De CO2-intensiteit van de wereldeconomie daalt, echter nog lang niet snel genoeg. Dat blijkt uit de Low Carbon Economy Index van PwC. In de index wordt de nationale CO2-uitstoot afgezet tegen het bruto binnenlands product (bnp). Dat geeft een maat voor de CO2-intensiteit van de economie. In 2014 daalde die intensiteit met 2,7%. Het is de grootste afname in de zeven jaar dat PwC de meting uitvoert. Maar om de opwarming van de aarde tot 2 graden te beperken moet de CO2-intensiteit jaarlijks met minstens 6,3% afnemen. Dit is zonder verregaande internationale klimaatmaatregelen een onrealistisch scenario, aldus PwC tijdens de tweede week van de klimaattop in Parijs.

Het doorbreken van de koppeling tussen de uitstoot en economische groei – ‘ontkoppeling’ – is volgens Hans Schoolderman, partner Sustainability & Climate Change bij PwC, essentieel om de ergste gevolgen van de klimaatverandering te voorkomen. ‘De cijfers van 2014 geven de suggestie dat de wereld een omslagpunt heeft bereikt. We zien inderdaad de eerste tekenen van ontkoppeling. Ondanks de voortgang die een aantal landen heeft gemaakt, is wereldwijd de reductiedoelstelling van CO2 uitstoot per eenheid van ons bnp voor het zevende jaar op rij niet gehaald.’

De CO2-intensiteit van Nederland daalde vorig met 7,8% ten opzichte van 2013. Een belangrijke verklaring hiervoor is de relatief warme winter waardoor er minder gas is verstookt en de totale energieconsumptie met ruim 6 procent afnam. ‘Wanneer Nederland op langere termijn ook haar CO2-uitstoot wil ontkoppelen van de economische groei, dan is – naast inzet op energiebesparing – een verschuiving van fossiel naar duurzaam absoluut noodzakelijk’, aldus Schoolderman.

Nederland ontkoppelt momenteel sneller dan bijvoorbeeld de Verenigde Staten en China, maar blijft achter bij het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Bovendien is Nederland het meest afhankelijk van fossiele brandstof: 96% van onze energievoorziening komt van fossiele bronnen. Andere grootverbruikers zijn het Verenigd Koninkrijk (85%), Griekenland (88%), Litouwen (93%) en Polen (95%). Nederland is volgens het rapport ook op het gebied van opwek van duurzame energie de hekkensluiter van Europa. Bovendien is de Nederlandse industrie historisch gezien altijd al zeer CO2-intensief geweest. Ten slotte wijst PwC op mogelijke toename van CO2-uitstoot door wegverkeer als gevolg van economische groei.

Van de twintig grootste economieën (de G20) was het Verenigd Koninkrijk, net als het voorgaande jaar, koploper in de index. De Britten weten hun economische groei het best te ontkoppelen van de toename van CO2-uitstoot. De CO2-intensiteit van de Britse economie daalde in een jaar tijd met 10,9%, meer dan twee keer zoveel als in 2013. Ook Duitsland (-7,1%), Nederland (-7,8%), Italië (-7,8%) en Frankrijk (-9,1%), dat de klimaattop organiseert, lieten een bovengemiddeld hoge daling zien. Opvallend is dat vooral de G7- en E7-landen achter blijven.

Download het onderzoeksrapport (engels, pdf)

Een aantal onderzoeksresultaten op een rij

  • Om een maat voor de CO2-intensiteit van de economie te krijgen, wordt in de index de nationale CO2-uitstoot van de G20 afgezet tegen het bruto binnenlands product. Het gemiddelde bruto nationaal product is in 2014 wereldwijd met 3,2% gestegen. De CO2-uitstoot steeg in hetzelfde jaar met 0,5%.
  • 2014 is het eerste jaar dat meer dan één land (zowel VK, Frankrijk, Duitsland, Nederland en Italië als ook het EU-gemiddelde) een daling van de CO2-intenstiteit van 6.3% of meer behaalde – het percentage dat nodig is om de opwarming tot 2 graden te beperken.
  • Het VK bereikte met daling van 10,9% een record sinds het bestaan van de index. Dit is het resultaat van een sterke economische groei, minder steenkolen en een warme winter.
  • China, ’s werelds grootste uitstoter, is het best presterende niet-EU-land in de lijst, met een decarbonisatie percentage van 6%.
  • In vijf landen steeg de CO2-intensiteit: Zuid-Afrika, India, Brazilië, Saoedi-Arabië en Turkije.

pwc_pic