SER licht advies IMVO-convenanten toe aan Tweede Kamer

Dinsdagochtend 4 februari gaf SER-voorzitter Mariëtte Hamer samen met Catalene Passchier (FNV), Winand Quaedvlieg (VNO-NCW/MKB Nederland) en Jef Wintermans (VNO-NCW/Modint) een toelichting op het rapport IMVO convenanten aan de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De volgende kamerleden waren aanwezig; René Leegte (VVD), Jan Vos (PvdA) en Raymond de Roon (PVV), die de vergadering voorzat.

Mariëtte Hamer schetste de voorgeschiedenis en gaf aan dat het voorliggend advies een volgende stap is in een doorlopend proces, waarbij de SER sinds 2008 Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en verantwoord ketenbeheer stimuleert. Het advies IMVO convenanten is in 2014 door de raad is opgesteld en door het kabinet onderschreven. (De aanleiding tot toelichting van het advies is dat de commissie deze maand zal spreken met Minister Ploumen over de kabinetsreactie op het advies.) Mw Hamer stelde dat van internationaal opererende bedrijven verwacht wordt dat zij risico’s zoals bijvoorbeeld kinderarbeid of levensgevaarlijke werksituaties in de toeleveringsketen voorkomen en aanpakken. De SER bepleit in het advies dat sectoren en bedrijven het initiatief nemen convenanten over internationaal MVO te sluiten met de overheid en maatschappelijke organisaties. De convenanten hebben twee doelen, ten eerste om binnen 3 tot 5 jaar een substantiële verbetering te bereiken voor groepen die negatieve effecten ervaren; en ten tweede om een gezamenlijke oplossing te bieden voor problemen die bedrijven zelf niet geheel op kunnen lossen. De overheid kan een bijdrage leveren aan de effectieve werking van de convenanten door onder andere een consistent beleid te voeren, de totstandkoming van conventanten te ondersteunen en als partij in de convenanten te participeren. Het streven is dat in 2016 een 10-tal convenanten gesloten zijn. De SER heeft inmiddels twee verzoeken ontvangen om ook een faciliterende rol te spelen bij de totstandkoming van convenanten van individuele sectoren.

Vervolgens stelden de Kamerleden uiteenlopende vragen. Deze gingen ondermeer over de rol van de overheid, de veelheid aan keurmerken, in hoeverre een convenant bijdraagt aan de doelstellingen van IMVO en of hiermee alleen grote ondernemingen als Unilever bereikt worden.

Catalene Passchier noemde de rol van de overheid zeer belangrijk in het kader van de ‘duty to protect’. De overheid moet faciliteren, partijen bij elkaar brengen, zorgen dat partijen actie ondernemen, helder maken wat er gebeurt en andere overheden aanspreken. Bedrijfsleven inclusief de vakbonden hebben een eigen verantwoordelijkheid, echter overheid,NGO’s en vakbonden moesten een prikkelende rol blijven spelen als bedrijven niet uit zichzelf actie namen.

Winand Quaedvlieg stelde een groot belang te hechten aan het SER traject omdat het structuur en kader aan de discussie over IMVO heeft gebracht en substantiële zaken tot stand heeft gebracht. Hij is zeer gecommitteerd aan de doelen voor 2016 en is het eens met de uitgangspunten zoals initiatief leggen bij het bedrijfsleven op sector niveau en het in gezamenlijkheid oplossen van problemen.

Jef Wintermans gaf aan een rol te zien voor de overheid omdat men in het IMVO traject voor de textiel branche aanliep tegen concrete grenzen als het gaat om mededinging. Wat betreft de keurmerken wist men nog niet ‘wat het winnende model‘ was, de veelheid van keurmerken was nu nodig om een keuze te kunnen maken.

Share Button