Meer dan 70 procent van al het textielafval in Europa wordt nog altijd verbrand of gestort. Niet omdat het materiaal geen waarde meer heeft, maar omdat bestaande recyclingtechnologieën niet zijn toegerust op de complexe realiteit van post‑consumer textiel: mengsels van katoen, polyester en elastaan, vervuild met kleurstoffen, brandvertragers, knopen en ritsen. TNO presenteert nu een technologie die juist met die ‘onrecyclebare’ mix overweg kan. Met thermochemische recycling wordt gemengd textielafval omgezet in nieuwe chemische bouwstenen voor onder meer kunststoffen en brandstoffen.

De technologie is gebaseerd op jarenlange TNO‑ervaring met thermochemische recycling van plastics en biomassa. Door deze kennis toe te passen op textiel ontstaat een nieuwe circulaire route voor afvalstromen die tot nu toe geen hoogwaardige bestemming hadden.

Moleculen vangen vóór ze verloren gaan

Het proces verhit versnipperd textielafval zonder zuurstof in een fluid‑bedreactor. Bij temperaturen tussen 700 en 850 graden Celsius breken polymeerketens binnen enkele seconden af tot kleinere moleculen. Afhankelijk van de gekozen temperatuur ontstaan verschillende producten: synthesegas voor methanol en brandstoffen, olefinen als basis voor kunststoffen en aromaten zoals benzeen voor nieuwe polyester.
“Bij klassieke vergassing boven de 1000 graden breekt alles af tot koolmonoxide en waterstof,” zegt Surika van Wyk, scientist innovator bij TNO. “Wij werken bewust op lagere temperaturen, zodat we waardevolle moleculen eerder kunnen afvangen. Zo behoud je de chemische waarde van de koolstof, in plaats van die te verliezen door verbranding.”

Het proces vereist geen voorafgaande sortering. Kleurstoffen, brandvertragers en andere verontreinigingen worden in de gasfase afgevangen en gezuiverd; metalen onderdelen zoals knopen en ritsen komen terecht in de asfractie.

Bewezen met echt afval

De aanpak is getest met daadwerkelijk post‑consumer textielafval van Nederlandse sorteerders: T‑shirts, werkkleding en jeans die normaal gesproken rechtstreeks naar de verbrandingsoven gaan. In een meerurenproef wist het team uit 1,5 kg mixed waste een halve liter aromaten terug te winnen, waarvan circa 70 procent benzeen.
“Textielafval is allesbehalve ideaal laboratoriummateriaal,” aldus Carlos Mourão Vilela, scientist innovator bij TNO. “Het is pluizig, onregelmatig en lastig te doseren. Maar juist door met echt afval te werken, laten we zien dat deze technologie ook buiten gecontroleerde labsituaties standhoudt.”

De ontwikkeling komt op een moment dat de druk op de textielketen toeneemt. In Nederland wordt jaarlijks circa 215.000 ton textiel weggegooid; meer dan de helft belandt in het restafval. Tegelijkertijd verplicht de herziene EU‑afvalrichtlijn uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR) voor textiel vanaf 2028. Merken en sorteerders moeten daardoor ook voor moeilijk recyclebare fracties oplossingen vinden.

Thermochemische recycling kan die ontbrekende schakel zijn. Voor sorteerders betekent het een alternatief voor betalen voor verbranding; voor chemische producenten biedt textielafval een nieuwe, niet‑fossiele koolstofbron die past binnen strengere klimaat‑ en grondstoffenregels.

Ook voor speciale stromen – zoals medisch textiel, militaire uniformen en PFAS‑houdende werkkleding – biedt de technologie een potentieel milieuvriendelijker alternatief dan verbranding.

Op weg naar demonstratieschaal

TNO heeft het concept op labschaal bewezen en is op zoek naar industriële partners voor opschaling naar demonstratieschaal. De organisatie bouwt daarbij voort op lopende trajecten met thermochemische recycling van biomassa en plastic afval. “Er zullen altijd afvalstromen blijven die niet schoon mechanisch of chemisch te recyclen zijn,” zegt Mourão Vilela. “Precies daar voegen wij waarde toe.” Van Wyk: “Onze ambitie is dat sorteerders grondstoffenleveranciers worden. En dat verbranding overbodig wordt.”