Rieki Crins: “Sociaal ondernemerschap in Bhutan”

Op de dag dat het CBS de tweede editie van de Monitor Brede Welvaart publiceert, een column over Bhutan. Meer een persoonlijke verhaal eigenlijk. Bhutan is wereldberoemd geworden met het concept van ‘Bruto Nationaal Geluk‘. De vierde koning van Bhutan heeft in de jaren 80 zijn beroemde uitspraak gedaan dat Bhutan moet meer streven naar een Bruto Nationaal Geluk dan het vermeerderen van het Bruto Nationaal Product. Sindsdien is er in Bhutan gewerkt aan een model om het bruto nationaal geluk concept te operationaliseren en ten grondslag te leggen van de ontwikkeling van het land, dit houdt in de volgende 4 pijlers:

  • bevordering van billijke en duurzame sociaaleconomische ontwikkeling;
  • behoud en bevordering van culturele waarden;
  • behoud van het natuurlijke milieu;
  • goed bestuur van ondernemingen.

Een mooi streven en vele vooral industriële landen raakten geïnspireerd door dit kleine, arme Himalaya Staatje. Bhutan is een van de least developed naties van de wereld. Toen ik er in 1990 antropologisch onderzoek deed naar de traditionele irrigatie landbouw in een afgelegen dorp, bevond zich het land nog in een tijd vergelijkbaar met de 18e eeuw hier. Er was geen tv, geen internet, 2 hotels in het hele land, geen telefoon ( alleen voor een handje vol mensen), geen ziekenhuis en de meeste restaurants ( kleine eethuisjes waar de kans of voedselvergiftiging groot was) hadden geen wc, je moest buiten in de bosjes je behoefte doen.

De meeste dorpen waren nog middeleeuws, die hadden niets uit de 20e eeuw, het leven daar was eeuwen blijven stil staan en de mensen waren allemaal zelfvoorzienende boeren. Het was in het dorp waar ik een half jaar verbleef,  waar ik kennis heb kunnen maken met wat het betekende echt duurzaam te leven.
Ik verbleef in een dorp dat 12 uur lopen van de verharde weg lag. Het lag op ongeveer op 1200 meter hoogte en de biodiversiteit was enorm, alles groeide er. Ik moest met name kijken hoe mensen de traditionele irrigatie rijstbouw organiseerden. De overheid wilde data hebben over de irrigatie landbouw om landelijk de opbrengst van rijst te verhogen. Het was voor mij een enorme rijke ervaring om in een traditionele gemeenschap te mogen zijn en te mogen observeren. In de dorpen toen waren er nog geen basis scholen en de kinderen groeide op in het dorp en leerde zo het werk over te nemen van hun ouders.
Pas later in de jaren 90 van de vorige eeuw kwamen er in alle –ook afgelegen- dorpen in Bhutan basis scholen.

Het was tijdens mijn verblijf in het dorp dat ik voor het eerst hoorde van de uitspraak van de koning over Bruto Nationaal Geluk, dit is wat ik ervoer in het dorp. De innerlijk rust dat de mensen hadden, het leven zo dicht met de natuur, de schoonheid van de natuur. De dorpelingen waren allen zeer tevreden en ook ik liep het gevaar het leven in het dorp te idealiseren. Alhoewel de mensen maar 4 maanden per jaar werkten in de rijstbouw, was het wel zwaar werk. Alles werd per hand gedaan en het ploegen van de velden met ossen wat mannen werk was, vrouwen bemeste het veld met mest van de veestapel die ze in manden op hun rug droegen, een zware last was dat. Veel eten, zoals groenten en kruiden konden verzameld worden in het bos. Een kleine vee stapel zorgde voor kaas, eieren en  soms vlees.

