Steeds meer Nederlandse bedrijven lopen tegen een vol stroomnet aan. René Pruijssers, CEO van het Brabantse Covolt, ziet netcongestie niet als probleem maar als verdienkans en legt uit hoe dat in zijn werk kan gaan.
Toen Covolt deze zomer de 800 megawatt beheerd vermogen aantikte, een jaar eerder dan gepland, werd er gevierd zoals dat in Brabant hoort: bescheiden. “Wij doen af en toe wat we noemen ‘juichen met onze handen in onze zakken’,” zegt CEO René Pruijssers. Covolt stuurt daarmee inmiddels genoeg zonne-installaties, batterijen en flexibel bedrijfsverbruik aan om te kunnen spreken van een volwaardige virtuele energiecentrale. Achter die nuchterheid gaat een overtuiging schuil die het bedrijf net zo hard drijft als de groei zelf: netcongestie is geen probleem om op te lossen, maar een verdienmodel om te omarmen.
Van kostenpost naar verdienmodel
Het gesprek dat Pruijssers het vaakst voert met ondernemers begint meestal met frustratie. Een bedrijf wil uitbreiden, maar de netaansluiting zit vol. De enige uitweg lijkt een dure investering; een batterij, extra zonnepanelen, laadinfrastructuur. Kostenpost, denkt de ondernemer dan al snel.
Pruijssers draait die redenering graag om. “Stel dat je die investering niet doet. Dan kun je niet groeien, niet uitbreiden, niet verder ontwikkelen. De vraag is niet: wat kost deze investering in energie? De vraag is: wat doet het met de waarde en de economische groei van mijn bedrijf?” Hij vergelijkt het met een bedrijfskeuken. “Die moet ook een keer vervangen worden. Niemand noemt dat een pure kostenpost, het maakt gewoon onderdeel uit van je totale bedrijfsvoering.”
Van Acht Logistics in Veghel is voor hem het schoolvoorbeeld. Een groot warehouse, maar met een netaansluiting die simpelweg te klein was om verder te groeien. Door te investeren in een batterij kan het bedrijf inmiddels zelfs een extra hal bouwen en tegelijk zijn eigen elektrische vrachtwagens opladen, waarmee het verder investeert in een elektrisch wagenpark. “De kosten van die batterij zijn relatief beperkt, vergeleken met wat het bedrijf ermee kan verdienen in zijn economische verkeer.”
Dat bedrijven hier niet automatisch zo naar kijken, komt volgens Pruijssers doordat energie tot voor kort simpelweg geen thema was. “Nederland had het meest betrouwbare stroomnet ter wereld; nog geen twintig minuten storing per jaar. Er was altijd ruimte om te groeien. Energie werd gedelegeerd aan een gebouwbeheerder of inkoper, nooit besproken op directieniveau.” Die vanzelfsprekendheid brokkelt nu af, en niet alleen bij bedrijven: ook overheidsgebouwen die overstappen op een warmtepomp lopen er ineens tegenaan dat hun aansluiting het niet aankan.
De snelweg van de energie
Wat er op bedrijfsniveau gebeurt, heeft volgens Pruijssers ook maatschappelijke impact. Nederlandse netbeheerders staan de komende jaren voor 235 miljard euro aan investeringen om het net uit te breiden (bron: FIEN26), 32 miljard meer dan de laatste raming uit 2024 – geld dat uiteindelijk via de energierekening bij burgers en bedrijven terechtkomt. Slim gebruik van het bestaande net kan een deel van die investeringen voorkomen of uitstellen.
Pruijssers trekt daarbij graag een vergelijking met Rijkswaterstaat. “Wij zijn nu eigenlijk de snelweg van de energie aan het aanleggen voor de momenten van de spits. Terwijl je ook zou kunnen zeggen: als we met z’n allen spits kunnen mijden door slimmer gebruik te maken van de wegen, heb je minder files.” Precies dat doet Covolt met software: piekmomenten verschuiven naar rustige momenten, zodat er minder “file” op het net ontstaat en dus minder noodzaak tot dure netverzwaring.
