Het kabinet houdt vast aan ambitieuze klimaatdoelen met focus op elektrificatie, offshore windparken en kerncentrales. Dit vraagt om een robuust elektriciteitsnet, maar dat is er momenteel niet. Door lange realisatietijden van netuitbreidingen groeit de wachtlijst en door nieuwe prioritering van schaarse netcapaciteit staan ondernemers vaak achteraan in de rij. Stilzitten is voor velen geen optie; zij bedenken volop creatieve en pragmatische oplossingen om hun groeiplannen toch te realiseren.

Nederland start met een achterstand

Door het overvloedige Gronings gas is vrijwel elk huis en gebouw sinds de jaren 60 aangesloten op het gasnet, waardoor ons elektriciteitsnet relatief licht is uitgevoerd. In landen als Frankrijk, dat vol inzette op kernenergie om gebouwen te verwarmen, is het stroomnet veel zwaarder uitgevoerd. Het Nederlandse net wordt door energieprofessionals dan ook wel gekscherend een ‘campingnetje’ genoemd.

Netcongestie kost de maatschappij veel geld

Ons stroomnet zit inmiddels zo vol dat er filevorming ontstaat. Maar anders dan auto’s kunnen elektronen niet in de file staan: een teveel leidt tot kortsluiting en brand. Om dit te voorkomen worden bedrijven beperkt via congestiemanagement. Is er te veel vraag naar transportcapaciteit, dan moeten grootverbruikers productie afschakelen (afnamecongestie). Bij een overschot aan elektriciteit door bijvoorbeeld windparken of zonnevelden, moeten grote producenten afschakelen (invoedingscongestie). Dit is ook de reden dat de vele aanvragen voor extra netcapaciteit niet zomaar toegekend kunnen worden. Inmiddels staan ruim 14.000 ondernemers op de wachtlijst.

Grafiek: Ruim 14 duizend bedrijven wachten op meer netcapaciteit

Netcongestie gaat gepaard met hoge kosten. Volgens Ecorys kost elke megawattuur die ondernemers door netcongestie niet kunnen gebruiken de maatschappij 3500 euro aan gederfde inkomsten; 35 keer de stroomprijs! Volgens de Boston Consulting Group kan de directe economische schade oplopen tot 40 miljard euro per jaar. Maar de maatschappelijke schade is breder: woningbouwprojecten vallen stil, waardoor de toegang tot betaalbare woonruimte afneemt en jongeren worden beperkt in gezinsvorming en loopbaan. Netcongestie remt bovendien de elektrificatie, wat de motor is voor het verminderen van broeikasgasemissies.

Uitbreiding van het elektriciteitsnet is een no-brainer

Slimmer gebruik van het net is nodig, maar kan de schade volgens Ecorys hooguit met een derde verminderen, van 3500 naar circa 2500 euro per megawattuur. Netverzwaring is de enige structurele oplossing. En het is ook nog eens kosten efficiënt. Hoewel er veel geld in het stroomnet geïnvesteerd moeten worden – volgens het IBO ongeveer 200 miljard euro tot 2040 – weegt deze investering ruimschoots op tegen de maatschappelijke kosten van nietsdoen. Aurora Energy Research voorspelt dat door deze netuitbreiding de nettarieven voor grootverbruikers van het hoogspanningsnet verdubbelen van 20 naar circa 40 euro per megawattuur. Dat is een forse stijging, maar die valt in het niet bij de maatschappelijke schade die ontstaat als ondernemers hun plannen door een gebrek aan stroom niet kunnen realiseren. Netuitbreiding is economisch een no-brainer.

Helaas biedt netuitbreiding op korte termijn weinig soelaas. De grootste knelpunten bevinden zich op het hoog- en middenspanningsnet. Transformatorstations zijn weliswaar binnen 2 tot 3 jaar te bouwen, maar planvoorbereiding duurt al snel acht jaar. En bezwaarprocedures kunnen het hele traject met jaren vertragen. In veel regio’s krijgen ondernemers te horen dat substantiële uitbreiding pas tussen 2035 en 2040 gereed is.

