De Nederlandse luchtvaart en energieketen zijn het over één ding eens: zonder Sustainable Aviation Fuels (SAF) blijven de klimaatdoelen van de sector buiten bereik. Toch verwacht minder dan de helft van de sector een brede adoptie in 2030 zoals initieel gepland. Nieuw onderzoek biedt inzicht in de potentie van SAF voor de economie.
In 2025 lag het SAF-gebruik op 2% – een fractie van wat nodig is voor significante impact op de sectoruitstoot. Tegelijkertijd signaleren we enkele knelpunten die, mits we ze slim adresseren, juist als springplank kunnen dienen voor verdere groei.
Het onderzoeksrapport “Cacophony to Symphony: Successfully scaling sustainable aviation fuel” is gebaseerd op wereldwijde inzichten van bijna 600 leidinggevenden in de SAF-keten. Ze wijzen allemaal naar een aantal redenen waarom SAF nog niet van de grond lijkt te komen.
Fundamenteel is het een kostenkwestie: de hele keten verwacht dat SAF ook in 2030 duurder blijft dan kerosine. Zo rekenen luchtvaartmaatschappijen gemiddeld op 98% hogere kosten, maar producenten zelfs op 148%. Dat drijft risico-opslagen op en vergroot de financieringskloof – geen houdbare situatie voor een branche met flinterdunne marges.
Onderliggend speelt een mismatch tussen beleid en praktijk, waardoor huidige maatregelen nog onvoldoende leiden tot daadwerkelijke opschaling van productie en gebruik. Het gevolg is een afwachtende houding, waarbij meer dan een derde van de luchtvaartmaatschappijen nog geen SAF inzet en 37% van die groep daar geen plannen voor heeft. Bij 66% van de luchthavens ontbreekt überhaupt een SAF-strategie. Ook aan de productiekant hapert het: zo zetten grote spelers zoals Shell en BP hun SAF-projecten in Rotterdam in 2025 stop omdat ze onvoldoende concurrerend werden geacht.
Voorbij de impasse
We krijgen SAF pas echt betaalbaar en schaalbaar als we in Europa beleid, infrastructuur en vraagvorming tegelijkertijd organiseren. Iedere euro beleidsonzekerheid vertaalt de markt in hogere kapitaalkosten – en dus in duurdere liters. Omgekeerd drukken inkomenszekerheid en gebundelde vraag het risicoprofiel én de prijs.
Nederland is uitstekend gepositioneerd voor SAF-opschaling: ambitieuze doelen voor 2030-2050, hoogwaardige infrastructuur en logistiek, een sterke energie- en CO₂-basis voor e-fuels en een robuuste luchtvaartsector. Het potentieel als SAF-hub is groot, mits we dit potentieel nú verzilveren. Volgens onze recente economische impact-assessment voor het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kan de SAF-sector in 2050 jaarlijks tot wel 1 miljard aan bruto toegevoegde waarde genereren en zo’n 6.500 FTE ondersteunen – circa 25-30% van de huidige economische voetafdruk van de gehele Nederlandse raffinagesector.
Dat vraagt om een gecoördineerde aanpak langs drie assen: beleid, infrastructuur en vraagstimulering. Overheidsbeleid is een doorslaggevende factor. Zonder aanvullende maatregelen blijft SAF een nichesector. Voor ambitieuzere resultaten is een gecoördineerd pakket aan maatregelen nodig dat zich richt op inkomenszekerheid voor producenten, concurrentievermogen, ontwikkeling van grondstoffen, toegang tot het elektriciteitsnet en het verhelpen van vergunningsbeperkingen. Begin bijvoorbeeld met een Nederlandse variant op een revenue certainty-mechanisme zoals in de UK wordt ontwikkeld. Dat alleen al verlaagt risicopremies en brengt investeringsbeslissingen dichterbij.
Rond Schiphol betekent dit dat er onder meer voldoende opslag, mengcapaciteit, pijpleidingen en tankdiensten nodig zijn, met open en transparante toegang. Hoe opener en concurrerender het systeem, hoe sneller de literprijs daalt. Aan de vraagkant verschuiven afnemers van koper naar mede-maker, in een Nederlandse coalitie waarin luchtvaartmaatschappijen, cargo-bedrijven en grote corporates samen volumes inkopen. Met eenvoudige, vergelijkbare contracten (met duidelijke prijsbanden en flexibiliteit) en een book & claim-systeem via een betrouwbaar register kunnen CO₂-reducties eerlijk worden toegekend en zakt de effectieve inkoopprijs.
Verdere versnelling vraagt om standaardisatie en transparantie: voorbeeldcontracten, openbare voortgangscijfers en een uniforme manier van rapporteren beperken de administratieve rompslomp, vergroten vertrouwen en geven financiers het overzicht dat zij nodig hebben.
Dit is dan ook een oproep om kostenreductie als gezamenlijke missie te kiezen. Omdat op de meeste luchthavens één product uit de brandstofpool wordt getankt (met of zonder SAF), beginnen we het best met lage blends per luchthaven en wijzen we de impact toe aan specifieke routes. Zo leveren kleine percentages al leereffecten en volumetractie op, terwijl de meerkosten per passagier beheersbaar blijven met slimme prijsstelling en verhandelbare SAF-attributen.
De prijs van niet handelen is groot. Dat brengt immers het risico met zich mee dat we een strategisch belangrijke industrie uit onze handen laten glippen en dat andere landen de leiding nemen. De aanvliegroute is dus helder: stem de spelregels af, verdeel risico’s eerlijk en maak van Nederland de hub in de SAF-keten – de plek waar SAF schaalbaar wordt.
Wat is SAF?
SAF is een duurzamer alternatief voor kerosine en kun je bijmengen in een brandstofmix zonder aanpassingen aan vliegtuigen of infrastructuur te hoeven doen. Het kan via meerdere routes worden geproduceerd: naast afval- en reststromen (zoals gebruikte oliën, landbouw- en houtresten), ook uit alcohol en duurzame energie. SAF stoot gedurende de volledige levenscyclus minder CO₂ uit dan kerosine (hoeveel minder hangt natuurlijk af van grondstoffen en processen).
Bron: PA Consulting
