Nederlandse supermarkten hebben in een overeenkomst vastgelegd dat zij zich gezamenlijk inzetten voor een leefbaar loon voor arbeiders in de bananenteelt. De supermarkten streven ernaar om binnen vijf jaar het verschil tussen het huidige loon en het leefbaar loon voor hun totale bananenassortiment te verminderen met ten minste 75%. De overeenkomst van het ‘Bananenproject’ is in oktober 2019, onder begeleiding van IDH, The Sustainable Trade Initiative, ondertekend door Albert Heijn, Superunie, Boni, Boon, Coop, Deen, Hoogvliet, Jan Linders, Jumbo, Plus, Poiesz, Sligro, Spar, Vomar en het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL). De afspraken zijn een onderdeel van het Convenant Voedingsmiddelen op het gebied van Internationaal Verantwoord Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO).

Doel

Het doel is dat de deelnemende supermarkten in 2025 voornamelijk bananen verkopen van plantages waar een leefbaar loon is betaald aan werknemers voor het deel dat bestemd is voor de Nederlandse supermarkten.  Met de door IDH beschikbaar gestelde salariscalculator (Salary Matrix) kunnen supermarkten het verschil tussen het huidige en leefbaar loon berekenen. Ook kunnen zij het totale bananenassortiment en de huidige lonen in hun toeleveringsketen analyseren. Dit zal dienen als referentiepunt voor de toekomstige lonen. Met ingang van 2021 moet er per jaar een geleidelijke verbetering zijn van ten minste 10% om het verschil met het leefbaar loon te overbruggen.

Jordy van Honk, programmadirecteur bij IDH: “Leefbaar loon is een van de prioritaire thema’s binnen het Convenant Voedingsmiddelen. Met het Bananenproject willen wij bereiken dat mensen die op bananenplantages werken een loon verdienen waar zij en hun gezin van kunnen leven. Veel arbeiders verdienen een minimumloon, maar dat ligt vaak onder een leefbaar loon. Daar zit dus een probleem en dat erkennen de supermarkten. Wat de supermarkten in hun eentje niet kunnen veranderen, kunnen we gezamenlijk mogelijk wel veranderen.”

Bananen zijn het meest verkochte fruit in de supermarkt. Jaarlijks eten we gemiddeld 42 stuks per persoon. Deze bananen komen uit landen als Costa Rica, Ecuador en Colombia. Mensen die werken op bananenplantages, verdienen vaak niet genoeg om hun levensonderhoud en dat van hun gezin te bekostigen. Een leefbaar loon kijkt wat er in een specifiek gebied nodig is om minimaal in de basisbehoeften te voorzien. Dit omvat voedsel, water, woning, onderwijs, gezondheidszorg, vervoer en andere essentiële behoeften (inclusief reserves voor onvoorziene situaties). Door het verschil tussen het huidige loon en het leefbare loon te verkleinen, verbetert de levensstandaard van werknemers.

Over grenzen heen kijken

Voor de uitvoering van de overeenkomst is samenwerking essentieel. In het verleden zijn initiatieven voor een leefbaar loon in de grootste bananen exportregio’s wereldwijd zijn nog niet goed op gang gekomen. Het is meestal onduidelijk waar leveranciers in de waardeketen de bananen precies vandaan halen, welke stappen zij (kunnen) zetten om tot leefbaar loon te komen, en wat de werknemers op de plantages verdienen. Het kostenefficiënter maken en het verhogen van de lonen van de medewerkers op de plantages is complex en biedt niet altijd een structurele oplossing. De invloed van individuele partijen is beperkt, zeker wanneer een supermarkt ten opzichte van andere afnemers een klein deel van de totale bananenoogst van een plantage inkoopt. Ook is het van belang om de markt in balans te houden. Dat kan door zoveel mogelijk productielanden van bananen in de geleidelijke overgang naar een leefbaar loon mee te nemen. IDH zal zich erop richten dat andere partijen die zich bij het initiatief willen aansluiten de overeenkomst ook ondertekenen, zoals supermarkten uit andere landen. Dit is van groot belang omdat er vaak meerdere afnemers bij een leverancier zijn. Op deze manier wordt de impact om tot leefbaar loon te komen positief vergroot.

Volgens de betrokken supermarkten levert het Bananenproject een belangrijke bijdrage: “Supermarkten zijn elkaars concurrenten, maar als het om de verduurzaming van de keten gaat en het aanpakken van risico’s kunnen bedrijven zeker samenwerken. In gesprek gaan met lokale overheden en vakbonden bijvoorbeeld, om zicht te krijgen op wat er lokaal speelt en wat er moet veranderen. Als we daar met het Bananenproject in slagen, banen we de weg om dat ook met andere producten te gaan doen.”

Jennifer Muller, manager duurzaamheid bij het CBL zegt: “De ondertekening van deze overeenkomst onderstreept de bereidheid van supermarktorganisaties om verantwoordelijkheid te nemen voor verduurzaming van de productieketen. Het leefbaar loon project illustreert hierbij hoe gezamenlijke ambities binnen het IMVO Convenant leiden tot concrete projecten met sociale impact. De ervaringen opgedaan over transparantie en risicomanagement worden meegenomen in de verankering van due diligence binnen de gehele keten.”