Een geharmoniseerde set Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) op bedrijfsniveau moet Nederlandse boeren, overheden en ketenpartijen helpen om gerichter te sturen op klimaat, biodiversiteit, water, bodem, schaarse bronnen en dierenwelzijn. Het doel is om een gezamenlijke basis te leggen onder meetbare duurzaamheidsprestaties, zodat er meer ruimte komt voor vakmanschap van de boer en minder administratieve versnippering.
Al tientallen jaren werkt Nederland aan verduurzaming van de landbouw. Toch blijft de voortgang op urgente doelen als stikstofreductie, klimaat, waterkwaliteit en biodiversiteit achter. Volgens onderzoekers van Wageningen University & Research (WUR) komt dat mede doordat beleid sterk is ingericht op afzonderlijke maatregelen en dossiers, terwijl op bedrijfsniveau vaak onduidelijk is wat precies moet worden bereikt.
Boeren ervaren bovendien beperkte ruimte om zelf passende oplossingen te kiezen. Tegelijk ontbreken effectieve prikkels om daadwerkelijk te verduurzamen. Als alternatief groeit, ook internationaal, de aandacht voor zogenoemde performance-based policies, ofwel doelsturing. Daarbij wordt niet voorgeschreven wat een boer moet doen, maar gemeten wat een bedrijf daadwerkelijk bijdraagt aan maatschappelijke doelen.
WUR presenteert daarom een kernset van kritische prestatie-indicatoren die de duurzaamheidsprestaties van individuele landbouwbedrijven integraal inzichtelijk maakt.
Eén duurzaamheidstaal voor boer, overheid en keten
De KPI-kernset vormt een brug tussen beleidsdoelen en de praktische bedrijfsvoering op het boerenerf. “Door te sturen op prestaties in plaats van maatregelen krijgen boeren meer handelingsruimte, terwijl overheden en marktpartijen beter kunnen beoordelen of doelen daadwerkelijk worden gehaald,” zegt hoofdauteur Joan Reijs. De indicatoren hebben zoveel mogelijk alleen betrekking op de factoren waarop de boer zelf invloed heeft.
De kernset bouwt voort op bestaande praktijkinitiatieven en is ontwikkeld in een meerjarig project samen met o.a. Boerenverstand en Louis Bolk Instituut in opdracht van het ministerie van LVVN, waarin wetenschappelijke kennis en praktijkervaring samenkwamen in verschillende pilots. De uitwerking is nu beschreven voor melkveehouderij en akkerbouw.
De set is nadrukkelijk geen eindproduct, maar een onderbouwd voorstel voor verdere ontwikkeling. Doel is te komen tot een gemeenschappelijke duurzaamheidstaal die zowel publiek als privaat kan worden gebruikt, en die administratieve lasten en ontwikkelkosten verlaagt doordat niet iedere partij een eigen meetsysteem hoeft te ontwikkelen en beheren.
Dertien samenhangende duurzaamheidindicatoren
De voorgestelde set KPI’s beslaat dertien onderwerpen, waaronder ammoniakemissie, stikstof- en fosfaatoverschotten, broeikasgasemissies, gewasbescherming, organische stof in de bodem, gewasdiversiteit, natuur en landschap en dierenwelzijn. Sommige KPI’s, met name rond energie, circulariteit,waterkwantiteit en dierenwelzijn, bevinden zich nog in een ontwikkelfase.
Belangrijk uitgangspunt is dat niet één KPI één beleidsdoel afdekt. Juist de integrale set moet voorkomen dat bedrijven op één thema hoge scores behalen, terwijl zij op andere thema’s achterblijven. Door het in samenhang te beoordelen wordt zichtbaar gemaakt hoe prestaties op het ene terrein doorwerken op het andere.
Voor melkveehouders kunnen veel KPI’s al worden berekend met bestaande systemen, zoals de KringloopWijzer. Voor akkerbouwers zijn gegevens uit bedrijfsmanagementsystemen en perceelsregistraties nodig, maar is verdere automatisering vereist.
Drie functies in de praktijk: management, verantwoording en sturing
Uit de pilots blijkt dat de KPI-kernset drie functies kan vervullen:
- Ten eerste als managementinstrument voor boeren zelf, hoewel in sommige gevallen meer detailinformatie gewenst is.
- Ten tweede als verantwoordingsinstrument voor overheden en bedrijven, bijvoorbeeld voor provinciale monitoring, landelijke voortgangsrapportages of Europese duurzaamheidsrapportage.
- Ten derde als sturingsinstrument. In de zuivelsector en bij provincies worden al premies gekoppeld aan KPI-scores. Ook banken en terreinbeherende organisaties passen al KPI’s toe via rentekortingen of pachtvoorwaarden.
Basis voor bedrijfsgerichte doelsturing en borging emissiereductie?
Het Rijk werkt aan de ontwikkeling van bedrijfsgerichte doelsturing op stikstof, klimaat en water. Ook provincies zijn op zoek naar onderbouwing van emissiereductie op bedrijfsniveau. De KPI-kernset kan hiervoor in theorie de meetbasis vormen, mits KPI’s juridisch geborgd en nauwkeurig genoeg worden vastgesteld. Hiervoor is het belangrijk dat juridische eisen aan nauwkeurigheid en borging scherp worden geformuleerd. Met dit soort eisen kunnen KPI berekeningen worden verfijnd, bijvoorbeeld via onderbouwing met emissiemetingen, en kan de benodigde borging worden georganiseerd. Los daarvan kunnen KPI’s een belangrijke rol spelen in het onderbouwen van emissiereductie op gebiedsniveau of landelijk.
Data, standaardisatie en governance
Een belangrijke les uit het project is dat brede toepassing alleen mogelijk is met verdere automatisering. Datastromen uit onder meer perceelsregistraties, satellietbeelden, bedrijfsadministraties en sensoren moeten beter worden benut. De onderzoekers pleiten voor een gelaagde data-architectuur waarin dataverzameling, rekenmodules en dashboards van elkaar zijn gescheiden. Open en centraal beheerde rekenregels moeten voorkomen dat verschillende versies van KPI berekeningen ontstaan, wat het vertrouwen kan ondermijnen.
Reijs: “Volledige uniformiteit tussen alle toepassingen is in de praktijk niet haalbaar en ook niet nodig, maar vergaande harmonisatie, met name in de data- en rekenlaag van KPI-berekeningen, is noodzakelijk om administratieve lasten te beperken en vergelijkbaarheid te waarborgen. Dat vraagt om duidelijke governance, waarin publieke en private partijen samen afspraken maken over definities, juridische borging en verdere doorontwikkeling.”
Bron: Wageningen University & Research (WUR)

