De EU heeft moeite om de voorziening van de benodigde grondstoffen veilig te stellen om haar energie- en klimaatdoelstellingen te realiseren. Dat is de conclusie van de Europese Rekenkamer (ERK) in een nieuw verslag. De maatregelen van de EU voor de diversificatie van de invoer leveren geen tastbare resultaten op, knelpunten belemmeren de productie in de lidstaten en recycling staat nog in de kinderschoenen. Tegen deze achtergrond achten de auditors het onwaarschijnlijk dat veel door de EU gesteunde projecten op tijd zullen slagen.
De overgang van de EU naar hernieuwbare energie is sterk afhankelijk van technische apparatuur zoals batterijen, windturbines en zonnepanelen. Al deze technologieën vereisen kritieke grondstoffen zoals lithium, nikkel, kobalt, koper en zeldzame aardmetalen. De meeste van deze materialen zijn momenteel geconcentreerd in één of enkele niet-EU-landen, zoals China, Turkije en Chili. Om deze kwetsbaarheid aan te pakken, heeft de EU in 2024 de verordening kritieke grondstoffen aangenomen. Deze verordening heeft tot doel de voorzieningszekerheid op lange termijn te waarborgen van 26 mineralen die worden aangemerkt als essentieel voor de energietransitie.
“Zonder kritieke grondstoffen is er geen energietransitie, geen concurrentievermogen en geen strategische autonomie mogelijk. Helaas zijn we momenteel te sterk afhankelijk van een handvol niet-EU-landen voor de levering van deze grondstoffen”, zegt Keit Pentus-Rosimannus, het ERK-lid dat verantwoordelijk is voor de controle. “Het is daarom van cruciaal belang dat de EU haar inspanningen opvoert en haar kwetsbaarheid op dit gebied vermindert.”
De voorziening kan worden veiliggesteld door de invoer te diversifiëren, de productie binnen de EU te verhogen en materialen te recyclen. De verordening kritieke grondstoffen stelt uitsluitend niet-bindende streefdoelen voor 2030 vast. Bovendien gelden deze streefdoelen slechts voor een klein aantal grondstoffen die vanwege hun grote economische belang en voorzieningsrisico’s als “strategisch” worden beschouwd. Het is ook onduidelijk hoe de te bereiken niveaus voor 2030 zijn vastgesteld. Verder geven de auditors aan dat er nog een lange weg te gaan is om de streefdoelen te halen. Daarnaast zal de EU moeite hebben om tegen het einde van het decennium de voorziening van strategische kritieke grondstoffen veilig te stellen.
Met de verordening kritieke grondstoffen wil de EU haar afhankelijkheid van een beperkt aantal landen verminderen. Wel merken de auditors op dat de inspanningen om de invoer te diversifiëren nog geen tastbare resultaten hebben opgeleverd. Zo heeft de EU de afgelopen vijf jaar 14 strategische partnerschappen op het gebied van grondstoffen gesloten, waarvan zeven in landen met een lage governancescore. Tussen 2020 en 2024 is de invoer uit deze partnerlanden voor ongeveer de helft van de onderzochte grondstoffen gedaald. Sommige andere EU-maatregelen zijn tot stilstand gekomen, zoals de onderhandelingen met de VS, die in 2024 zijn opgeschort. Weer andere maatregelen moeten nog worden gerealiseerd, zoals de EU-Mercosur-overeenkomst met Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay — landen die rijk zijn aan kritieke grondstoffen. Die overeenkomst is nog niet door alle EU-lidstaten geratificeerd.
De verordening kritieke grondstoffen bepaalt ook dat ten minste 25 % van de strategische grondstoffen van de EU in 2030 afkomstig moet zijn uit recycling. De vooruitzichten zijn echter niet rooskleurig: op dit moment hebben 7 van de 26 materialen die nodig zijn voor de energietransitie een recyclingpercentage tussen 1 % en 5 %, terwijl 10 materialen helemaal niet worden gerecycled. Bovendien gelden de meeste EU-streefdoelen voor recycling niet specifiek voor afzonderlijke grondstoffen. Deze stimuleren dan ook niet de recycling van afzonderlijke materialen, met name materialen die moeilijker te winnen zijn, zoals zeldzame aardmetalen in elektromotoren of palladium in elektronica. De streefdoelen moedigen evenmin het gebruik van gerecyclede materialen aan. De auditors wijzen erop dat Europese recyclingbedrijven te kampen hebben met hoge verwerkingskosten, kleine hoeveelheden recyclebare materialen, en technologische en regelgevende belemmeringen die hun concurrentievermogen in de weg staan.
Verder streeft de EU ernaar de winning van strategische grondstoffen in de lidstaten te stimuleren om 10 % van haar verbruik te dekken. Feit is echter dat de exploratie van strategische grondstoffen in de EU onderontwikkeld is. En zelfs wanneer er nieuwe afzettingen van grondstoffen worden gevonden, kan het tot twintig jaar duren voordat een EU-mijnbouwproject operationeel is. Dit maakt het ondenkbaar dat vóór 2030 een concrete bijdrage wordt geleverd. De verwerkingscapaciteit — waarmee de EU 40 % van haar verbruik wil dekken tegen 2030 — wordt teruggeschroefd. Dit is deels het gevolg van hoge energiekosten die het concurrentievermogen ernstig kunnen beperken. De auditors waarschuwen dat de EU in een vicieuze cirkel terecht kan komen, waarbij een gebrek aan aanbod de ontwikkeling van verwerkingsprojecten belemmert. Dit vermindert weer de stimulans om de voorziening veilig te stellen.
Achtergrondinformatie
Kritieke grondstoffen zijn economisch belangrijke grondstoffen waarvoor het voorzieningsrisico hoog is. De meest recente lijst — die is opgenomen in de verordening kritieke grondstoffen — bevat 34 kritieke stoffen, waarvan er 26 nodig zijn voor belangrijke technologieën voor hernieuwbare energie, en 17 worden beschouwd als strategische grondstoffen. De EU heeft toegezegd om de netto-uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met ten minste 55 % te verminderen en tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken. In die context spelen kritieke grondstoffen een cruciale rol bij het succesvol koolstofarm maken van het energiesysteem.
Bron: Europese Rekenkamer

