De Nederlandse luchtvaart kan binnen vijftien jaar uitgroeien tot een sector met een veel kleinere impact op het klimaat en de leefomgeving, terwijl zij economisch nauwelijks waarde verliest. Dat stelt Natuur & Milieu in een nieuwe toekomstvisie voor de luchtvaart tot 2040. De organisatie presenteert daarin een alternatief voor het huidige expansiemodel van de luchtvaart, dat steeds verder onder druk staat. De effecten van deze koers zijn doorgerekend door onderzoeksbureau CE Delft. Het stuk verschijnt in aanloop naar het Tweede Kamerdebat over de toekomst van Schiphol op 19 mei.

De visie Luchtvaart van Morgen gaat gepaard met een duidelijke oproep: ‘Nederland moet stoppen met discussiëren over hoeveel luchtvaart ‘nog net kan’, en beginnen met nadenken over wat voor luchtvaart we willen’, zegt Marjolein Demmers, directeur van Natuur & Milieu. Volgens haar is een koerswijziging nodig: ‘We willen een luchtvaart die Nederland daadwerkelijk dient. Dat vraagt om scherpe keuzes en gericht sturen op wat Nederlandse reizigers nodig hebben en waar we naartoe vliegen. Niet de overstapplaats van Europa zijn, maar een selectief netwerk van bestemmingen bieden dat Nederland echt verder helpt.’

De sector is de afgelopen decennia te groot gegroeid en draait voor een belangrijk deel op belastingvoordelen, fossiele subsidies en staatsteun in economisch slechte tijden. Deze keuzes leiden tot grote maatschappelijke kosten, waaronder klimaatschade, negatieve gezondheidseffecten en ruimtebeslag dat woningbouw belemmert, aldus Natuur & Milieu.

Kwaliteitshub

In het nieuwe toekomstbeeld verschuift de focus van groei naar kwaliteit. Niet het aantal vluchten staat centraal, maar de vraag welke verbindingen de meeste waarde hebben voor Nederland. Dat betekent minder ultrakorte vluchten en een grotere rol voor de trein binnen Europa. Het overstapverkeer neemt af, terwijl het netwerk van Schiphol wordt toegespitst op bestemmingen die beter aansluiten op de specifieke belangen van enerzijds zakelijke reizigers en anderzijds maatschappelijke behoeften waaronder vakantievluchten voor Nederlanders.

Minder vluchten, evenveel passagiers

De doorrekening van CE Delft laat zien dat deze gerichtere luchtvaart forse maatschappelijke winst oplevert. De CO2-uitstoot van vertrekkende vluchten daalt met 60%, daarmee is de visie in lijn met het Akkoord van Parijs. Die daling van de CO₂-uitstoot komt vooral doordat het aantal lange intercontinentale vluchten met een relatief grote uitstoot afneemt als gevolg van eerlijkere prijzen voor brandstof en tickets en doordat de omvang van Schiphol daalt van 478.000 vluchten in 2025 naar 350.000 in 2040. Natuur & Milieu benadrukt dat de bestemmingen waar de grootste vraag ligt dan blijven bestaan.

Opvallend is dat het aantal vluchten daalt, terwijl het aantal passagiers licht toeneemt. Dit komt doordat vaker grotere vliegtuigen worden ingezet. De werkgelegenheid, die vooral samenhangt met het aantal passagiers, blijft daardoor grotendeels behouden. Ook het vestigingsklimaat, gemeten aan de hand van het aantal internationale hoofdkantoren, verandert nauwelijks volgens de berekeningen van CE Delft.

Ruimte voor woningbouw door nachtsluiting

De combinatie van minder vluchten, een volledige nachtsluiting tussen 23.00 en 07.00 uur en strenge milieunormen leidt tot een forse afname van de overlast. Het aantal mensen met ernstige geluidshinder daalt met bijna 80%. Ook de uitstoot van stikstof en andere schadelijke stoffen neemt sterk af. Doordat de geluidsoverlast aanzienlijk vermindert wordt het mogelijk om dichter bij Schiphol te bouwen. Dat levert naar schatting ruim 33.000 extra woningen op in een gebied waar de woningnood hoog is.

Gamechangers

Om dit toekomstbeeld te realiseren zijn volgens Natuur & Milieu duidelijke beleidskeuzes nodig. Drie zogenoemde gamechangers staan centraal: een bindend CO2-plafond voor de luchtvaart, een integraal normenstelsel met harde grenzen voor geluid, luchtkwaliteit en natuurbescherming en het principe ‘de vervuiler betaalt’. Een voorbeeld van deze laatste: vervuilende en lawaaiige vluchten worden zwaarder belast dan schone stillere toestellen.

Bron: Natuur & Milieu