Transparantie: Overheid kan wat leren van bedrijfsleven

Maandag is het tien jaar geleden dat Shell afzag van het dumpen van de Brent Spar, het laadstation voor olietankers. Greenpeace moest later erkennen dat ze fout zat met de berekening van de schade aan het milieu. Maar dat doet niets af aan de omslag in het denken over de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven. Het is niet voor niets dat 'Brent Spar' nog steeds genoemd wordt als startpunt van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

In die tien jaar zijn het milieu, de armoede en de mensenrechten er niet beter op geworden. Maar ondernemingen denken er nu wel over na en zelfs over mee. Maatschappelijk verantwoord of duurzaam ondernemen is een blijvertje.

Dat bleek nog eens duidelijk deze week. Maandag publiceerde Dutch Sustainability Research de duurzaamheidsprestaties van Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen, waarbij Philips en Reed Elsevier er positief uitsprongen. Woensdag kwam KPMG Global Sustainability Services met zijn rapport waaruit bleek dat van de grootste 250 bedrijven wereldwijd, meer dan de helft een jaarverslag heeft over hun ecologische, ethische en sociale prestaties. Het Japanse en het Britse bedrijfsleven zijn al veel verder en lopen ver op kop. En dat heeft niet alleen met wettelijke verplichtingen in die landen te maken, maar het helpt. Belgische bedrijven lopen enorm achter. Ook zij zullen het binnenkort beter moeten doen. De modernisering van de Europese verslaggevingsrichtlijnen zal alle Europese ondernemingen dwingen meer informatie te geven over werknemers- en milieuthema’s.

Het onderzoek van KPMG laat zien dat de (financiële) markten transparantie zelf kunnen afdwingen, ook op duurzaamheidsgebied. Financiële gegevens alleen voldoen niet meer om beleggers, investeerders en banken te verleiden geld te verschaffen. Daar hoort in toenemende mate informatie over niet-financiële risico’s bij.

In Nederland probeert de staatssecretaris van Economische Zaken het bedrijfsleven duurzamer en maatschappelijk verantwoordelijker te maken door ze aan de schandpaal te nagelen via het jaarlijkse Transparantie-benchmarkonderzoek. Behalve dat er valt veel af te dingen op de suggestie dat transparantie gelijk is aan duurzaam ondernemen, is het de vraag of we zo langzamerhand niet meer van de Nederlandse overheid mogen verwachten. Als in de gedachte van EZ de eerste stap openheid is, dan kijken we uit naar een maatschappelijk of duurzaamheidsverslag per ministerie en de maatschappelijke ondernemingen als woningcorporaties, ziekenhuizen en universiteiten.

MARLEEN JANSSEN GROESBEEK

Share Button