ERE’s maken laden en elektrificatie financieel interessant. Door CO₂-reductie om te zetten in verhandelbare eenheden ontstaat een extra inkomstenbron. Ontdek hoe het werkt, wat het je oplevert en hoe je eenvoudig kunt starten.

Wat is een ERE?

De ERE, de Emissiereductie-eenheid, is in januari 2026 ingevoerd om opwekkers van duurzame energie financieel te belonen. Elke kWh die je via een laadpaal aan een elektrisch voertuig levert, kan geld opleveren.

In dit kennisdossier lees je hoe het ERE-systeem werkt, van beleid tot businesscase. Het is bedoeld voor ondernemers met zakelijke laadpalen of een elektrische vloot, én partijen die willen samenwerken met Kenter Groendus om de ERE-dienstverlening aan hun klanten aan te bieden. Denk hierbij aan EV-(potentiële) klanten die al een laadplein hebben (met of zonder HBE’s) en nu willen uitbreiden of hun (nieuwe) laadplein sneller willen terugverdienen, eventueel met uitbreiding met zon. En aan (potentiële) transportklanten die gaan elektrificeren en hun businesscase kunnen rondmaken met ERE’s.

Let op: het ERE-systeem geldt sinds 1 januari 2026, maar het vernieuwde register (REV) van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) opent naar verwachting pas in mei/ juni 2026. De informatie in dit dossier is gebaseerd op de meest recente openbare bronnen, maar details kunnen nog wijzigen.

In dit artikel lees je:
– Wat is een ERE?
– Waarom nu? Van HBE naar ERE
– Hoe werkt het ERE-systeem?
– Wie kan ERE’s verdienen?
– Wat leveren ERE’s op?
– Een praktisch stappenplan

1. Wat is een ERE?

Een ERE, ofwel Emissiereductie-eenheid, is een digitaal certificaat waarmee je laat zien dat er één kilogram CO₂(-equivalent) minder is uitgestoten, in vergelijking tot een situatie waarin je fossiele brandstoffen gebruikt.

De logica is eenvoudig: als een elektrisch voertuig laadt in plaats van tankt, vermijd je CO₂-uitstoot. Die vermeden uitstoot wordt vastgelegd in een certificaat.

1 ERE = 1 kg CO₂-equivalent emissiereductie in de keten, ten opzichte van de fossiele referentiewaarde.

ERE’s zijn geen subsidie en geen spaarpunten. Het zijn boekhoudkundige eenheden die waarde krijgen doordat andere bedrijven, zoals grote brandstofleveranciers, ze wettelijk nodig hebben om aan hun duurzaamheidsverplichtingen te voldoen.

ERE’s worden geregistreerd en verhandeld via het Register Energie voor Vervoer (REV), beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Een ERE wordt pas gecreëerd nadat de duurzame prestatie heeft plaatsgevonden en dat ook is gecheckt. De prijs staat nooit van tevoren vast; die wordt bepaald door de markt.

Waarom nu? Van HBE naar ERE

ERE’s zijn de opvolger van de Hernieuwbare Brandstof Eenheid (HBE), een systeem dat al sinds 2015 in Nederland bestond. Tot en met 2025 verdienden partijen die hernieuwbare energie leverden aan de transportsector HBE-certificaten: 1 HBE per gigajoule hernieuwbare energie. Daarmee konden ze voldoen aan hun Jaarverplichting Energie voor Vervoer.

De aanleiding: RED III

De Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED III) stelt strengere klimaatdoelen voor de transportsector. Nederland past deze richtlijn toe via de Brandstoftransitieverplichting (BTV), die sinds 1 januari 2026 geldt. Het doel: 14,5% minder broeikasgasuitstoot in de brandstofketen in 2030.

Wat is er veranderd?

Het grote verschil tussen HBE en ERE zit in de meetlat:

  • HBE’s stuurden op energievolume: hoeveel gigajoule hernieuwbare energie lever je?
  • ERE’s sturen op daadwerkelijke emissiereductie: hoeveel kg CO₂ bespaar je in de keten?

Dit heeft directe gevolgen voor de berekening.

Vergelijk: een elektrisch voertuig dat laadt op hernieuwbare stroom scoort relatief goed in het ERE-systeem, omdat de CO₂-intensiteit van elektriciteit lager is dan die van fossiele brandstoffen. Bij biobrandstoffen is er, afhankelijk van de grondstof, nog altijd sprake van enige uitstoot in de keten. En dat maakt hun ERE-opbrengst per eenheid lager dan bij HBE’s.

Heb je nog uitstaande HBE’s? Dan worden die 1 mei 2026 door de NEa omgezet naar ERE’s. 1 HBE staat dan gelijk aan 46 ERE’s.

2. Hoe werkt het ERE-systeem?

Het systeem draait om de Brandstoftransitieverplichting (BTV) voor grote leveranciers van benzine en diesel. Zij moeten jaarlijks aantonen dat een bepaald percentage van hun brandstofvolume is verduurzaamd.