Maar de andere kant van het idyllisch plaatje was dat de dood ieder moment kon toeslaan. Een “basic health unit” een gezondheid post voor eerste hulp van een dag lopen en dan nog een bus reis weg. Vaak was het te laat. In het dorp werden sjamanen geconsulteerd om zieke mensen te genezen, met wisselend resultaat.
Het verblijf in dit dorp met z’n matrilineaire gemeenschap; ja de vrouwen hadden het voor het zeggen: het huis en land was eigendom van de oudste vrouw in huis en erfrecht ging van moeder op dochter. Vrouwen hadden veelal wisselende partners en de man trok in het algemeen in bij de vrouw. Hij was een belangrijke aanvullend arbeidskracht. Heeft een diepe indruk op me gemaakt en mij zeer geïnspireerd, ik wilde hier meer over leren.

Na het deze diepe ervaring dat leidde tot mijn Masters Degree. Bleef ik gefascineerd door Bhutan. Inmiddels werd Bhutan bekend door de duurzaamheid verdrag dat Nederland met het kleine land aanging. Ook werd het concept Bruto Nationaal Product meer en meer bekend buiten Bhutan. Bhutan ging zich langzaam openstellen voor toeristen, het land had een goede bron van inkomen nodig en de enige bron van revenu was de opwekking van elektriciteit door dammen die met de hulp van India gebouwd werden. Maar die dammen leverden weinig arbeidsplaatsen op voor de grote stroom jongeren die nu van school kwamen. In 1999 werd TV en internet geïntroduceerd en het land koos voor een beleid van “controlled tourism” Toeristen die het land wilde bezoeken moesten minimaal 200 tot 250 USD per dag betalen, men koos voor High Value en Low Volume. Mede ook dat het land niet grote groepen toeristen in een keer kon verwerken. Langzaam schoten de familie hotels uit te grond, veelal met veel liefde gedaan maar met weinig kennis van zaken.
Zelf leerde ik de toeristen sector goed kennen doordat ik een a twee maal per jaar een reis begeleide van Nederlandse toeristen, ik kwam zo in  vele nieuwe hotels en guesthouses.

Rond 2008 werd door het ministerie van Economische zaken het Foreign Direct Investment office opgezet om zo meer investeringen Bhutan in te krijgen. Het stond allemaal nog in de kinderschoenen. Het gevold was dat de eerste 5 sterren hotels gerealiseerd werden, hotels van internationale ketens. De Aman hotelgroep was er al, die waren de eerste die 5 super luxe lodges op zeer bijzondere locaties gezet hadden.
Inmiddels door advies van vele experts uit het buitenland werd de regering van Bhutan geadviseerd de landbouw geheel biologisch te doen. De boeren te stimuleren om hun producten biologisch te verbouwen. Een top down benadering met weinig steun en advies voor de boeren. Van oudsher verbouwden de boeren biologisch maar moesten dan ( om de productie te verhogen) “medicijn” gebruiken, kunstmest en pesticides. Nu moesten ze weer terug naar hun oude methode met alle problemen van dien.
Nadat ik mijn doctoraat gehaald had ( met Bhutan als onderwerp) besloot ik mijn droom uit te voeren: het realiseren van een cultuur authentiek groen hotel in centraal Bhutan met daar aan verbonden hotel school. Later leerde ik dat dit project een positief impact investment project heet.

Bhutan is een van de kleinste economieën in de wereld, het heeft een bevolking van 800.000 mensen en meer dan de helft daarvan is onder de 25 jaar. Veel van die jongeren zijn werkloos. De druk van hun vaak ongeletterde ouders in de dorpen is groot, omdat ze “gestudeerd” hebben wordt van ze verwacht dat ze een goede baan vinden die er niet is. Daardoor heeft Bhutan een groot probleem met zelfmoord onder jongeren, drugs en alcoholisme en gangs in de hoofdstad. Ik dacht; de hotel en toerisme sector is een goede werkverschaffer, een goede hotelschool is hard nodig.

Dus zette ik een stichting op in Nederland voor de hotelschool die ik als een non for profit instituut wilde opzetten en een BV voor het hotel. Samen met de CEO van het reisbureau in Bhutan waar ik mee werkte realiseerden we een joint venture. Het reisbureau bracht het land in waar het hotel op gebouwd zou worden.
Ik begon aan de fundraising, maar de tijd zat niet mee, het was 2009 en de financiële sector zat in een diepe crisis. Het was onmogelijk investeringen te vinden. Tot in 2012 ik een man ontmoette die mijn project helemaal zag zitten, hij werd mijn seed investor. We ontwikkelde samen een goed financieel plan, businessplan en vonden een team van professionals om het project te realiseren.

