Demissionair Minister voor Klimaat en Energie Sophie Hermans erkent in de vandaag gepubliceerde antwoorden op eerder gestelde kamervragen dat het voorgenomen invoedingstarief voor energieproducenten de uitrol van duurzame energieprojecten kan belemmeren. Dat blijkt uit recente beantwoording van Kamervragen. Brancheverenigingen Holland Solar en NedZero reageren positief op deze erkenning en waarschuwen dat de maatregel uiteindelijk kan leiden tot hogere kosten voor alle eindgebruikers.
Hogere kosten voor eindgebruikers en overheid
Volgens de minister stijgt bij invoering van een invoedingstarief de kostprijs van duurzame stroom. “Producenten zullen proberen deze kosten door te berekenen in de verkoopprijs, maar naar verwachting lukt dat slechts gedeeltelijk. Het deel dat niet kan worden doorberekend, vergroot de zogenoemde ‘onrendabele top’ van hernieuwbare elektriciteit. Dit leidt tot een hogere subsidiebehoefte.”
De minister wijst bovendien op risico’s voor wind op zee-projecten die al zijn aanbesteed maar nog niet gerealiseerd. Ontwikkelaars zouden hun businesscase mogelijk niet meer rond krijgen, waardoor projecten kunnen worden stilgelegd. Dat brengt extra kosten met zich mee, onder meer omdat netbeheerder TenneT al vroegtijdig investeert in de netinfrastructuur op zee.
Ook toekomstige tenders lopen risico. De subsidieronde voor wind op zee in 2026 (TOWOZ) kan volgens de minister minder aantrekkelijk worden voor marktpartijen door de onzekerheid rond het invoedingstarief. Dat geldt eveneens voor toekomstige “Contracts for Difference”-
Oproep aan ACM om af te zien van het invoedingstarief
In een gezamenlijke oproep met Energie-Nederland en Energie Samen hebben Holland Solar en NedZero eerder de Autoriteit Consument & Markt (ACM) verzocht af te zien van invoering van het tarief.
De brancheorganisaties wijzen op de negatieve gevolgen voor bestaande projecten, die zonder rekening te houden met een dergelijke heffing zijn gerealiseerd, en voor nieuwe projecten waarvan de rendabiliteit verder onder druk komt te staan. Uit onderzoek van Aurora Energy Research blijkt dat projecten alleen rendabel blijven als het invoedingstarief wordt gecompenseerd via extra subsidies. Om de klimaatdoelen te halen zou bovendien jaarlijks tot 1,4 miljard euro extra subsidie nodig zijn voor wind- en zonne-energieprojecten. Alleen al voor bestaande projecten kan de benodigde compensatie in 2027 oplopen tot 406 miljoen euro per jaar.
Als dit niet gebeurt, zal de businesscase voor duurzame energieprojecten niet rond te rekenen zijn en moet er over worden gegaan op het importeren van dure energie uit het buitenland. Onderzoeksbureau Aurora Energy Research berekende dat zonder compensatie dit ook jaarlijks tot 1,4 miljard euro extra aan energie uit het buitenland geïmporteerd zou moeten worden om aan de vraag te voldoen. Die kosten komen rechtstreeks terecht op de energierekening van huishoudens en bedrijven.
Bron: Holland Solar