Er zit ook een directe link met een ander actueel probleem: het afschakelen van zonnepanelen op momenten van overaanbod. Nederland heeft verhoudingsgewijs veel zonnepanelen neergelegd, maar omdat het bijna overal tegelijk zonnig is, ontstaat er regelmatig meer aanbod dan het net kan verwerken. Zon is het makkelijkst en goedkoopst af te schakelen, dus dat gebeurt vaak als eerste. “Dat is ontzettend zonde,” zegt Pruijssers. Door overtollige zonne-energie tijdelijk op te slaan in een batterij en op een later, schaarser moment in te zetten, hoeft die energie niet verloren te gaan en wordt afschakelen minder vaak nodig. “De meest duurzame energie is de energie die je ook daadwerkelijk gebruikt.”
Duurzaamheid als uitgangspunt, niet als bijzaak
Dat Covolt zo redeneert, is geen toeval. Het bedrijf is ontstaan uit een persoonlijke frustratie: een eerdere onderneming van de oprichters draaide om duurzame energieopwek, maar liep steeds tegen hetzelfde probleem aan; de opgewekte energie kon niet altijd gebruikt worden. “Dat was toen de directe aanleiding om met Covolt te starten,” zegt Pruijssers. “Duurzaamheid zit dus echt in onze genen.”
Die volgorde – eerst zo duurzaam mogelijk, dan pas rendement – komt terug in hoe Covolt zijn eigen aanpak omschrijft, geïnspireerd op de klassieke Trias Energetica: eerst je energiebehoefte beperken, dan zoveel mogelijk duurzaam opwekken en gebruiken, en pas als laatste, als er dan nog iets overblijft, dat overschot slim verhandelen voor extra rendement. “Continuïteit en duurzaamheid gaan bij de meeste klanten vóór het financiële motief,” benadrukt Pruijssers. “Handel is een leuke bonus, nooit het hoofddoel.”
Toch is dat niet wat de meeste ondernemers als eerste denken wanneer ze over flexibiliteit – het slim verschuiven van verbruik, opwek en opslag – horen praten. Het grootste misverstand, zegt Pruijssers, is dat het ingewikkeld is en dat je er als ondernemer zelf veel voor moet regelen. “Ik hoor vaak: als Covolt mijn batterij of zonnepanelen gaat sturen, blijft dan wel het licht branden in mijn fabriek?” Het antwoord is volmondig ja. “De energie die de ondernemer zelf nodig heeft, is altijd het uitgangspunt. Alleen wat er dan nog over is, zetten we slim in.” Klanten verwoorden dat vertrouwen soms treffend: “Ik maak me alleen maar zorgen over de situatie onder mijn dak, wat er bovenop gebeurt, dat regelen jullie.”
Een vakantiepark dat zichzelf ruimschoots voorziet
Hoeveel dat in de praktijk kan opleveren, laat Landgoed De Zandleij in Cromvoirt goed zien, een van de klanten waar Pruijssers heel trots op is. Het park bestaat uit 125 volledig elektrische recreatiewoningen, gasloos en met warmtepomp verwarmd, op een netaansluiting van slechts 41 kilowatt, wat in theorie veel te weinig zou zijn om alle huisjes rechtstreeks van stroom te voorzien.
De oplossing: een zonnepark van 833 kilowattpiek en een batterij van 2 megawattuur. Het slimme trucje zit in de timing. ’s Nachts heeft de netbeheerder alle ruimte over, omdat bijna niemand dan stroom gebruikt, dus mag de batterij dan volledig worden opgeladen, ondanks de kleine aansluiting. Overdag draait het park juist op die opgeladen batterij in plaats van rechtstreeks op het net. Dat afgesproken ritme met de netbeheerder heet “blokstroom”.
