Interview Cathy van Beek: ‘Duurzaamheid in de zorg, zo moeilijk is dat niet’

Duurzaamheid in de zorg = geen voedsel verspillen, minder afvalwater en zonnepanelen op het dak. Dat gaat Cathy van Beek, oud-bestuurder van het Radboudumc, voor elkaar krijgen als kwartiermaker duurzame zorg. ‘Wat hebben we aan goede zorg als onze planeet het niet houdt?’

Bent u zo’n groene?

Cathy van Beek: ‘Als enige zorgbestuurder sta ik in de top-100 van Trouw met duurzame denkers en doeners. Er steken niet zoveel mensen hun nek uit als het gaat om duurzaamheid in de zorg. Als bestuurder van het Radboudumc heb ik me er met hart en ziel voor ingezet. Nu we allemaal aan de slag moeten met het Klimaatakkoord, is het belangrijk dat één van de grootste vervuilers gaat meedoen – de zorg dus. En ik moet er als kwartiermaker voor gaan zorgen dat iedereen daar de ernst van gaat inzien en de lol ervaart als je het anders, groener gaat aanpakken.’

Wie is Cathy van Beek? Cathy van Beek (Rotterdam, 1956) heeft een lange carrière als verpleegkundige, onderwijskundige en bestuurder in de zorg. Van Beek studeerde onder andere bestuurskunde en veranderkunde in Leiden en Utrecht. Van 2011 tot 2017 was ze bestuurder bij het Radboudumc in Nijmegen met als extra aandachtsveld duurzaamheid. In februari 2018 benoemde het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport haar tot Kwartiermaker duurzame zorg. Naast deze functie is zij nog verbonden als adviseur aan het Radboudumc en de Radbouduniversiteit. Ze is ook ambassadeur  Zorg van MVO-Nederland.

Is de zorg dan zo vervuilend?

‘Ja, enorm. Minstens 5 procent van de CO2-uitstoot wordt veroorzaakt door de zorg. Eigenlijk is dat heel krom: een ziekenhuis probeert zieke mensen beter te maken, maar vervolgens maken we met vervuiling mensen ziek. Klimaatverandering heeft een grote invloed op de gezondheid van mensen. Duurzame zorg levert op dat de patiënt sneller beter wordt, zorgverleners een betere werkomgeving krijgen én dat de zorg minder uitstoot. En dat willen we samen voor elkaar gaan krijgen.’

Wat heeft u bij het Radboudumc al bereikt?

‘Dat heb ik absoluut niet alleen gedaan; zonder een dedicated team en steun van de raad van bestuur was het me nooit gelukt. Maar we hebben inmiddels een hoop voor elkaar gekregen. Duurzame bedrijfskleding bijvoorbeeld, van een stof die 94 procent minder water nodig heeft dan katoen. En in het Radboudumc belandde bijna 40 procent van de maaltijden in de prullenbak. We zijn om de tafel gegaan met patiënten én met een voedseldesigner van cateraar Maison van den Boer. Die had veel tips: maak nou kleinere porties, een crèmelaag op de soep en laat horecamedewerkers het eten serveren. Vooral mensen met kanker kunnen veel beter herstellen als ze goed eten. Nu wordt het eten wél opgegeten en herstellen mensen sneller. Daarmee boek je eigenlijk dubbele winst. De cateraar zet bovendien mensen in die een afstand hebben tot de arbeidsmarkt, dat was een eis vanuit het Radboudumc. Was de verspilling eerst 34 procent, nu belandt nog maar 11 procent in de prullenbak en de ambitie is om dat naar 5 procent te krijgen.’

Was het lastig om duurzaamheid in de zorg daar op de agenda te krijgen?

‘Toen ik in Nijmegen begon in 2011 dacht ik eerlijk gezegd dat het niet moeilijk zou zijn. Nijmegen wordt toch Havana aan de Waal genoemd? Veel mensen met een groen hart, veel GroenLinksstemmers. Maar ik stuitte in het begin op veel weerstand. ‘We hebben al zoveel aan ons hoofd, moet dit er nou ook nog bij’, kreeg ik te horen.’
Ze had het geluk aan haar zijde, zegt Cathy van Beek. ‘Een paar weken na mijn aanstelling vroeg Jan-Peter Balkenende aan onze toenmalige ceo, Melvin Samson, of het Radboudumc zich wilde aansluiten bij MVO- Nederland. Zo kon ik mijn kans grijpen en kreeg ik in Nijmegen duurzaamheid in mijn portefeuille.’

Wat zijn andere vervuilers?

