MVO leidt tot meer product-, dienst- en disruptieve innovaties

Bron
RSM

Het onderzoeksinstituut INSCOPE – Research for Innovation van de Erasmus Universiteit Rotterdam voert jaarlijks de Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor uit. Uit het nieuwste onderzoek (Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2014-2015) blijkt dat maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) leidt tot meer product-, dienst- en disruptieve innovaties. De bevindingen tonen dit jaar eveneens aan dat sociale innovatie relatief gezien 77% bijdraagt aan MVO.

Het onderzoek staat onder leiding van Prof.dr. Henk W. Volberda, Professor of Strategic Management & Business Policy aan Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM).

Uit het onderzoeksrapport:

MVO leidt tot meer product-, dienst- en disruptieve innovaties, maar vraagt vooral om innovatieve manieren van managen en organiseren (sociale innovatie). MVO omvat kortweg een houding van organisaties die gericht is op het combineren van economische groei met behoud van natuurlijke hulpmiddelen en een rechtvaardige verdeling van middelen. Bij dergelijke organisaties vindt het ondernemen plaats op basis van het principe waarbij drie P’s worden nagestreefd: economische dimensie (‘profit’), sociale dimensie (‘people’), en omgeving en milieu (‘planet’). Organisaties die gericht zijn op het combineren van een focus op economische groei, mens én natuur/omgeving, realiseren meer product- en dienstinnovaties. In het jaarlijkse onderzoek van de Erasmus Universiteit naar het innovatievermogen van organisaties is er een onderscheid gemaakt tussen de mate waarin bedrijven de intentie hebben om maatschappelijk verantwoord te ondernemen en de mate waarin ze zich daarnaar ook gedragen. Bedrijven die de intentie hebben om maatschappelijk verantwoorden te ondernemen en die zich daarnaar gedragen realiseren respectievelijk tussen de 22,5% en 29,8% meer radicale innovaties dan bedrijven die nauwelijks de intentie ervoor hebben, noch die er zich naar gedragen. Bij disruptieve innovatie is dit verschil achtereenvolgens 22,3% en 23,4%.

Bij incrementele innovatie betreft dit verschil respectievelijk 20,2% en 15,9%. Volgens Henk Volberda tonen deze bevindingen aan dat het kan lonen om verder te kijken dan alleen de economische zijde van een bedrijf door ook adequaat aandacht te hebben voor mens en omgeving; “Bedrijven kunnen MVO aanwenden als een bron van concurrentievoordeel, bijvoorbeeld door reputatieeffecten, door efficiënter en met minder grondstoffen te opereren, en door het inspelen op verwachtingen en wensen vanuit de samenleving.”

De bevindingen in de Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor tonen dit jaar eveneens aan dat sociale innovatie relatief gezien 77% bijdraagt aan MVO . (Henk Volberda nam onlangs ook deel aan een paneldiscussie hierover op het 16de Nationaal Sustainability Congres met als thema “Social innovation for climate change’). Technologische innovatie draagt 23% hier aan bij. Zo dragen de elementen van sociale innovatie, zoals vernieuwd leiderschap, vakmanschap, en samenwerken met klanten in grote mate bij aan MVO. Henk Volberda: “MVO stelt ook eisen aan de sociale kant binnen een organisatie. Vernieuwend leiderschap draagt bij aan MVO door medewerkers meer bewust te maken van de maatschappelijke bijdrage van het bedrijf, en hen te motiveren en ruimte te geven voor initiatieven. Vooral de combinatie van vernieuwend leiderschap en de talenten, kennis, ervaring en capaciteiten van medewerkers (vakmanschap) leidt tot een hogere mate van MVO. Door samen te werken met klanten en maatschappelijke stakeholders (co-creatie) krijgen organisaties meer kennis en begrip over hoe MVO ingevuld of aangepast kan worden.”

De bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen zitten vooral in de life sciences & health sector en in de bouwnijverheid/vastgoed. Sectoren die relatief beperkt met MVO actief zijn betreffen vooral de high tech sector en de financiële dienstverlening/verzekering. Startups hebben wel een bovengemiddelde intentie om maatschappelijk verantwoord te ondernemen (+4,2%), maar zij houden zich daar relatief beperkt aan (-2,2%).

Download het volledige onderzoeksrapport (pdf)

Share Button
FavoriteLoadingBewaar als favoriet