Omdat het vinden van investeringen zo moeilijk was besloten we eerst te beginnen met de non for profit hotel school. Mijn idee was een oud hotel te huren in Paro, waar het vliegveld is. Dit hotel op te knappen tot een 3 sterren hotel , met professionele keuken en dormitorium voor de studenten. De bedoeling was de studenten te trainen met echte gasten, de inkomsten van het hotel ( 12 kamers) restaurant en bar droeg bij aan het inkomen voor het runnen van de school. Mijn seed investor investeerde het eerste bedrag dat nodig was om het hotel te renoveren en dat de school snel geopend kon worden. We vonden een geschikt hotel met een eigenaar die graag met ons wilde samenwerken. Inmiddels had mijn seed investor contact gelegd met een jonge man van de Lausanne hotelschool die veel van dit soort hotel schools had opgezet in ontwikkelingslanden. Hij ging ons helpen met de ontwikkeling van de curriculum en ik vond een enthousiaste jongen van de Den Haag hotelschool die graag wilde meewerken aan dit project.

Het werd duidelijk dat het een stuk makkelijker werd donaties te krijgen voor de hotel school dan investeringen voor het for profit hotel. Ik leerde dat bijvoorbeeld “high networth” mensen liever een donatie geven dan een investering doen. Ook was het bedrag wat we nodig hadden voor het hotel te laag voor vele investeerders. Dus de fondsenwerving via de stichting ging een stuk makkelijker, ook kregen we medewerking van het ministerie van werkgelegenheid in Bhutan.

Voor ons was het belangrijk met het opzetten van de hotelschool zoveel mogelijk duurzaam te werk te gaan. Zo kochten we zoveel mogelijk spullen van lokale producenten, die waren veel duurder dan bijvoorbeeld spullen van Ikea uit Bangkok of China. Het was voor ons belangrijk dat de school en hotel een cradle for development zou zijn en dat de  gemeenschap betrokken was bij de school. We kochten alle verse producten lokaal en zoveel mogelijk biologisch. In 2015 opende wij onze deuren voor de eerste 50 studenten. En het liep als een speer. De studenten kwamen veelal uit arme verhoudingen en hadden totaal geen uitzicht op een baan of betaald werk. Ook leerde ik dat studenten van Nepalese achtergrond, – Lhotsampha genaamd-waarvan hun voorouders al generaties in Bhutan wonen geen Identiteit Kaart bezaten. Dit betekende dat ze volgens de Bhutanese overheid niet bestonden, dus niet erkend werden als zijnde “Bhutanees” en daarom geen recht hadden op onderwijs van de Staat.  Ook namen we meer meisjes aan dan jongens omdat meisjes achtergesteld werden op de arbeidsmarkt, dit was in schril contrast met de traditionele  gender relaties.

We leerde dat er krachten waren die het niet blij waren met ons werk in Bhutan.  Toch werd de school een groot succes, al onze studenten vonden werk in 5 sterren hotels in Bhutan en India. Het restaurant werd uitgeroepen door de Lonely Planet als beste in het land. Maar we hadden problemen: het was steeds een gevecht om een visum te krijgen voor onze expat trainers; het eerste jaar gingen de twee heren van de Lausanne en Den Haag hotelschool een jaar naar Bhutan om de school op te zetten en de lokale trainers te trainen. Het was een ongelooflijk gevecht om de visa te krijgen, uiteindelijk is onze counter-part naar de minister president gegaan en met zijn hulp kregen de twee heren het visum.

Het tweede jaar was hetzelfde drama, een Nederlands echtpaar ( beiden hoteliers) namen het over van de twee heren. Maar het lukte. Het echtpaar vertelde mij dat het werk in de school geweldig was maar dat het duidelijk was van de overheid dat ze niet graag gezien werden. Ze zeiden: “we worden hier behandeld als criminelen”. Ik kon het bijna niet geloven, deze mensen komen hier op vrijwillige basis dit land helpen en nu dit. Het was duidelijk dat er iets niet klopte.

