Beantwoording Kamervragen Campagne van schoonmakers voor een betere toekomst

Hierbij zend ik u, mede namens de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Economische Zaken, de antwoorden op de Kamervragen van de leden Karabulut en Ulenbelt (beiden SP) over de campagne van schoonmakers voor een betere toekomst, ingezonden 10 december 2007. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.P.H. Donner.

Vraag 1
Wat is uw reactie op de campagne Ã??schoonmakers voor een betere toekomstÃ???

Vraag 2
Deelt u de mening dat de 150.000 schoonmakers in Nederland, die vaak onder slechte arbeidsvoorwaarden werken en behoren tot de groep Ã??werkende armenÃ??, een betere toekomst zonder armoede verdienen? Zo ja, kunt u dat toelichten? Zo neen, waarom niet?1

Antwoord op vragen 1 en 2
Het is een goede zaak dat de schoonmakers – binnen de Nederlandse traditie van arbeidsvoorwaardenvorming – gebruik maken van hun rechten om zelfstandig en in gezamenlijkheid op te komen voor goede arbeidsvoorwaarden. De werkgevers en werknemers zijn primair zelf verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarden en omstandigheden. De overheid zorgt aan de hand van wettelijke normen voor een fatsoenlijke beloning en voor arbeidsomstandigheden en arbeidstijden die bijdragen aan de gezondheid van de werknemers. De Arbeidsinspectie ziet er op toe dat deze wettelijke normen door werkgevers worden nageleefd.

Vraag 3
Steunt u deze campagne voor betere arbeidsvoorwaarden, -omstandigheden en een leefbaar loon? Zo neen, waarom niet? Steunt u de inhoudelijke eisen die aan de campagne verbonden zijn, namelijk het recht om meer uren te werken, het recht van organiseren, betere arbeidsomstandigheden in de schoonmaaksector en minimaal 10 euro bruto per uur? Zo ja, bent u bereid deze steun te vertalen naar de werkgevers van de schoonmakers die door uw departement en andere departementen worden ingehuurd? Zo neen, waarom niet?

Vraag 4
Heeft u zicht op de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden van schoonmakers die door uw departement worden ingehuurd? Zo ja, kunt u deze nader toelichten? Zo neen, bent u bereid dit te onderzoeken en de Kamer hierover te informeren?

Antwoord op vragen 3 en 4
In de wetgeving op het terrein van de arbeidsvoorwaarden en Ã??omstandigheden is de verantwoordelijkheidsverdeling expliciet bepaald. Daaruit volgt dat niet de opdrachtgevers (de departementen) maar de werkgevers (de schoonmaakbedrijven) verantwoordelijk zijn voor de

Ons kenmerk AV/CAM/2007/40860

arbeidsomstandigheden en Ã??voorwaarden. Voor zowel de arbeidsvoorwaarden als de arbeidsomstandigheden gelden wettelijke waarborgen, met daarbij behorende handhavingsmechanismen. Gegeven de eigen verantwoordelijkheid van partijen voor de arbeidsvoorwaardenvorming is het niet aan het kabinet om een oordeel uit te spreken over de inhoudelijke eisen op het terrein van de arbeidsvoorwaarden. Overigens wordt bij diverse ministeries rekening gehouden met de wensen van schoonmakers. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft bijvoorbeeld de dagschoonmaak ingevoerd n.a.v. het arboconvenant in de schoonmaak. Hiermee wordt o.a. tegemoet gekomen aan de wensen van schoonmakers omtrent betere arbeidsomstandigheden waaronder een betere werk-privé balans en het niet hoeven werken in praktisch lege gebouwen. Bij het ministerie van Economische Zaken vindt de schoonmaak vooral op de dag plaats met een uitloop naar de vroege avond. Ook bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vindt de schoonmaak hoofdzakelijk plaats in de vroege avond.

