De hitte van afgelopen zomer kost de Nederlandse economie naar schatting €9,2 miljard. Nederland behoort daarmee tot de vijf zwaarst getroffen Europese economieën. In totaal drukken de hittegolven van 2026 de economische productie in 30 Europese landen naar schatting met €113 miljard. Dat blijkt uit het nieuwe Allianz Climate Economics Report 2026 van Allianz Trade.
Alleen Italië (€27,8 miljard), Duitsland (€25 miljard), Frankrijk (€20,1 miljard) en België (€9,4 miljard) lopen volgens het onderzoek meer economische schade op dan Nederland. Samen zijn deze vijf landen goed voor 81% van de berekende Europese verliezen. Voor de 30 onderzochte landen komt de schade overeen met ongeveer 0,46% van hun gezamenlijke verwachte bbp in 2026.
“Het gaat hierbij niet zozeer om directe, zichtbare schade zoals oogsten die mislukken of schade aan infrastructuur, maar vooral om productiviteitsverlies. Schade die je niet direct ziet”, zegt Johan Geeroms, Director Risk Underwriting Benelux bij Allianz Trade. “Mensen zijn door de warmte minder productief. Ook moeten vaak machines of productieprocessen worden aangepast en werkzaamheden worden uitgesteld. Dat alles telt uiteindelijk op tot miljarden aan gemiste economische productie.”
Productieverlies per uur
“Onze researchafdeling berekende hoeveel de arbeidsproductiviteit bij extreme hitte terugvalt. Per extra graad tussen 30 en 35 graden daalt de productie per gewerkt uur met circa 3%. Tegelijkertijd stijgen de energiekosten door de extra inzet van koel- en klimaatsystemen. Ook andere factoren spelen een rol zoals bijvoorbeeld lagere waterstanden in de rivieren. Die economische klap treft eerst de winstgevendheid van bedrijven en daarna de koopkracht van huishoudens”, aldus Geeroms.
Het onderzoek van Allianz Trade laat zien dat hoge luchtvochtigheid in combinatie met langdurige hittegolven de negatieve gevolgen voor de arbeidsproductiviteit versterken. Geeroms: “We hebben per land gekeken naar de zwaarste periode van vijf opeenvolgende hittedagen tussen juni en augustus 2026. Ook luchtvochtigheid is daarbij meegenomen.
Dat levert soms verrassende verschillen op. Zo lag de temperatuur tijdens de onderzochte hittepiek in Hongarije hoger dan in Italië. Door de veel hogere luchtvochtigheid was de hittestress in Italië echter groter.” Allianz Trade becijferde het negatieve effect op de Italiaanse economische groei op 1,19 procentpunt, tegenover 0,51 procentpunt in Hongarije. (Voor Nederland bedraagt dat percentage circa 0,7 procentpunt).
“Een thermometer vertelt dus maar een deel van het verhaal”, aldus Geeroms. “Voor bedrijven is vooral van belang hoe zwaar de combinatie van temperatuur en luchtvochtigheid werknemers en productieprocessen belast. Ook Nederland kan daardoor bij een hittegolf aanzienlijke economische schade oplopen, terwijl de temperaturen hier minder extreem lijken dan in Zuid-Europa.”
Geeroms stelt dat klimaatrisico bedrijven aan twee kanten raakt. “Extreem weer verstoort niet alleen de productie, het werkt ook door aan de kostenkant. Dat loopt uiteen van hogere grondstofkosten tot extra energiekosten. Voor ondernemingen wordt het steeds belangrijker om klimaatrisico niet alleen als duurzaamheidsvraagstuk te zien, maar ook als een gewoon bedrijfs- en financieel risico.”
El Niño kan inflatie in 2027 verhogen
Het rapport laat zien dat klimaatkosten uiteindelijk op het bord van de consument terechtkomen. Voor 2027 becijfert Allianz Trade dat een sterke El Niño de inflatie in de EU gemiddeld met 0,31 procentpunt kan verhogen; voor voedselprijzen gaat het zelfs om 0,50 procentpunt. De effecten verschillen sterk per land en zijn volgens Allianz Trade in delen van Noord- en Oost-Europa aanzienlijk groter.
Een zeer sterke El Niño kan de wereldeconomie volgens een scenarioanalyse van de kredietverzekeraar ongeveer USD 451 miljard aan productie kosten. Voor de EU-27 komt de netto economische schade uit op circa USD 24 miljard.
Voorkomen goedkoper dan herstellen
Volgens Allianz Trade laten de klimaatrampen van 2025 en 2026 zien dat landen die vooraf investeren in preventie, waarschuwingssystemen en financiering beter zijn voorbereid dan landen die vooral geld uitgeven nadat een ramp heeft plaatsgevonden. “Die les geldt ook voor bedrijven”, zegt Geeroms. “Wachten tot extreem weer de bedrijfsvoering daadwerkelijk raakt, wordt steeds kostbaarder. Denk aan koeling van werkplekken en productielocaties, aanpassing van werktijden, alternatieve leveranciers en voldoende financiële buffers. Klimaataanpassing wordt steeds meer onderdeel van normale risicobeheersing.”
Bron: Allianz Trade

