Nederlandse economen zetten groen en sociaal voorop

Een enquête onder Nederlandse economen opgezet door Our New Economy (ONE), het Sustainable Finance Lab (SFL) en Economisch Statistische Berichten (ESB) laat brede steun zien voor het huidige steunprogramma. De economen zien hiervoor nog volop budgettaire ruimte. Zo denkt twee derde dat de overheidsschuld nog probleemloos kan verdubbelen. Wel vindt een grote meerderheid van de economen dat ook geïnvesteerd moet worden in nieuwe werkgelegenheid. Daarbij geven zij de voorkeur aan investeren in banen die bijdragen aan verduurzaming van de economie en sociale gelijkheid. Een inventarisatie van ONE en het SFL laat zien dat dat op de korte termijn het beste kan via een betaald omscholingsprogramma richting groene banen, door te investeren in openbaar vervoer, in groen in de stad, de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed en fietsinfrastructuur.

De enquête onder 364 economen

Our New Economy (ONE), het Sustainable Finance Lab (SFL) en Economisch Statistische Berichten (ESB) hebben tussen 27 augustus en 3 september 2020 een enquête gehouden onder Nederlandse economen. 364 economen hebben de enquête ingevuld, waaronder 120 gepromoveerde economen en 49 hoogleraren. Een derde van de respondenten is werkzaam in de wetenschap, een derde in het middelbaar onderwijs en een kwart in beleid.

92% van de economen is het eens met het kabinetsbesluit om ook na 1 oktober steun te blijven geven aan bedrijven die in de problemen komen door het coronavirus. Wel vindt slechts 23% het verstandig om het enkel bij deze steun te laten. 77% van de economen vindt dat er (ook) een vorm van vraagstimulering nodig is zoals extra overheidsinvesteringen- en uitgaven waarmee juist nieuwe banen worden gecreëerd.

Het belangrijkste doel van deze investeringen is volgens de geraadpleegde economen het scheppen van werkgelegenheid. Het verhogen van de productiviteit wordt daarbij minder belangrijk gevonden dan duurzaamheid en sociale gelijkheid.

Rens van Tilburg (SFL): “Het kabinet is deze week met een investeringsfonds gekomen dat zich vrijwel exclusief richt op het verhogen van de productiviteit. De economen adviseren om nu juist in te zetten op werkgelegenheid, duurzaamheid en sociale gelijkheid.

Daarnaast geven de economen ook prioriteit aan bestedingen in het onderwijs en de zorg. Met afstand de minst populaire stimuleringsmaatregel is een belastingverlaging voor grote bedrijven.

Ondanks de beperkingen op de economie om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan verwacht 70% van de economen dat extra overheidsuitgaven tot meer economische groei zullen leiden. Ze schatten dat er sprake is van een vliegwieleffect omdat de zogenaamde ‘multiplier’ op overheidsuitgaven groter dan 1 is.

Een grote meerderheid van de economen ziet ook nog volop ruimte voor de Nederlandse overheid om de komende jaren te investeren. De staatsschuld van nu 60% van het bruto binnenlands product (bbp) kan volgens 92% van de economen met nog de helft toenemen. 65% van de economen verwacht zelfs dat een verdubbeling van de staatsschuld tot 120% van het bbp niet tot problemen zal leiden. Slechts een op de zes economen denkt dat de huidige EMU-grens van 60% van het bbp een zinvol doel is, dat is evenveel als het aantal economen dat denkt dat de overheidsschuld geen enkele limiet kent.

Jasper Lukkezen (ESB): “Opvallend is dat nu ook de meeste beleidseconomen nog volop ruimte zien om de staatsschuld te laten toenemen. Slechts 3% denkt dat 90% het maximum is, een ruime meerderheid denkt dat de een schuld van meer dan 120% geen probleem vormt.”

Slechts 17% van de economen verwacht dat de rente die Nederland op de staatsschuld betaalt de komende 10 jaar zal stijgen, net als de inflatie waarvoor slechts 21% een stijging waarschijnlijk acht.
Enkele opvallende verschillen tussen de economen zijn dat hoe hoger de opleiding, des te kleiner de zorgen om de overheidsschuld en des te groter de positieve invloed van overheidsstimulering wordt ingeschat. De beleidseconomen blijken een relatief grote voorkeur te hebben voor enkel steunbeleid en geven relatief veel prioriteit aan productiviteit en weinig aan duurzaamheid.

Groene en sociale investeringsmogelijkheden

ONE en SFL presenteren ook een overzicht van de investeringen die op de korte termijn het meest opleveren in termen van (coronabestendige, anderhalve-meter-economie) werkgelegenheid en die bijdragen aan de duurzaamheidstransitie en sociale gelijkheid. Op de korte termijn zijn de effectiefste investeringen een betaald omscholingsprogramma richting groene banen, het verduurzamen van woningen en maatschappelijk vastgoed, investeren in openbaar vervoer en de fietsinfrastructuur en investeren in groen in de stad.

Sam de Muijnck (ONE): “Er valt veel te kiezen als je de economie wilt stimuleren. Het is mogelijk om banen te creëren en tegelijkertijd te zorgen dat juist de meest tochtige huizen worden geïsoleerd, leerlingen in goed geventileerde ruimtes zitten, ook mensen zonder eigen auto zich prettig kunnen verplaatsen en ook mensen zonder tuin verkoeling en rust kunnen vinden in het groen.

Verder lezen

Share Button