Doordat het gebruik van PFAS in consumenten- en industriële producten wijdverbreid is, maar er toenemend bewijs is voor hun schadelijke effecten op mens en milieu, worden ze inmiddels gezien als een van de grootste mondiale milieubedreigingen. Daarmee vormen deze zogeheten “forever chemicals” een groeiend risico voor milieu, volksgezondheid én ondernemingen. Toch blijken deze stoffen nauwelijks zichtbaar in de duurzaamheidsverslaggeving van Nederlandse beursgenoteerde bedrijven. Dat blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek van de Open Universiteit gepubliceerd in het Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie (MAB). De studie laat zien dat bedrijven nog beperkt voorbereid lijken op de toenemende eisen vanuit regelgeving, toezicht en maatschappelijke verwachtingen rondom PFAS-transparantie.
Het onderzoek vormt een van de eerste empirische studies naar PFAS in corporate reporting en is uitgevoerd door Olga Ihl-Deviv’e en Thomas Thijssens van de Open Universiteit. De publicatie analyseert 432 jaarverslagen van Nederlandse beursfondsen over de periode 2019–2024. Hoewel PFAS internationaal steeds vaker onderwerp zijn van juridische claims, strengere regelgeving en maatschappelijke discussie, noemt slechts een klein deel van de ondernemingen PFAS expliciet in de verslaggeving. Concrete KPI’s, doelstellingen of assurance blijken vrijwel volledig te ontbreken. Slechts één rapport kwalificeert PFAS expliciet als materieel onderwerp. De onderzoekers concluderen dat dit waarschijnlijk niet betekent dat PFAS voor ondernemingen immaterieel zijn, maar eerder dat bestaande rapportagestandaarden, data en methodieken nog tekortschieten. Zij benadrukken dat PFAS niet langer uitsluitend een milieuthema zijn, maar ook directe gevolgen hebben voor governance, risicomanagement, reputatie en financiële verslaggeving.
Het artikel levert nieuwe inzichten op in de vraag hoe ondernemingen omgaan met opkomende duurzaamheidsrisico’s die nog niet expliciet zijn verankerd in bestaande rapportagekaders. Voor professionals in sustainability, finance, accountancy en compliance bevat de studie een duidelijke boodschap: Organisaties doen er verstandig aan PFAS expliciet mee te nemen in materialiteitsanalyses, risicobeoordelingen en governanceprocessen. Zeker voor sectoren zoals chemie, infrastructuur, bouw en geavanceerde maakindustrie kunnen PFAS-gerelateerde risico’s materieel worden door strengere Europese regelgeving, saneringskosten, ketenverantwoordelijkheid en mogelijke aansprakelijkheidsclaims.
Daarnaast biedt het artikel concrete aanbevelingen voor regelgevers en standaardsetters. De onderzoekers pleiten onder meer voor aanvullende interpretatieve guidance binnen ESRS E2 (Pollution), sectorspecifieke richtlijnen voor sectoren met verhoogde PFAS-blootstelling en best-practice disclosures. Daarmee sluit het onderzoek direct aan op actuele discussies rondom de implementatie van de CSRD en de verdere ontwikkeling van Europese duurzaamheidsrapportage.
Het volledige artikel is open access beschikbaar via MAB Online
Bron: Open Universiteit