In de zomer is dat trucje eigenlijk niet eens nodig: dan wekken de zonnepanelen overdag meer dan genoeg op om de huisjes direct te voorzien. De batterij staat dan grotendeels vrij, en die ruimte gebruikt Covolt om te handelen op de energiemarkt, wat weer helpt om de investering in de batterij terug te verdienen.
“Het is eigenlijk een driedubbel verdienmodel,” zegt Pruijssers. “Maximaal verduurzamen, slim én onafhankelijk gebruikmaken van het publieke net, en geld verdienen met de batterij op momenten dat die anders stil zou staan.” Het park is inmiddels zelfs energiepositief: het wekt meer op dan het verbruikt.
Wat zou er nog moet veranderen in Nederland?
Met de energietransitie is Pruijssers optimistisch, al is hij kritisch op hoe Nederland er tot nu toe mee omgaat. Subsidies zijn onmisbaar om iets van de grond te trekken, vindt hij, maar maken op de lange termijn ook lui: de subsidie die ooit zonne- en windparken rendabel moest maken, heeft mede geleid tot het huidige overaanbod op piekmomenten. Zijn oproep aan de overheid: “Laat het meer over aan de markt. Geef ruimte, probeer niet alles dicht te regelen.” Tenslotte richt hij zich tot ondernemers: het zou handig zijn meer samen te werken, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen, door batterijen en infrastructuur te delen. “Dat gebeurt nu nog veel te weinig, terwijl het echt een vliegwiel zou kunnen creëren. Samen kom je verder, alleen ga je sneller.”
Wanneer is de energietransitie voor Pruijssers dan geslaagd?
Niet op een vast jaartal, zegt hij, wel op het moment dat duurzame keuzes zichzelf dragen, zonder dat daar nog dwang of subsidie voor nodig is. Hij ziet dat kantelpunt al gebeuren bij elektrisch rijden: inmiddels worden er meer elektrische dan niet-elektrische auto’s verkocht, puur omdat het de logische keuze is geworden. “Ik denk dat de energietransitie diezelfde weg opgaat. Het is niet meer alleen een altruïstische keuze; het is tegenwoordig ook gewoon een financieel kloppend verhaal.”
Wat kun je als ondernemer nu doen?
Loop je zelf tegen een volle netaansluiting aan, of wil je daar niet door verrast worden? Pruijssers geeft drie concrete stappen mee:
- Zorg voor kennis op directieniveau. Energie hoort inmiddels net zo op de directietafel als de inkoop van materialen en personeel, het hoeft niet allemaal intern aanwezig te zijn, maar de kennis moet wel beschikbaar zijn.
- Breng het risico in kaart. Loop je tegen je huidige aansluiting of contracten aan als je wilt groeien of verduurzamen? In de meeste gevallen is het antwoord daarop volgens Pruijssers gewoon ja.
- Ga het gesprek aan met een adviseur. Dat kan een bestaande netwerkpartij zijn, een brancheorganisatie zoals LTO Nederland, of een instantie als RVO. Ook op een vakbeurs kun je goede contacten leggen om relevante kennis op te doen – Covolt is bijvoorbeeld begin oktober aanwezig op Vakbeurs Energie (6-8 oktober, Brabanthallen, stand 7.B060).
René Pruijssers is CEO van Covolt, een onafhankelijke energie-aggregator én optimizer (sinds 2023) die als Balancing Service Provider en Congestion Service Provider actief is in Nederland en België. Onder zijn leiding beheert Covolt via het AI platform Horizon inmiddels ruim 800 MW aan vermogen, waarmee bedrijven met slimme sturing van verbruik, opwek en opslag kunnen bijdragen aan het elektriciteitsnet, en daar tegelijkertijd aan kunnen verdienen. Pruijssers is het vaste boegbeeld van Covolt en pleit ervoor netcongestie niet als beperking maar als kans te zien voor ondernemers.

