Het goede nieuws: wanneer milieuregels druk uitoefenen op één bedrijf, kan dat effect zich via banden tussen besturen verspreiden, waardoor ook gelieerde bedrijven hun uitstoot verminderen. Het slechte nieuws: de positieve impact op het klimaat is beperkt, aangezien deze bedrijven vervuilende activiteiten vaak naar elders verplaatsen, zo blijkt uit onderzoek van de Radboud Universiteit en de Universiteit van Stockholm. Hun bevindingen zijn gepubliceerd in Business Strategy and the Environment.
De onderzoekers bestudeerden hoe banden tussen raden van bestuur (bijvoorbeeld wanneer bestuurders in meerdere raden van bestuur zitten) van invloed zijn op hoe bedrijven reageren op klimaatregelgeving. Om daarachter te komen, analyseerden ze ongeveer 2000 bedrijven over de hele wereld en keken ze naar hoe de bedrijven tussen 2003 en 2020 opereerden.
Verschuiving, geen vermindering van uitstoot
De resultaten waren op het eerste gezicht bemoedigend: ‘Onze aanname was dat als je weet dat bedrijven waarmee je verbonden bent verbeteringen doorvoeren op het gebied van duurzaamheid, jouw bedrijf dat ook zal doen. Deels omdat je over informatie beschikt om hiernaar te handelen, deels vanwege groepsdruk,’ legt Katarzyna Burzynska uit, econoom aan de Radboud Universiteit en een van de auteurs van het artikel. ‘En wat we in de gegevens zagen, is dat veel van deze bedrijven hun totale uitstoot inderdaad verminderden toen andere bedrijven in hun netwerk te maken kregen met strengere milieuwetten’
‘We ontdekten echter ook dat ze hun emissie-intensiteit niet verlagen. Dat is een maatstaf voor hoeveel een bedrijf uitstoot in verhouding tot de omvang van zijn activiteiten, wat ons vertelt hoe schoon of duurzaam een bedrijf opereert’, voegt Burzynska toe. ‘Dat wijst erop dat de meeste van deze bedrijven de onderdelen van hun bedrijf die het meest vervuilen, afstoten, in plaats van te investeren in schonere technologieën of het verbeteren van de dagelijkse bedrijfsvoering. De vervuiling stopt niet echt; ze is gewoon ergens anders naartoe verplaatst.’
Kiezen voor de snellere oplossing
Volgens de onderzoekers weerspiegelt deze bevinding de rol van de meeste raden van bestuur. Bestuurders richten zich op het grotere geheel, in plaats van op de feitelijke technische details van het productieproces. ‘Zij zijn verantwoordelijk voor toezicht en strategie. Als je hen dus een nieuwe duurzaamheidsdoelstelling geeft, kiezen ze vaak voor een relatief snelle oplossing om die doelstelling te halen: het afstoten van een deel van het bedrijf, in plaats van te investeren in een schoner proces, omdat ze de kennis missen om dat proces grondiger te onderzoeken.’
De onderzoekers ontdekten ook dat raden van bestuur met veel connecties doorgaans hogere milieuscores hebben. Deze zogenaamde Environmental, Social and Governance (ESG)-scores worden vaak door beleggers gebruikt om te bepalen hoe milieuvriendelijk een bedrijf is. Hoewel, zo legt Burzynska uit, ESG-scores deels berusten op wat deze bedrijven zelf rapporteren over hun plannen en ambities, in plaats van dat deze scores gebaseerd zijn op hun daadwerkelijke uitstoot. ‘Als een bedrijf belooft in de toekomst te verbeteren, zal het zijn score verbeteren. Tot op zekere hoogte gaat het om wat ze zeggen dat ze doen, in plaats van wat ze daadwerkelijk doen.’
Het artikel laat zien dat bedrijven wel degelijk reageren op druk, en dat bedrijven die via bestuursnetwerken met elkaar verbonden zijn, vergelijkbare stappen kunnen nemen wanneer klimaatregelgeving anderen in hun netwerk treft. ‘Maar zoals we in onze gegevens zien, betekent het verminderen van de uitstoot voor één bedrijf niet dat deze volledig verdwenen is. Het is een uitdaging voor beleidsmakers: een beleid dat volledig gericht is op emissiedoelstellingen moedigt bedrijven alleen maar aan om hun uitstoot te verplaatsen in plaats van deze volledig te elimineren. Bedrijven reageren op druk, maar niet altijd op de manier die je zou hopen.’



