De chemische industrie in Nederland, Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen staat onder druk. Dat blijkt uit een nieuwe studie van de Trilateral Chemical Region (TCR). Klimaatvriendelijke productie is technisch mogelijk, maar hoge kosten en internationale concurrentie remmen investeringen.
Het TCR-gebied bestaat uit meer dan 1.300 chemiebedrijven en vertegenwoordigt 30–40% van de Europese chemische productiecapaciteit. Daarmee vormt de regio een cruciale schakel in Europese industriële waardeketens.Toch staat de concurrentiepositie onder zware druk. Hoge energieprijzen, dure grondstoffen, zwakke vraag, mondiale overcapaciteit en geopolitieke ontwikkelingen vergroten het risico op fabriekssluitingen en uitstel van investeringen. Volgens de studie kunnen sluitingen bovendien kettingreacties veroorzaken in sterk verweven waardeketens.
Dalende productie en groeiende importafhankelijkheid
Sinds 2019 daalt de productie van basischemicaliën zoals etheen en propeen in de regio en draaien de fabrieken die dit produceren (zgn. Steamcrackers) niet op volle capaciteit. Het TCR-gebied bezit circa 42% van de Europese steamcracker-capaciteit en is daarmee sterk gevoelig voor energieprijzen en internationale concurrentie.
Tegelijk groeit de afhankelijkheid van import van basischemicaliën, zoals methanol en ammoniak. De regio exporteert nog wel meer polymeren dan het importeert, maar toenemende import van eindproducten drukt de vraag naar Europese productie. Volgens de studie onderstreept dit de noodzaak van robuuste infrastructuur en bescherming van strategische productiecapaciteit.
Klimaatneutrale chemie nog niet rendabel
De onderzoekers analyseerden verschillende routes voor duurzame ethyleenproductie, zoals biogrondstoffen, methanol-to-olefins technologie, elektrificatie, CCS en afvalgebaseerde processen. Conclusie: technisch haalbaar, maar economisch nog niet concurrerend met conventionele productie. Zeker niet ten opzichte van regio’s buiten Europa.
Toekomstige concurrentiekracht hangt sterk af van betaalbare CO₂-arme energie, toegang tot duurzame grondstoffen en een ondersteunend beleidskader.
Grote infrastructuurinvesteringen noodzakelijk
De energietransitie van de chemie vraagt om forse investeringen in elektriciteitsnetten, CO₂-transport en waterstofinfrastructuur. Volgens de studie is grensoverschrijdende samenwerking tussen de drie regio’s essentieel om inefficiënties en investeringsrisico’s te beperken.
Oproep tot sterker Europees industriebeleid
Tijdens de presentatie van het rapport op 13 mei 2026 aan onder meer de Europese Commissie en de Critical Chemicals Alliance, benadrukten de onderzoekers dat het huidige Europese beleid onvoldoende voorwaarden biedt voor een concurrerende en klimaatneutrale chemische industrie.
Het rapport pleit onder meer voor:
- lagere elektriciteitskosten voor energie-intensieve industrie
- aanpassingen aan ETS en CO₂-beprijzing
- betere bescherming tegen carbon leakage en oneerlijke handel
- gerichte steun voor investeringen in CO₂-arme technologie.
De studie werd uitgevoerd door DECHEMA e.V., VITO/EnergyVille en TNO, met steun van overheden en brancheorganisaties VNCI, Essenscia en VCI NRW.
Bron: Nationaal Platform Verduurzaming Industrie (NPVI)

