe dat meteen zo duurzaam mogelijk.”

“Ivo, wat vind je van deze zienswijze van Michel?”

“Ik ben het met hem eens, zeker als het gaat over MVI verwerken in de steunmaatregelen door de overheid. Dat is inderdaad een kans en de kennis daarvoor is aanwezig. Je kunt de coronacrisis bestrijden en tegelijk ook aan die duurzame doelen werken. Mijn ervaring is dat dit geen tegenstelling hoeft te zijn, maar elkaar kan versterken. Ook hier is mijn pleidooi: wees creatief, denk verder. Pionier een beetje en pak de kansen die er liggen. Ik denk bijvoorbeeld aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt; misschien is er nu juist wel werk te vinden in de gebouwen van het Rijksvastgoedbedrijf, zoals schoonmaken, werkplekken voorbereiden. We geven als Rijk 12 miljard euro per jaar uit aan inkoopuitgaven. Daar kan je wat mee. Er liggen dus veel kansen. Het eerdere punt over het rekenen met echte prijzen heeft ook daarmee te maken. De corona-crisis legt nu bloot dat het streven naar alsmaar lagere prijzen en efficiency ons heel kwetsbaar maakt. Ik ga ervoor strijden dat we vol inzetten op een eerlijke prijs en niet terugvallen in “ouderwets” de laagste prijs nastreven. Ook als er minder geld voorhanden is.”

“Michel, hoe nu verder?”

“MVO Nederland denkt graag mee en zit ook in de klankbordgroep van het Rijk. En ook in de dagelijkse praktijk weten we elkaar goed te vinden. Hierbij is het uitgangspunt dat we elkaars kracht benutten. Wij zullen namens koplopers innovatieve oplossingen blijven aandragen en zullen ook niet schromen om aan de bel te trekken als het ergens mis gaat.”

Ivo: “De samenwerking tussen het bedrijfsleven en de overheid is erg belangrijk en ik denk dat juist MVO Nederland daarin heel behulpzaam in is. Dan kunnen we los van een individuele opdracht kijken naar welke kant we op moeten bewegen en zo een gezamenlijke koers bepalen en die omzetten in concrete opdrachten.”

Share Button