Afval is voor veel mensen het einde van een proces. Iets zonder waarde wat je zo snel mogelijk afvoert. Toch is wat we jarenlang afval noemden in een circulaire economie steeds vaker het begin van een nieuwe grondstoffenstroom. In plaats van materialen te verbranden of af te voeren, zet je ze opnieuw in als grondstof.
De einde-afvalstatus maakt dit juridisch mogelijk. Het is het moment waarop een materiaal niet langer ‘afval’ is, maar weer een volwaardige grondstof wordt. Dankzij deze einde-afvalstatus mag je het materiaal gewoon weer als product verkopen en toepassen. Heeft afval deze status niet? Dan blijft het een reststroom die onder strikte afvalwetgeving valt, met alle beperkingen voor transport, verwerking en handel.
Niet het einde, maar het begin van de keten
Hoewel de naam anders doet vermoeden, is de einde-afvalstatus geen slotstuk. Het is juist het startsein voor hergebruik, waardebehoud en innovatie. Steeds vaker spreken bedrijven daarom over een begin-grondstoffenstatus. Een term die beter weerspiegelt wat er daadwerkelijk gebeurt. Het verandert bovendien de mindset binnen jouw organisatie: van ‘afval weggooien’ naar ‘grondstof inzetten’. Blijf je materialen zien als afval, dan behandel je ze ook zo. Erken je ze als grondstoffen in wording, dan ontwerp je ketens, processen en producten anders. En dat heeft positieve gevolgen voor het milieu. Je sluit immers kringlopen, bespaart primaire grondstoffen en vermindert CO2-uitstoot.
Waarom deze switch belangrijk is
Deze mindset-shift heeft ook concrete zakelijke voordelen. De einde-afvalstatus (of beter: begin-grondstoffenstatus) geeft jouw secundaire grondstoffen juridische duidelijkheid en toegang tot de markt. Economisch word je minder afhankelijk van dure primaire grondstoffen, ecologisch verlaag je de CO2-uitstoot van je organisatie. Ook dwingt de status je tot innovatie: je ontwikkelt nieuwe toepassingen en producten voor materialen die je eerder weggooide.
De praktijk: zo werk je toe naar een begin-grondstoffenstatus
Om daadwerkelijk de stap van afval naar grondstof te maken, kun je als organisatie verschillende stappen ondernemen:
1. Begin met het herkennen van kansrijke afvalstromen
Breng binnen je organisatie in kaart welke reststromen potentieel geschikt zijn om als secundaire grondstof te dienen. Let daarbij op de zuiverheid van de stroom. Hoe minder vervuiling en vermenging met andere materialen, hoe groter de kans op hergebruik. Check ook of het volume economisch interessant is voor aparte inzameling. Het is daarbij belangrijk om te kijken naar bestaande of potentiële toepassingen in de markt.
2. Documenteer de kwaliteit van jouw afvalstromen
Zorg ervoor dat de materialen die je wilt hergebruiken voldoen aan technische en wettelijke eisen. Door eigenschappen, herkomst en bewerkingsstappen vast te leggen, wordt inzichtelijk dat het materiaal geschikt is voor hergebruik.
3. Werk samen met gecertificeerde verwerkingspartners
Traceerbaarheid is cruciaal. Je moet namelijk kunnen aantonen waar een materiaal vandaan komt, hoe het is ontstaan en welke bewerkingen het heeft ondergaan. Zonder die transparantie blijft een materiaal juridisch en praktisch ‘afval’. Goede traceerbaarheid geeft afnemers vertrouwen, maakt compliance met wetgeving aantoonbaar en verkleint risico’s in de keten.
4. Gebruik de EU-einde-afvalcriteria als leidraad
In plaats van deze criteria te zien als juridisch obstakel, kunnen ze richting geven aan je interne processen en compliance. Ze maken duidelijk waar een materiaal aan moet voldoen om daadwerkelijk als grondstof te kunnen functioneren.
5. Communiceer intern én extern over de waarde
Intern helpt het gesprek om reststromen niet langer te benaderen als een kostenpost, maar als een grondstof die waarde kan toevoegen. Extern is transparantie met afnemers, verwerkers en toezichthouders over kwaliteit, volumes en toepassingen cruciaal om wederzijds vertrouwen te creëren en ketens op elkaar af te stemmen.
6. Ontwikkel toepassingen en businessmodellen rondom hergebruik
Secundaire grondstoffen worden pas echt waardevol wanneer ze een plek krijgen in producten en processen. Denk aan voedingsmiddelfabrieken die productieoverschotten hergebruiken als ‘rework’ wanneer de receptuur dit toelaat. Of een stickerfabrikant die een gebruikte rol terugneemt en weer inzet voor nieuwe stickerrollen.
7. Meet en rapporteer je impact
Door te meten hoeveel primaire grondstoffen je bespaart en hoeveel CO2-uitstoot je voorkomt, maak je de waarde van circulariteit concreet en aantoonbaar. Dat helpt bij interne besluitvorming, maar ook richting klanten, financiers en toezichthouders. Bovendien sluit het aan bij toenemende rapportageverplichtingen en duurzaamheidsdoelen.
Afval als beginpunt
Wie afval blijft zien als eindpunt, laat waarde liggen. Wie het benadert als het begin van een nieuwe cyclus, creëert ruimte voor concrete innovatie. Niet alleen in beleid of in jouw keten, maar ook in je dagelijkse beslissingen over inkoop, productie en afvalverwerking. De echte vraag voor duurzaam ondernemen is daarom niet of afval waarde heeft, maar hoe je daar in al je processen mee omgaat.
Gijs Derks, directeur Milgro