Steeds meer en meer hoorde ik mensen (Bhutanezen) klagen over de 4 koninginnen, en ook met name over het Center for Bhutan Studies die het Gross National Happiness concept operationaliseerden en incorporeerden in het beleid van de overheid. De mensen noemden het  Bruto Nationale Hypocrieten. Ik kreeg berichten van jonge Bhutanees die een bedrijf opgezet hadden, zodra het goed liep, kwam een lid van de koninklijke familie langs en nam het over van de man, hij werd weggestuurd. Dit soort zaken gebeurde aan de lopende hand. Er is een wet in Bhutan: als je kritiek hebt op land, overheid en koning kun je levenslang in de gevangenis belanden, en de doorsnee Bhutanees is hier doodsbang voor. Vele Lhotsampa  zitten in het gevang omdat ze opkwamen voor hun recht. Je kunt in Bhutan niets doen, de koninklijke familie bezit alles: hotels, vliegtuigen, reisbureaus etc. etc. En hebben nog steeds absolute macht.
Als antropologe had ik dit niet zo heftig mee gemaakt maar als ondernemer werd dit steeds meer duidelijk. De elite van Bhutan weet heel goed om het plaatje van Shangri La in stand te houden omdat haast niemand toegelaten wordt in het land.

De toeristen die in het algemeen een week komen, zien een prachtig land maar worden in hotels gehouden ver buiten de stad en dorpen waardoor ze relatief weinig contact met hebben met locals.

Conclusie

Als we naar de 4 pijlers kijken waarop het beleid van het GNH op gebasseerd is wat kunnen we dan concluderen:

  • Pijler 1 Duurzame sociaaleconomische ontwikkeling: dan kan ik constateren dat dit ver achter blijft, mede door gebrek aan investeringen, corruptie en gebrek aan infrastructuur en kennis.
  • Pijler 2 Behoud van culture waarden: dit geldt alleen voor de dominante Ngalong groep. Alle ander bevolkingsgroepen zoals de Sharshops (Oost Bhutan) Lhotsampa moeten zich onderwerpen aan de Ngalong cultuur. Met name the Lhotsampa worden hier zwaar door getroffen.
  • Pijler 3 Behoud van het natuurlijke milieu: dat lukt wel in Bhutan, mede omdat er weinig mensen zijn en de natuur nog geheel intact is.
  • Pijler 4 Goed bestuur van ondernemingen: is ook een heet hangijzer, weer omdat er veel corruptie is en weinig kennis van zaken.

Waar men het niet over heeft is de mensen rechten en over de schending ervan.

Er is geen vrijheid van meningsuiting in Bhutan. Mensen zijn bang om vrijuit te praten over de elite van Bhutan, journalisten moeten zeer voorzichtig zijn.

Over mijn project:  de school draaide zeer goed, we konden het aantal studenten verhogen naar 75 per jaar. Vele van onze studenten deden het zeer goed, zette kleine bedrijfjes op zoals een bakkerij en een koffiehuis.
Ons doel was het om de school na drie jaar over te dragen aan onze counterpart en dat is gelukt. Het was voor ons verder onmogelijk nog in Bhutan te zijn. De koninklijke family liet ons niet meer toe. Alhoewel Bhutan zogenaamd een democratie is, is de realiteit anders. Uiteindelijk hebben de Wangchucks het laatste woord.

Bhutan staat op de 3e laatste plek op de gelukkige landen lijst. De top 10 landen zijn Zwitserland en Noord Europese landen met een sociale democratie en bescherming van de mensenrechten. Zonder respect voor mensenrechten kun je niet van geluk spreken en dit is het geval van Bhutan.

Dr. Rieki Crins, TBLI Group Special Events

Bestel het boek online via Bol.com

Blacklisted in Bhutan

love Lost and Love Transformed in the land of Gross National Happiness

Rieki Crins
.

 

Share Button