Die verplichting lossen ze in met ERE-certificaten: ofwel door zelf hernieuwbare energie in te boeken, ofwel door certificaten op de markt te kopen van partijen die wél verduurzamen. Hierdoor ontstaat een handelssysteem met een concrete marktprijs.

Wie kan ERE’s genereren?

Elke partij die aantoonbaar hernieuwbare energie levert aan vervoer in Nederland, kan ERE’s genereren. In de praktijk zijn dit:
– Exploitanten van laadpalen (openbaar, semiopenbaar of zakelijk)
– Bedrijven die een elektrische vloot opladen op eigen locatie
– Leveranciers van biobrandstoffen, groene waterstof of andere hernieuwbare brandstoffen
– Particulieren met een thuislaadpunt

Hoe gaat dat in z’n werk?

Als je hernieuwbare energie levert aan vervoer, wordt deze levering geregistreerd (ingeboekt) in het Register Energie voor Vervoer (REV). De NEa kent op basis daarvan ERE’s toe. Deze ERE’s worden verhandeld aan brandstofleveranciers die ze nodig hebben voor hun BTV-verplichting.

Inboeken kan het hele jaar door. De jaarlijkse deadline voor inboekingen over het voorgaande kalenderjaar ligt op de laatste werkdag vóór 1 maart. Jaarlijks is ook een verificatie door een geaccrediteerde partij (zoals DEKRA of Normec QS) verplicht; die resultaten moeten vóór 30 april in het REV staan.

Het vernieuwde REV opent naar verwachting pas in mei/ juni 2026. Partijen die willen inboeken over 2026 kunnen dat dus nog niet direct aan het begin van het jaar doen.

Soorten ERE’s

Het systeem kent drie varianten van ERE’s:

  • ERE (standaard): voor biobrandstoffen en andere hernieuwbare brandstoffen die bijdragen aan CO₂-reductie in de keten.
  • ERE-E (elektriciteit): de variant die ontstaat bij het laden van elektrische voertuigen. Dit is de meest relevante categorie voor laadpaalexploitanten.
  • ERE-R (RFNBO’s): voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, zoals groene waterstof en e-fuels. Relevant voor de toekomstige verduurzaming van zwaar transport.

De indeling in sectoren (land, zeevaart, binnenvaart) is nieuw in het ERE-systeem. Voor laadpalen en elektrische voertuigen valt alles onder de sector ‘land’. Deze sectorverdeling scheidt de markten. Dat kan ervoor zorgen dat de ERE-E-prijs (voor het wegvervoer) stabieler en mogelijk hoger uitvalt dan bij de vroegere HBE’s.

3. Wie kan ERE’s verdienen?

ERE-E’s zijn toegankelijk voor een brede doelgroep: van particulier tot grote vlootbeheerder. Het is niet iets voor alleen grote partijen. Juist ook voor mkb’ers en vastgoedeigenaren kan het heel interessant zijn.

Mkb-ondernemers en eigenaren van laadpalen

Bedrijven met één of meer laadpalen op eigen terrein kunnen de geladen kWh’s laten inboeken via een inboekdienstverlener. Voorwaarde is een MID-gecertificeerde meter in de laadpaal (een externe meter in de meterkast volstaat niet).

Zelfstandig inboeken kan alleen vanaf een drempelwaarde van 2 miljoen kWh per jaar. Dat is een fors volume dat de meeste mkb’ers niet halen; zij zijn aangewezen op een inboekdienstverlener die meerdere partijen samenvoegt. Je deelt dan de kosten van verificatie (jaarlijks verplicht) en administratie.

Bedrijven met een elektrische vloot

Haal je die drempelwaarde wel, bijvoorbeeld als transportbedrijf, leasemaatschappij of andere organisatie met een elektrisch wagenpark of vrachtwagenvloot? Dan kun je zelf de laadsessies op eigen laadpalen inboeken. Hoe groter het geladen volume, hoe hoger de mogelijke ERE-opbrengst. Elektrische vrachtwagens laden doorgaans grote volumes, waardoor de opbrengst per voertuig significant kan zijn.

Sinds 2026 kun je ook het laden van elektrische mobiele bouwmachines (zoals kranen, graafmachines en landbouwtrekkers) inboeken onder de sector land. Dat biedt kansen voor bouw- en agrarische bedrijven.

Ondernemers die laden op eigen zonnestroom

Wek je zelf zonne-energie op én lever je die stroom aantoonbaar en direct (binnen hetzelfde WOZ-object) aan je laadpalen? Dan kun je aanspraak maken op 100% hernieuwbaar in de berekening. Dat levert meer ERE-E’s op per kWh dan bij laden op netstroom. De vereiste is administratief streng: je moet per uur kunnen aantonen dat de opwek gelijk of groter was dan het totale verbruik op de locatie.

