Volgens Empact blijkt dat na een eerste inventarisatie 40 tot 60 procent van de benodigde Digital Product Passport (DPP)-data al aanwezig is binnen de organisatie. Die informatie zit in technische fiches, EPD’s, CE-verklaringen en leverancierscontracten. Het probleem is niet dat de data er niet is, maar dat niemand het totaaloverzicht heeft. De informatie leeft verspreid over afdelingen, systemen en formats die nooit met het DPP in gedachten zijn opgezet.
De sleutel tot een succesvol Digital Product Passport (DPP) – de digitale identiteitskaart voor producten – ligt echter bij standaardisatie: alleen als we allemaal dezelfde datataal spreken, wordt data in de keten vergelijkbaar, uitwisselbaar en automatisch verwerkbaar. Het gaat dan om het gebruik van dezelfde identificatiesleutels en het hanteren van identieke definities en datavelden.
Dit maakt het DPP schaalbaar en voorkomt interpretatieverschillen. Het is daarom verstandig om voor consumentenproducten bestaande, breed gebruikte tools voor productidentificatie (zoals de GS1 artikelcode (EAN) te benutten), in plaats van nieuwe systemen te ontwikkelen.
Door duurzaamheidsdata efficiënt te koppelen aan deze artikelcode via de QR-code van GS1, kan informatie eenvoudig worden ontsloten en verbonden worden met een DPP. Zo wordt het delen van data niet alleen gemakkelijker, maar ook betrouwbaarder en toekomstbestendig. En daarvoor hoeven geen extra kosten te worden gemaakt.
Michiel van Yperen, Sustainability Manager GS1 Nederland


