Sander den Blanken (BAM Infra Nederland): ‘Materialenpaspoort: noodzakelijk én haalbaar’

Met horten en stoten lijken we langzaam maar zeker uit lockdown te komen en maken we de balans van de pandemie op. Er zijn tekorten aan grondstoffen en fossiele brandstoffen, er is krapte op de arbeidsmarkt, prijzen stijgen explosief en stikstofproblemen verlammen de continuïteit van de bouwproductie. Kortom: de urgentie om circulair te leven en te bouwen is groter dan ooit. Er is geen tijd meer voor uitstel. Het materialenpaspoort biedt de mogelijkheid daartoe. Sterker nog, het is cruciaal. Het materialenpaspoort moet voor ieder project verplicht worden gesteld, als legitimatie voor de reis die wij met elkaar moeten afleggen.

Ir.ing. S.M. (Sander) den Blanken RO (47) studeerde Civiele Techniek aan de TU Delft. Hij heeft meer dan twintig jaar ervaring bij diverse ingenieursbureaus, waaronder Arcadis, Ingenieursbureau Gemeente Amsterdam en Arup. Sinds maart 2019 is Den Blanken managing director van BAM Infraconsult en sinds augustus 2020 statutair directeur van BAM Infra Assetmanagement, beide onderdeel van BAM Infra Nederland. Samen met Dorien Staal, statutair directeur van betonfabriek Voorbij Prefab, neemt hij gedurende twee jaar de column in Cement voor zijn rekening.

Waarom cruciaal?

Circulair bouwen is eigenlijk alleen mogelijk als we beschikken over de juiste informatie over de kwaliteit, de geschiktheid en de beschikbaarheid van grondstoffen, materialen en (deel)objecten. Hierbij is hergebruik van totale objecten het ultieme doel. In de praktijk gaat het echter vaker om (gedeeltelijk) hergebruik van componenten en/of recycling van grondstoffen. Het aanbod is daarbij losgekoppeld van de oude gebruiksfunctie en gericht op het toepassen in een nieuwe functie. Aanbodgestuurd ontwerpen vindt plaats op basis van het aanbod van vrijkomende materialen of objecten, en kan alleen worden gerealiseerd als er voldoende van aanwezig is en als de minimaal vereiste kwaliteit in de nieuwe toepassing wordt gehaald.

Schat aan juiste informatie

Een materialenpaspoort bevat een schat aan informatie die inzicht geeft in de beschikbaarheid en kwaliteit van objecten en objectonderdelen voor toekomstig (her)gebruik. Het maakt het mogelijk objecten in de bouw te kunnen vergelijken en uit te wisselen, hetgeen essentieel is voor een hoogwaardige circulaire (bouw)economie. De beschikbaarheid van gebruikte materialen kan zichtbaar worden gemaakt in een ‘marktplaats voor secundaire materialen’ of een open source database. Een dergelijke marktplaats bestaat nog niet, hoewel er moedige pogingen worden ondernomen. Het materialenpaspoort vormt ‘slechts’ de basis voor die marktplaats.

​Materialenpaspoort is haalbaar

Bij het ontwikkelen van een paspoort komen drie belangrijke ontwikkelingen samen: circulair bouwen, digitalisering en strategisch asset management. Deze combinatie kan en zal de toepassing versnellen. Vorig jaar nog, vlak voor de pandemie, werd geroepen dat een verplicht materialenpaspoort nog lang niet haalbaar is. ‘Het is té complex’, kopte de Cobouw. Maar de techniek is beschikbaar. Zoals vaker is gebleken, is digitalisering een ‘enabler’ van versnelling en vernieuwing. Het succes hangt af van onze bereidheid om te investeren in kennis en informatie. De grootste belanghebbenden hierin zijn de asset managers die bestaande assets in handen hebben en besluiten nemen tot renovatie en/of vervanging.

De standaard is circulair

Standaardisatie van output is natuurlijk noodzakelijk bij deze evolutie, zodat data-uitwisseling ook mogelijk is. De Leidraad Paspoorten voor de Bouw vanuit Platform CB’23 is een zeer veelbelovende aanzet om te komen tot deze standaardisatie. Er is een longlist opgesteld van de meest voor de hand liggende parameters per object. Het detailniveau van de informatiebehoefte is afhankelijk van het doel, de scope en de meest hoogwaardige vorm van hergebruik. De leidraad helpt dus bij het bepalen welke ingrediënten het paspoort kan bevatten.
Een bouwwerk bestaat feitelijk pas als het gereed is en een paspoort is eigenlijk pas van belang als de ‘as built’ situatie is vastgelegd. Paspoorten kunnen daarbij in iedere fase worden opgesteld. Hierbij moeten we er wel rekening mee houden dat in iedere fase veel kan veranderen. Enerzijds vanwege aanpassingen in de ontwerp- en productiefase en anderzijds vanwege mutaties tijdens het gebruik en de sloopfase. De provincie Overijssel stelt een mooi voorbeeld en is gestart met een recyclepaspoort, waarin vanuit de sloop gekeken wordt naar hergebruikpotentieel van alle vrijkomende materialen.

Bouwwereld leert over projecten heen

Binnen de bouw/GWW-sector is de afgelopen jaren hard gewerkt aan het vergroten van het lerend vermogen. Vanuit het project Vechtdalverbinding heeft BAM Infra Nederland samen met 13 andere pilotprojecten van verschillende bouwondernemingen de geleerde lessen uit de praktijk met elkaar gedeeld. Deze zijn ook gebundeld in het Adviesrapport Materialen Expeditie. Dit is een belangrijk naslagwerk. Binnen een circulair ecosysteem is iedereen in meer of mindere mate afhankelijk van elkaar. Ik ben er trots op dat wij dat dus ook terug zien in het lerend vermogen.

Asset managers zijn aan zet

De gemeente Rotterdam heeft een heel interessante en uitgebreide eigen visie ontwikkeld. Het laat zien dat deze opdrachtgever het concept goed doorgrondt en de leidraad van CB’23 in de praktijk brengt en dit verwerkt in een Informatie Levering Specificatie (ILS) voor een bestaand perceel. Ook RWS neemt een trekkersrol op zich in de ontwikkeling van het materialenpaspoort. In 2017 is al op het project Beatrixsluis een pilot gedraaid met een materialenpaspoort, waarbij de ‘best practices’ zijn gedeeld. Ook is er een programma van informatie opgesteld voor een materialenpaspoort in de infra.

Stappen voorwaarts

Het zijn allemaal belangrijke stappen voorwaarts. De besluitvormers bepalen de koers en de snelheid van de ontwikkeling van renovatie of vervanging, waarbij het paspoort kan dienen als een ‘fons vitae’.

Share Button