CNV: “Een betere plek voor werknemers in internationale ketens”

“Werknemers wereldwijd moeten er op vooruit gaan, daar gaat het om,” zegt CNV-voorzitter Arend van Wijngaarden in reactie op het SER advies ‘Kansen pakken en risico’s beheersen, dat gisteren werd  aangeboden aan Minister Kaag . Het advies gaat over de samenhang tussen Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en de duurzame ontwikkelingsdoelen, de SDG’s, die in 2030 bereikt moeten zijn. “Problemen als uitbuiting van werknemers en gevaarlijke werkomstandigheden moeten aangepakt worden. Bedrijven en de Nederlandse overheid moeten om te beginnen zorgen voor een dat werknemer sterker staan in de internationale keten. Daarvoor moet de positie van vakbonden en speciaal ook jongeren beter verankerd worden”, zegt Arend van Wijngaarden. “Het tempo en de schaal waarop de overheid en bedrijven nu bezig zijn is daarvoor niet voldoende. Overheden en bedrijfsleven moeten hun inzet aanzienlijk opschalen”. 

Verankering rechten werknemers in de keten

“Die inzet moet vooral gericht zijn op de fundamentele arbeidsrechten: een leefbaar loon, veilige en gezonde werkomstandigheden en sociale zekerheid, dat is cruciaal. Alleen als vakbonden hun plek goed kunnen innemen is effectieve sociale dialoog over die fundamentele arbeidsrechten mogelijk. Daarom is een goede verankering van de positie van vakbonden in productieketens zo belangrijk. Alleen dan is het mogelijk om de risico’s voor werknemers in internationale productieketens goed in kaart te brengen en aan te pakken”, benadrukt CNV-voorzitter Van Wijngaarden.

Kennis bedrijven en vakbonden koppelen

“Op basis van de zes aanbevelingen uit dit SER advies kan de overheid meer kennis vanuit bedrijfsleven en vakbeweging koppelen. De inzet is om tot concrete actieplannen te komen waarin de fundamentele arbeidsrechten concreet aan de orde komen. Om de duurzame ontwikkelingsdoelen in 2030 te halen, is het nodig dat alle partijen hun acties fors opschalen: overheid, bedrijven, maatschappelijke organisaties, vakbonden en jongeren. De overheid moet daarbij het voortouw nemen door te investeren in IMVO en door vakbonden te betrekken in de internationale ketens,” is de oproep van CNV-voorzitter Van Wijngaarden. ”Uiteindelijk gaat het om het bieden van kansen en perspectief voor iedereen, in Nederland en elders, zeker voor jongeren van nu en toekomstige generaties.”

Over het SER-advies

Aanbevelingen

In het advies doet de SER zes hoofdaanbevelingen aan de overheid en het bedrijfsleven. Dat zijn:

  • Investeer als overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke partners in IMVO als basis voor duurzaam ondernemen en het bereiken van de SDG’s;
  • Zorg voor een integrale visie op de bijdrage van IMVO en de SDG’s aan duurzame ontwikkeling, draag die consequent uit en betrek jongeren;
  • Stel prioriteiten, als overheid en als bedrijf of sector;
  • Stimuleer en ondersteun als overheid de integrale benadering in de praktijk;
  • Neem als bedrijfsleven verantwoordelijkheid en pak tegelijkertijd de kansen van een duurzaam en toekomstbestendig business model;
  • Zet als overheid en als maatschappelijke partner in op (internationale) opschaling van de integrale aanpak, partnerschap en een gelijk speelveld voor Nederlandse koplopers.

Het ontwerp-advies “Kansen pakken en risico’s beheersen” is voorbereid door de SER-commissie IMVO en werd vastgesteld in de raadsvergadering op 18 oktober 2019.

Over de IMVO-convenanten

Sinds enkele jaren zijn er in verschillende Nederlandse sectoren van het bedrijfsleven de IMVO-convenanten afgesloten. Daarin werken bedrijfsleven, ngo’s, vakbonden en overheid samen. IMVO-convenanten zijn gebaseerd op richtlijnen van de OESO en de VN en doen aan ‘due diligence’: bedrijven brengen hun productieketen in kaart, identificeren (risico’s op) misstanden, prioriteren de grootste (risico’s op) misstanden en pakken deze misstanden aan. Bedrijven werken ook samen in projecten om misstanden als uitbuiting, kinderarbeid en milieuschade tegen te gaan.

Foto: CNV

Share Button