Johannesburg: succes voor bedrijven en NGO’s

(Gepubliceerd in Het Financieele Dagblad van 4 september 2002). DAT DE VN-CONFERENTIE OVER duurzame ontwikkeling toch nog een succes genoemd kan worden, is vooral op het conto van het aanwezige bedrijfsleven en de maatschappelijke en milieuorganisaties te schrijven. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan en de Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki hadden aan het begin van de bijeenkomst opgeroepen tot actie. De onderhandelaars en regeringsleiders hebben zich van die oproep weinig aangetrokken. Het bedrijfsleven en de niet-gouvernementele organisaties des te meer.

De landenstrijd om resultaten op dit soort conferenties levert niets anders op dan magere compromissen. Zelfs als de wereld miljarden moet uitgeven aan overstromingsschade, levert dat niet het gevoel van urgentie op om scherpe doelen te stellen voor meer duurzame energie. Een van de weinige positieve bijdragen aan overheidszijde kwam van de Chinezen die, zonder dat ze dat volgens de regels verplicht zijn, de klimaatovereenkomst van Kyoto hebben geratificeerd. Daarmee hebben ze ook het belangrijkste argument van de Amerikanen om niet aan Kyoto mee te doen, onderuit gehaald. De VS wilden alleen maar het klimaatverdrag ratificeren als andere grote landen dat ook zouden doen.

De afgelopen tien dagen is er in Johannesburg door officiële delegatieleden vaak met verbazing gesproken over de grotere rol die de niet-gouvernementele organisaties en de bedrijven in Johannesburg hebben gespeeld. Tien jaar geleden op de milieuconferentie in Rio speelden de maatschappelijke organisaties nog een kleine rol en was het bedrijfsleven nagenoeg afwezig. Nu zijn ze er in groten getale en moesten de ondernemingen en de ngo’s erg aan elkaar wennen. Soms liepen ze elkaar voor de voeten en kreeg het aanwezige bedrijfsleven veel kritiek te verduren over de combinatie van zakelijke belangen en sociale en milieu-initiatieven. Een enkele zakenman schoot dan tijdens een persconferentie uit zijn slof vanwege de twijfel aan zijn integriteit en goede bedoelingen.

Maar dat kon niet verhinderen dat het bedrijfsleven en de ngo’s in elkaars armen werden gedreven door de slappe houding van de regeringen. De gezamenlijke oproep van de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD) en Greenpeace aan overheden om het Kyoto-protocol te ratificeren was daar een voorbeeld van.

De aanwezige bedrijvenlobby in Johannesburg, verenigd onder de vlag van Business Action for Sustainable Development (BASD), heeft tijdens de top vele partnerschappen afgesloten met lokale overheden, maatschappelijke organisaties en multilaterale instellingen om de beschikbaarheid van water en energie te vergroten en de efficiëntie van de landbouw in ontwikkelingslanden te verbeteren. Daarmee hebben ze hun uitnodiging door de Verenigde Naties om mee te doen aan deze conferentie over duurzame ontwikkeling zeker verdiend. Er zijn veel zogenoemde type-2-afspraken gemaakt die in de komende tijd concrete resultaten zullen opleveren. In tegenstelling tot de type-1-afspraken die in de slotverklaring van de duurzaamheidstop zullen staan.

Maar het bedrijfsleven heeft zelfs de strenge milieuorganisatie Friends of the Earth weten te verrassen door op te roepen voor heldere regels voor milieu, mensenrechten, corruptie en sociale omstandigheden; dan zijn extra regels voor verantwoord ondernemen niet nodig. De BASD heeft zich ook achter de duurzame verslagleggingsrichtlijnen van het Global Reporting Initiative geschaard. Zo wordt wereldwijd voor ondernemingen een gelijk speelveld gecreëerd en een toekomst met meer gezonde en welvarende klanten. Het gaat immers niet puur om de winst, maar om de continuïteit van ondernemingen, mensen en planeet.

Marleen Janssen Groesbeek

Share Button