Partners en CPO’s

Naast directe eindgebruikers zijn er ook partijen die de ERE-dienstverlening aanbieden aan hun eigen klanten of netwerk. Denk aan:

  • Vastgoedbeheerders of VvE’s die meerdere laadpunten beheren
  • Leasemaatschappijen die de ERE-opbrengst willen verrekenen met hun klanten
  • Laadpaalexploitanten (CPO’s) die geautomatiseerd willen inboeken voor een aantal locaties
  • Energiecoöperaties of gemeenten die verduurzaming willen koppelen aan een financieel rendement

Voor deze partijen ligt de kracht van ERE’s in directe opbrengst, en in de waarde die het toevoegt aan hun dienstverlening.

Particulieren met een thuislaadpunt

Sinds 2026 kunnen ook particulieren die thuis laden meedoen aan het ERE-systeem. Dat kan niet zelfstandig: je deelname loopt dan altijd via een inboekdienstverlener. Die partij registreert de geladen kWh’s namens de particulier bij de NEa en deelt de opbrengst uit na verkoop van de ERE’s.

4. Wat levert het op?

ERE’s hebben geen vaste prijs. De waarde wordt bepaald door vraag en aanbod op de certificatenmarkt. Zijn er veel brandstofleveranciers die ERE’s nodig hebben en is het aanbod beperkt? Dan stijgt de prijs. Worden er veel ERE’s ingeboekt? Dan daalt de prijs.

Er bestaat geen vaste prijs voor ERE’s. De opbrengst per kWh is variabel en afhankelijk van de markt.

Op basis van historische HBE-prijzen en marktschattingen voor 2026 gaan schattingen rond van zo’n €0,10 per geladen kWh. Maar dit is een indicatie, geen garantie. Diverse commerciële partijen communiceren optimistische opbrengstverwachtingen: wees kritisch op beloftes die geen voorbehoud maken voor marktfluctuaties.

Rekenvoorbeelden

Mkb met laadpalen op bedrijfsterrein
Een bedrijf met vijf laadpalen die elk gemiddeld 10.000 kWh per jaar leveren (50.000 kWh totaal), heeft bij €0,10 per kWh een indicatieve bruto-opbrengst van €5.000 per jaar. Hier staan de kosten van inboeken en verificatie tegenover.

Elektrische vrachtwagen
Een zware elektrische vrachtwagen die intensief gebruikt wordt, laadt jaarlijks grote volumes. Bij een gunstige marktprijs kan de ERE-E-opbrengst dan oplopen tot zo’n €10.000 per jaar per voertuig. Dit is een bovengrens; de werkelijke opbrengst hangt sterk af van laadgedrag en marktomstandigheden.

Alle genoemde bedragen zijn indicaties op basis van HBE-historische data en marktschattingen voor 2026. De werkelijke ERE-markt is nieuw; prijsontwikkeling is onzeker.

Hou ook rekening met deze kosten

ERE’s inboeken kost geld. De voornaamste kostenposten zijn:

  • Jaarlijkse en verplichte inboekverificatie door een geaccrediteerde verificateur
  • Administratie en datamanagement (laaddata, koppeling met REV)
  • Eventuele vergoeding aan de inboekdienstverlener (commissie of vast tarief)

Bij gebruik van een inboekdienstverlener deel je deze kosten over meerdere deelnemers, wat de drempel voor kleinere partijen kan verlagen.

5. En nu? Stappenplan

Wil je aan de slag met ERE’s? Hieronder een praktisch overzicht van de stappen.

Stap 1. Is je laadpunt geschikt?

Als basisvoorwaarde heb je een MID-gecertificeerde meter in de laadpaal zelf nodig. Een aparte meter in de meterkast volstaat niet. Heb je nog geen MID-laadpaal? Dan is vervanging of upgrade de eerste stap.

Als je via Kenter Groendus een nieuwe laadpaal aanschaft, is dit standaard geregeld.

Stap 2. Bepaal je route: zelfstandig of via inboekdienstverlener

Lever je meer dan 2 miljoen kWh per jaar aan vervoer? Dan kun je overwegen zelfstandig in te boeken bij de NEa. Voor mkb’ers en kleinere partijen is het meestal praktischer om een inboekdienstverlener in te schakelen.

Stap 3. Sluit een contract af met een inboekdienstverlener

Een contract loopt minimaal één kalenderjaar. Let op het verdienmodel en de manier van uitbetaling.

Stap 4. Zorg voor correcte datakoppeling

De inboekdienstverlener heeft toegang nodig tot je laaddata. Een goed werkend backofficesysteem is dus noodzakelijk.

Stap 5. Jaarlijkse verificatie en rapportage

De ingeboekte hoeveelheden moeten jaarlijks worden geverifieerd door een geaccrediteerde partij.

Stap 6. Volg de markt

De ERE-markt is nieuw en prijzen kunnen fluctueren. Het loont om bewust te kiezen wanneer je verkoopt.

Koen Elands, Commercial Product Manager EV B2B bij Kenter Groendus