Hoe de overheid na 2030 wil sturen op de verduurzaming van de gebouwde omgeving, is nog onduidelijk. Tegelijkertijd is de uitstoot van broeikasgassen in de gebouwde omgeving het afgelopen jaar niet gedaald, blijkt uit de recente Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2026. Dutch Green Building Council (DGBC) roept de overheid op snel eenduidig beleid voor de middellange termijn te ontwikkelen, waarbij de nadruk ligt op energiebesparing.
Het jaarlijkse klimaatrapport bevestigt opnieuw dat Nederland een grote kloof heeft te overbruggen om in de buurt te komen van de Europese ambitie om de uitstoot van broeikasgassen in 2040 met 90 procent terug te brengen. Met het huidige beleid komt Nederland uit op een reductie van 57 tot 68 procent. Daarmee is het onwaarschijnlijk dat de klimaatdoelen worden behaald.
25 procent kans behalen CO₂-doel
Inzoomend op het domein van DGBC, dat van de gebouwde omgeving, laat de KEV zien dat de uitstoot van broeikasgassen (voornamelijk door aardgas) de afgelopen jaren licht afnemen door betere isolatie, warmtepompen en energiezuinige nieuwbouw, maar vergeleken met 2024 is de uitstoot stabiel.
Naar verwachting komt de uitstoot in 2030 uit op 14,3 megaton CO₂-equivalenten, terwijl het doel van de sector 13,2 megaton CO₂-equivalenten is. In de KEV 2026 staat dat de kans dat dit doel wordt gerealiseerd ongeveer 25 procent is.
Verduurzamen van energiesysteem
DGBC onderstreept het belang van het verduurzamen van het energiesysteem, zoals ook in de KEV wordt voorgeschreven. In de gebouwde omgeving zijn diverse ontwikkelingen gaande die invulling geven aan deze transitie. Zoalsde aanpak aardgasvrije wijken in de woningbouw en de elektrificatie die op gang komt in de utiliteitsbouw en woningbouw. Steeds meer huizen hebben een warmtepomp, waardoor de broeikasgasuitstoot afneemt. Ook met na-isolatie is veel winst te behalen. Dit zijn goede ontwikkelingen volgens DGC, maar ze kennen ook een keerzijde.
De verwachting is dat het elektriciteitsverbruik in de gebouwde omgeving nog meer gaat toenemen, terwijl de druk op het elektriciteitsnet al zo hoog is en op steeds meer plekken in Nederland ronduit problematisch is geworden. Digitalisering en daarmee de komst van datacenters versnelt deze ontwikkeling nog eens extra. Daardoor blijven vooral woningen in Nederland voor een groot deel afhankelijk van aardgas, en zijn ze daardoor kwetsbaar voor prijsschommelingen en geopolitieke onrust.
Verlaag de energievraag
De sleutel ligt in meer aandacht voor het verlagen van de energievraag. In 2017 introduceerde DGBC het concept Paris Proof, waarin we uitrekenden dat in ons domein twee derde moet worden bespaard om aan de klimaatdoelstellingen van Parijs te voldoen. In 2025 hadden we volgens het Paris Proof reductiepad al 38 procent energiebesparing moeten realiseren, maar op basis van de KEV is dit nog maar 21 procent. Met het huidige en voorgenomen beleid gaan we in 2040 slechts uitkomen op 29 procent. Keihard energie besparen dus, óók om de netcongestieproblematiek de kop in te drukken.
Overheid aan zet
Ook de overheid is aan zet met aanvullend beleid. De afgelopen jaren is de sector op zijn zachtst gezegd niet verwend met een duidelijk, consistent en voorspelbaar beleid. Het kabinet heeft inmiddels voorzichtig de exercitie van zelfreflectie uitgevoerd, dus dat is goed nieuws. Onstabiel beleid heeft er echter wel toe geleid dat de verduurzaming van de gebouwde omgeving op een plateau is beland en vertraging oploopt richting de doelstellingen. Andere sectoren en dossier laten zien dat bij het niet tijdig inzetten van beleid de opgave daarna allen maar ingewikkelder wordt, en het draagvlak weg kan vallen. Het aanvullende beleid tot 2030 zorgt voor een extra emissiereductie van ongeveer 0,3 megaton CO2-equivalenten ten opzichte van het basispad. Dat is te weinig.
Verduurzamingsregelingen na 2030 onzeker
De grote leemte zit in de periode na 2030. Veel regelingen voor verduurzaming lopen tegen die periode af. Voor de periode na 2030 is nog geen budget gereserveerd voor verduurzamingssubsidies, constateren de auteurs van de KEV. En eerlijk, in dat niemandsland van na 2030, met enkel een stip aan de horizon in 2040 en 2050, is het uitdagend navigeren. DGBC adviseren het kabinet daarom met de urgentie die neigt naar spoed om aanvullend beleid te ontwikkelen voor de periode ná 2030. DGBC en haar partners laten zien dat met een concreet einddoel als Paris Proof een brede beweging op kan komen.
Oproep DGBC
Waar dit ambitieuze beleid volgens DGBC op gericht moet zijn, is het volgende:
- Stuur op werkelijk energieverbruik en energielabels.
Om meer energiebesparing te realiseren, is naast het sturen op energielabels ook inzicht in het werkelijke energieverbruik essentieel. oor de grootste energieverspillers is stevige handhaving nodig. Bij de verdere uitwerking van de EPBD IV en de minimumeisen voor de energieprestatie van gebouwen (MEPS) moet het werkelijke energieverbruik een belangrijke rol krijgen. Bouw hier ook na 2030 op voort. - Zorg voor samenhangend en langjarig beleid
- Bundel maatregelen tot samenhangende, langjarige beleidslijnen, zodat investeerders en gebouweigenaren tijdig kunnen anticiperen. DGBC ziet de bundeling van initiatieven in een Energiehuis als een positieve ontwikkeling. Ook voor de utiliteitsbouw pleiten we voor een nationaal programma met een bijbehorend kennisplatform.
- Bied langjarige zekerheid over financiering
- Ontwikkel stabiele financieringsinstrumenten die renovaties mogelijk maken voor alle doelgroepen, met zekerheid voorbij 2030.
DGBC blijft zich met haar partners inzetten voor een Paris Proof gebouwde omgeving: een gebouwde omgeving die aanzienlijk minder energie gebruikt, voorbereid is op de toekomst en bijdraagt aan een betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam energiesysteem.