‘Loop maar eens een ziekenhuis binnen. Wat zie je dan? Ontzettend veel papier. Echt, als we in de zorg alleen al dubbelzijdig zouden gaan kopiëren, zou dat al enorm veel schelen. Met een paper battle, waar ook de Radbouduniversiteit aan meedeed, hebben we zo miljoenen velletjes bespaard en gaan we verspilling in de zorg tegen. Ook veel folders die patiënten krijgen kunnen digitaal of in de vorm van een instructievideo. Duurzaamheid en innovatie gaan wat mij betreft ook echt hand in hand. Natuurlijk moeten we mensen die digibeet zijn niet vergeten, maar printen van een folder kan ook op verzoek.’

En als we verder dat ziekenhuis inlopen?

‘Bij onderzoeken gebruiken artsen vaak materialen die na aanmalig gebruik in de prullenbak belanden. Bijvoorbeeld een scoop, die artsen gebruiken voor inwendig onderzoek: vroeger werd zoiets gesteriliseerd, en nu weggegooid. Vanuit het oogpunt van efficiency is zoiets te begrijpen, maar het is wel vervuilend. Na je onderzoek ga je wellicht als patiënt naar de apotheek om medicijnen op te halen. Apothekers hebben nu vaak de neiging om een oogje dicht te knijpen als oudere patiënten medicijnen komen halen en geven dan een bulk mee. Maar ongebruikte medicijnen worden vaak weggegooid. Afvalwater is ook een groot probleem: 200.000 kubieke meter wordt per jaar afgevoerd, vervuild met reststoffen uit medicijnen. Sommige medicijnen zijn schadelijker voor het milieu dan andere medicijnen. Dan is het belangrijk dat zo groen mogelijk wordt voorgeschreven.’

Hoe krijgt u bij artsen en verpleegkundigen nou tussen de oren dat het anders moet?

‘Wat ik doe, is overal op zoek gaan naar de mensen met groene ambities. Gelijkgestemden dus, die duurzaamheid in de zorg belangrijk vinden. Binnenkort ga ik langs bij de Federatie Medisch Specialisten. Dan zeg ik: ‘Doe mij jullie groene dokters, dan zetten we daarmee een netwerk op.’ Want die zijn er – vaak zijn het jonge artsen of juist artsen die al wat ouder zijn en hier tijd en moeite in willen steken. Ik snap ook  heel goed dat zorgprofessionals al erg druk zijn. Maar juist de artsen die willen, staan open voor verandering. Het is belangrijk om hén in het zonnetje te zetten. Zij zijn tenslotte degenen die het moeten doen.’

Nemen mensen op de werkvloer zelf ook wel initiatieven?

‘Zeker en soms zit verandering in kleine dingen. Zoals een OK-assistent die bedacht dat gebruikte ampullen op de OK beter in de glascontainer dan op de berg ziekenhuisafval konden belanden. Dat bespaart 10.000 euro op jaarbasis. Dan kan ik zeggen: ‘Tja, wat maakt dat uit op een miljard omzet.’ Maar juist de kleine dingen doen ertoe. En op de afdeling anesthesiologie besloten artsen om afgeschreven apparatuur niet te vervangen maar te renoveren. Goed voor het milieu, maar ook kostenbesparend voor het ziekenhuis.’

Wat kan de overheid doen om het verduurzamen van de zorg te stimuleren?

‘Soms helpt agenderen, soms stimuleren en soms helpen regels. Waarom zegt de overheid niet tegen ziekenhuizen: ‘Ga circulair inkopen.’ Als iedereen dat gaat doen, scheelt dat enorm. In de zorg gaan miljarden om. Ga maar na wat voor verandering je daarmee teweegbrengt. Leveranciers worden zo ook gestimuleerd om duurzame alternatieven voor bestaande producten te ontwikkelen.’

Wanneer bent u tevreden?

‘Als er een onstuitbare groene golf door de zorg gaat. Als mensen daaraan plezier beleven. Als alle ziekenhuizen nul op de meter hebben in 2030. En als er naar Nederland wordt gekeken als koploper op dit gebied. In Scandinavië zijn ze op dit moment nét wat verder, maar Nederland doet daar niet veel voor onder. Kijk, ik weet ook wel dat dit niet van vandaag op morgen voor elkaar is gekregen. En sommige mensen zullen me misschien zien als een drammer. Maar mensen, word wakker: wat hebben we aan goede zorg als onze planeet het niet houdt? Het moet echt anders. Het loont en het is ook leuk!’

Door: Judith Katz, redacteur Forum van VNO-NCW. Eerder gepubliceerd in Forum

Share Button