PBL: ­­­Geen laaghangend fruit binnen duurzaam landbouw- en voedselbeleid

Het PBL heeft in het rapport Kansrijk landbouw- en voedselbeleid op basis van het politieke en maatschappelijke debat een breed spectrum aan mogelijke beleidsmaatregelen geïnventariseerd en geanalyseerd op effectiviteit, uitvoerbaarheid en juridische legitimiteit. Uiteindelijk zijn 27 beleidsmaatregelen gericht op de kernthema’s gezond en duurzaam voedsel, het sluiten van kringlopen, de balans tussen landbouw en natuur en het duurzaam verdienvermogen in de landbouw beschouwd. Uit het rapport blijkt dat er geen ‘laaghangend fruit’ is, dat wil zeggen dat geen van de maatregelen positief werkt voor alle beschouwde opgaven op het gebied van de leefomgeving, de economie en sociale aspecten, en tegelijkertijd gemakkelijk te nemen is. Welke maatregelen met welke effecten het meest relevant zijn om problemen binnen de landbouw- en voedselsysteem op te lossen is een politieke keuze.

Kansrijk landbouw- en voedselbeleid maakt deel uit van een reeks Kansrijk beleid publicaties, die de drie planbureaus uitbrengen. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Planbureau (CPB) publiceren deze reeks als voorbereiding op de landelijke verkiezingen in 2021. Per thema worden de effecten van mogelijke en voorgestelde maatregelen geanalyseerd. Voor de studie Kansrijk landbouw- en voedselbeleid heeft het PBL vier visies op de landbouw- en voedselproblematiek en daarbij passende maatregelen als vertrekpunt genomen.

Vier perspectieven op landbouw- en voedselbeleid

Thema’s als obesitas, duurzaam voedsel, aankoopgedrag van consumenten, waardering van boeren, hun verdienvermogen, het verlies aan biodiversiteit en de uitstoot van broeikasgassen, stikstof en gewasbeschermingsmiddelen zijn terugkerende thema’s in het maatschappelijke en politieke debat over landbouw en voedsel. Er is behoefte aan een samenhangend beleid met een zorgvuldig afgewogen pakket aan maatregelen. Het zoeken naar beleid om met de coronacrisis om te gaan onderstreept deze noodzaak. Het politieke debat over landbouw en voedsel wordt gekenmerkt door verschillende visies op deze problematiek op basis van persoonlijke en maatschappelijke waarden met de bijbehorende voorkeur voor maatregelen die het meest doeltreffend zijn. Deze waarden bepalen de invullingen die burgers, politieke partijen en het beleid geven aan vraagstukken rondom het verdienvermogen van de landbouwsector, milieuvraagstukken rond klimaatverandering en de gevolgen van stikstof voor de biodiversiteit. Deze waarden bepalen ook het belang dat partijen hechten aan sociale aspecten zoals bijvoorbeeld gezonde eetpatronen.

Om zoveel mogelijk verschillende visies en waarden aan bod te laten komen in deze studie, heeft het PBL vier maatschappelijke perspectieven op landbouw- en voedselbeleid gehanteerd bij het selecteren van (typen) beleidsmaatregelen. Hiermee wordt recht gedaan aan de grote diversiteit aan waarden in de maatschappij en in het maatschappelijke en politieke debat over landbouw- en voedselbeleid. Het perspectief van de georganiseerde samenleving benadrukt dat het landelijk gebied meer gebruiksfuncties heeft en vindt sterke overheidsregie en regelgeving noodzakelijk. In de ondernemende samenleving staat ondernemerschap centraal als drijvende kracht. In de bestendigende samenleving zien boeren en burgers graag meer steun van de overheid maar ook minder dwingende regels. In de wederkerige samenleving stimuleert de overheid de verbinding en samenwerking tussen landbouw en natuur.

Geen van de maatregelen geschikt voor alle doelen

De 27 mogelijke beleidsmaatregelen zijn beoordeeld op effectiviteit, uitvoerbaarheid en legitimiteit om doelen te bereiken op vier actuele thema’s: gezond en duurzaam voedsel; het sluiten van kringlopen; landbouw en natuur in balans; en het duurzaam verdienvermogen in de landbouw. Het gaat om een kwalitatieve analyse. Duidelijk is dat geen van de uitgewerkte maatregelen makkelijk te nemen is of op alle doelstellingen positief uitwerkt. De concrete invulling van maatregelen is uiteindelijk bepalend voor de precieze uitwerking ervan op de beschouwde thema’s.

Meer effectiviteit door integrale samenhang

De beschreven maatregelen in het rapport zijn afzonderlijk geanalyseerd. De effectiviteit van één maatregel hangt in de praktijk wel sterk af van de samenhang met andere maatregelen. Als bijvoorbeeld de emissies van stikstof en gewasbeschermingsmiddelen hoog zijn, zijn natuurmaatregelen weinig effectief. Maatregelen gericht op een gezonder en duurzamer eetpatroon kunnen elkaar versterken. Ook gebiedsgerichte projecten waarin bewustwording, begeleiding, subsidiemogelijkheden voor investeringen en ook regelgeving gecombineerd worden, kunnen leiden tot een groter effect op de leefomgeving en volksgezondheid. Afhankelijk van de nationale invulling van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, kunnen de inkomens van (groepen van) agrariërs hierop meeliften. Het samenstellen van een samenhangend integraal pakket aan maatregelen vraagt om een politieke visie op de toekomst van landbouw en voedsel in Nederland. Dit rapport helpt politieke partijen en beleid bij het maken van afwegingen en keuzes over maatregelenpakketten door de wetenschappelijke inzichten over 27 (typen) beleidsmaatregelen op een rij te zetten.

Zie onderstaande tabel met overzicht van de 27 maatregelen:

Verdeling van de beschouwde beleidsmaatregelen over de vier thema’s en de vier maatschappelijke perspectieven

Share Button