Netcongestie remt de Nederlandse economie. Twee op de drie organisaties (65%) ervaart het volle stroomnet als belemmering voor de bedrijfsvoering. Binnen de energie- en utiliteitssector loopt dit zelfs op tot 90%. Dit blijkt uit het Strategie Trendsonderzoek 2026 van adviesbureau Berenschot. Bedrijven die willen uitbreiden, elektrificeren of verduurzamen, lopen steeds vaker vast doordat de benodigde ruimte op het elektriciteitsnet ontbreekt.
“Netcongestie raakt inmiddels de economische groei van Nederland. Bedrijven willen vooruit, maar lopen steeds vaker tegen de grenzen van het systeem aan. De positieve boodschap is: groei blijft mogelijk, maar dan moeten we het wel slimmer organiseren”, aldus Rutger Bianchi, Managing Consultant bij Berenschot.
Ook in de industrie is de impact zichtbaar. Daar noemt 50% netcongestie een belangrijk obstakel voor uitbreiding van de bedrijfsvoering. Daarmee wordt het volle stroomnet ook een factor in het investeringsklimaat en de toekomstige concurrentiekracht van Nederland.
Uitbreiden alleen is niet genoeg
De omvang van de bouwopgave blijft groot. Maar bouwen alleen lost het probleem niet op. Uit het onderzoek blijkt dat binnen de energie- en utiliteitssector slechts 5% volledige capaciteitsuitbreiding als de belangrijkste oplossing ziet. Bijna zeven op de tien (67%) ziet de meeste potentie juist in een combinatie van netuitbreiding en innovatie.
“De vraag is niet meer óf innovatie nodig is, maar hoe snel bedrijven, netbeheerders en overheid het energiesysteem anders kunnen organiseren. Meer kabels blijven nodig, maar ook flexibiliteit, samenwerking en slimmer gebruik van bestaande capaciteit worden bepalend. Wie blijft wachten tot het net overal is uitgebreid, verliest kostbare tijd”, zegt Bianchi.
Flexibiliteit noodzakelijk
Bedrijven kunnen niet meer vanzelfsprekend stroom gebruiken wanneer het hun uitkomt. Ze zullen hun energiegebruik vaker moeten plannen op momenten waarop het net ruimte heeft. Dat vraagt om concrete oplossingen zoals flexcontracten, alternatieve transportrechten, tijdsafhankelijke nettarieven, slimme sturing, lokale opslag en samenwerking in energiehubs. Ook energie-uitwisseling tussen woon- en werkgebieden en innovatieclusters worden in het Berenschot-rapport genoemd als manieren om lokaal sneller ruimte te creëren.
Innovatie moet uit de pilotfase
Hoewel innovatie breed wordt gezien als onderdeel van de oplossing, is de manier waarop organisaties innovatie organiseren nog niet vanzelfsprekend volwassen. Organisaties in de energie- en utiliteitssector besteden vaak 1 tot 3% van de omzet aan innovatie. Volgens Berenschot wijst dat niet op een gebrek aan innovatie, maar op een aanpak die vaak voorzichtig en gefragmenteerd is. “De oplossing zit niet in nóg meer innovatieprojecten, maar in scherpere keuzes”, stelt Bianchi. “Welke oplossingen helpen echt om netcongestie te verminderen? Wie neemt daarvoor verantwoordelijkheid? En hoe zorgen we dat succesvolle oplossingen niet in de pilotfase blijven hangen, maar onderdeel worden van de dagelijkse praktijk? Pas dan krijgt innovatie structureel effect.”
Samenwerking wordt randvoorwaarde
Netcongestie laat zich niet oplossen binnen de grenzen van één organisatie. Samenwerking tussen bedrijven, netbeheerders, kennisinstellingen en overheden wordt daarmee een randvoorwaarde. “Samenwerking versnelt innovatie doordat risico’s en investeringen worden gedeeld, leerprocessen sneller verlopen en de kans op brede adoptie toeneemt. Netcongestie vraagt niet alleen om technische oplossingen, maar om scherpe keuzes, snellere uitvoering en nieuwe vormen van samenwerking”, sluit Bianchi af.
Rapporten:
Energierapport Strategie Trendsonderzoek 2026.pdf
Strategie Trendsonderzoek Industrie 2026.pdf
StrategieTrendsonderzoek 2026.pdf
Bron: Berenschot