Vraag 5
Deelt u de mening dat als gevolg van uitbesteding van het schoonmaakwerk, de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden door toenemende concurrentie onder schoonmaakbedrijven onder druk zijn komen te staan? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord vraag 5
De schoonmaaksector is Ã?? in lijn met de wetgeving Ã?? zelf actief op het terrein van de arbeidsvoorwaarden en Ã??omstandigheden. Gedurende de periode 2003 Ã?? 2007 heeft de sector een arboconvenant uitgevoerd. Daarnaast heeft de sector een cao `arbeid en gezondheid’ afgesloten. Deze was tot en met 31 december 2007 algemeen verbindend verklaard. Inmiddels heeft de sector ook een arbocatalogus ter toetsing aan de Arbeidsinspectie voorgelegd. De sector heeft tevens de Stichting Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en Glazenwassersbranche (RAS) opgericht met als doel het uitvoeren van cao-afspraken. Een van de taken van de RAS is de controle op de naleving van de cao-afspraken. Al deze activiteiten laten zien dat de sector serieus werk maakt van goede arbeidsvoorwaarden en Ã?? omstandigheden. Dit beeld laat zien dat partijen, in een markt met concurrentie, serieus de zorg oppakken voor de arbeidsvoorwaarden en Ã??omstandigheden.

Vraag 6
Kunt u uiteenzetten of en zo ja hoe de initiële doelstellingen zoals meer efficiëntie en effectiviteit, die ten grondslag hebben gelegen aan het besluit om schoonmaakwerkzaamheden op ministeries uit te besteden, zijn gerealiseerd?

Antwoord vraag 6
De periodieke aan- en uitbesteding van schoonmaakwerkzaamheden aan specialistische bedrijven leidt steeds tot de beste prijs/kwaliteitsverhouding op dat moment. Het uitbesteden van deze niet tot de kerntaken behorende werkzaamheden is destijds mede ingegeven door de

Ons kenmerk AV/CAM/2007/40860

bezuinigingen op het overheidsapparaat en de gedachte dat dergelijke werkzaamheden zich uitstekend lenen voor uitbesteding aan de marktsector. Het schoonmaken van kantoorpanden is specialistisch werk waarbij voor een juiste uitvoering vakkennis noodzakelijk is. Het gebruik maken van deze vakkennis en het toepassen van nieuwe ontwikkelingen door de schoonmaaksector draagt bij aan het realiseren van efficiëntie en effectiviteit bij het uitvoeren van de schoonmaakwerkzaamheden. De rijksoverheid is tevreden over de prijs/kwaliteitverhouding van schoonmaakwerkzaamheden die zijn uitbesteed. Contracten worden regelmatig getoetst en periodiek opnieuw uitbesteed om dit te waarborgen.

Vraag 7
Staan in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen in de aanbestedingsregels voor het schoonmaakwerk sociale duurzaamheidscriteria, zoals het voorkomen van slechte arbeidsomstandigheden, opgenomen? Zo ja, welke sociale criteria gelden bij aanbesteding van het schoonmaakwerk? Zo neen, bent u bereid deze uit te werken en de Kamer hierover te informeren?

Antwoord vraag 7
In 2010 moet de rijksoverheid bij al haar inkopen en aanbestedingen duurzaamheid als zwaarwegend criterium meenemen. Dit geldt ook bij het inkopen en aanbesteden van schoonmaakdiensten. Dat de ministeries hierop anticiperen, blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat het ministerie van Economische Zaken het duurzaam inkopen reeds hanteert als criterium bij de lopende aanbestedingsprocedure voor schoonmaakdiensten.

Vraag 8
Onderschrijft u de behoefte van schoonmakers aan meer respect en zichtbaarheid? Zo ja, wat is uw mening over de wens van de schoonmakers om meer overdag in plaats van de vroege ochtend en late avond te werken? Bent u bereid hierover in gesprek te gaan met de voor de ministeries werkzame schoonmakers en schoonmaakbedrijven? Zo ja, wanneer? Zo neen, waarom niet?

Antwoord vraag 8
Volgens de hiervoor beschreven verantwoordelijkheidsverdeling is het van belang dat schoonmakers en schoonmaakbedrijven onderling goede afspraken maken, bijvoorbeeld over de werktijden. Het gesprek dient dan ook tussen die partijen plaats te vinden. Zoals aangegeven in het antwoord op vragen 3 en 4 wordt bij de departementen rekening gehouden met de wensen van de schoonmakers.

Share Button