Heleen van den Hombergh (IUCN NL): ‘Financiële sector, bedrijven, overheid: wacht niet op elkaar om biodiversiteit te redden’

Overheden moeten meer doen om de vernietiging van de natuur te voorkomen, bepleitten CEO’s van enkele grote bedrijven waaronder Unilever, Rabobank en H&M, aan de vooravond van de biodiversiteitstop (COP15) die deze week gestart is. Onderzoek dat IUCN NL en VBDO vandaag publiceren bevestigt dat financiële instellingen de impact van biodiversiteitsverlies onderkennen. Zelf handelen zij daar echter nog te weinig naar.

De ondertekenaars van de CEO-brief dringen aan op concrete en duidelijke doelen voor biodiversiteit, zoals die in 2015 in Parijs voor het klimaat werden afgesproken. Zij vragen de overheid duidelijke grenzen te stellen waar bedrijven naar kunnen handelen.

Het vandaag gepubliceerde rapport van IUCN NL en VBDO “Biodiversity integration in the Dutch financial sector” bevestigt het beeld dat biodiversiteit hoger op de agenda komt binnen de financiële sector, omdat onze economie en daarmee de stabiliteit van financiële instellingen afhankelijk is van biodiversiteit. 90% van de grootste financiële instellingen in Nederland laat het risico van biodiversiteitsverlies meewegen in investeringen en leningen. Toch vertaalt dit zich nauwelijks door in een structurele risicoanalyse van investeringsportfolio’s: meestal komen investeerders pas in actie als er misstanden worden aangetoond.

Financiële instellingen wachten nog teveel op wetgeving en perfecte meetmethoden, terwijl er veel natuur te redden is door nu stappen te zetten en te kiezen voor de beste praktijken en standaarden die al in omloop zijn. Het is nodig dat zij duidelijke tijdsgebonden biodiversiteitsdoelen per bedrijf of project stellen, zoals: geen vernietiging van bossen en andere natuurgebieden, geen vervuiling, vermindering van de CO2-uitstoot.

Zoals in de brief door de CEO’s ook wordt opgemerkt, is behoud van biodiversiteit in ieders belang: de vernietiging van natuur heeft ook op bedrijven en financiële instellingen grote impact. Het gaat ten koste van hun winst, hun ‘license to operate’ en hun toegang tot markten. Toch blijken zij in de praktijk nog vaak geneigd om ontbossing wel te tolereren, om wel te blijven investeren in schadelijke activiteiten, en om overconsumptie aan te jagen.

Het is dus zeker waar dat er tijdens de biodiversiteitstop ambitieuze en bindende doelen gesteld moeten worden om biodiversiteitsverlies te stoppen. Maar daarbij is de eigen daadkracht van alle partijen cruciaal. Financiële wereld, bedrijven en overheden, niemand heeft meer de luxe op de ander te wachten.

Heleen van den Hombergh, Senior Expert Agro-Commodities bij IUCN NL, de Nederlandse tak van de internationale unie voor natuurbescherming (IUCN).

Share Button