Creatief benutten van het bestaande elektriciteitsnet

Totdat het net wordt uitgebreid, is optimaal en creatief inzetten van het bestaande net de beste – en voorlopig enige – uitweg. Verschillende mogelijkheden komen daarvoor in beeld:

  • Voortzetting van congestiemanagement onder grootverbruikers die hier al onder vallen.
  • Uitbreiding van congestiemanagement via flexibiliteitstenders waarmee netbeheerders de poel aan deelnemers vergroten.
  • Capaciteitsbeperkende overeenkomsten waarin ondernemers een lager piekvermogen krijgen tijdens perioden van netcongestie of tijdens vaste tijdsblokken waar de kans op netcongestie hoog is.
  • Groepsovereenkomsten waarin meerdere ondernemers samen een contract met de netbeheerder afsluiten, waarbij het maximale vermogen lager ligt dan de som van individuele contracten, evenals het tarief (een belangrijk onderdeel van energiehubs).
  • Variabele nettarieven gedurende de dag, die ondernemers stimuleren om het stroomnet juist tijdens perioden van netcongestie te ontlasten.

Deze oplossingen richten zich vooral op grootverbruikers. Volgens het aansluitoffensief– een samenwerkingsverband tussen de overheid, netbeheerders en ondernemersorganisaties – kan hierdoor de wachtrij met een derde afnemen in 2035. Een kortere wachtrij is een stap vooruit, maar veel bedrijven blijven in de wachtrij staan.

Prioritering zet het bedrijfsleven verder op achterstand

Netbeheerders moeten sinds dit jaar de wachtrij van grootverbruikers anders prioriteren: bedrijven die bijdragen aan het verminderen van netcongestie (bijvoorbeeld via batterijprojecten) krijgen voorrang, gevolgd door vitale functies zoals defensie, ziekenhuizen en politie. Daarna komen woningbouw, onderwijs, telecommunicatie en afvalbeheer aan bod. De meeste ondernemers volgen pas daarna. Vanaf 1 juli 2026 worden ook mkb’ers op de wachtlijst geplaatst als zij meer transportcapaciteit willen hebben en vallen zij onder dezelfde prioritering. Het overgrote deel van het bedrijfsleven staat dan achteraan in de rij. Dat heeft grote consequenties, maar heeft nog relatief weinig aandacht gekregen.

Ondernemers gaan netcongestie met innovatie en pragmatisme te lijf

Veel ondernemers moeten dus nog jaren wachten tot het net lokaal is uitgebreid en er zicht is op fors meer netcapaciteit. En wachten is iets dat ondernemers slecht afgaat. Zij zullen andere mogelijkheden zoeken:

  • Oude stroom vretende installaties vervangen door apparaten en installaties die veel zuiniger zijn. Zo kan de productie binnen het bestaande contract toch uitgebreid worden.
  • Zelf stroom opwekken met dieselaggregaten of warmtekrachtinstallaties op gas (WKK’s). Een (zwaardere) gasaansluiting is vaak het enige alternatief dat netbeheerders wel kunnen bieden en een dieselaggregaat is snel gekocht.
  • Elektrificatie uitstellen en gas blijven gebruiken voor warmte en diesel of benzine voor vervoer.
  • Investeren in hybride systemen, zoals hybride warmtepompen, zodat men tijdens congestie kan terugvallen op gas. En elektrische boilers kunnen ’s nachts – als er geen congestie is – opgewarmd worden om overdag warmte te leveren.
  • Investeren in eigen batterijen om stroompieken op te vangen en congestie te vermijden.
  • Samenwerken met een buurman die ruimte over heeft op zijn aansluiting: via een eigen meter en kabel stroom uit de meterkast van de buurman halen (cable pooling). Of een accu op het terrein van de buurman plaatsen. Kabel inpluggen als die vol is en over de schutting naar het eigen terrein leggen.
  • Bedrijfsverzamelgebouwen met vrije netcapaciteit worden mogelijk populair. Als het hele bedrijf niet overgeplaatst kan worden, dan wellicht een gedeelte.
  • Opkopen van bedrijven met een aantrekkelijke netaansluiting, zoals eerder bij de overname van een failliete aluminiumsmelter door een datacenter. Dit zal ook op kleinere schaal veel vaker navolging krijgen, bijvoorbeeld bij bedrijven zonder opvolging of met financiële problemen. Netcapaciteit voegt zo een nieuwe dynamiek aan de markt voor bedrijfsovernames toe.

Deze oplossingen zijn suboptimaal ten opzichte van het vergroten van de bestaande aansluiting, maar begrijpelijk voor elke ondernemer die zijn plannen wil realiseren. Voor netbeheerders zijn deze routes te verkiezen boven situaties waarin wanhopige ondernemers op illegale wijze hun aansluiting verzwaren.

Vooruitkijken naar een robuust elektriciteitsnet

Netcapaciteit blijft de komende jaren schaars. Het bestaande net slimmer inzetten is noodzakelijk, maar slechts een druppel op de gloeiende plaat. Prioriteren is onvermijdelijk, maar lost het fundamentele probleem niet op. De echte oplossing ligt in het versneld uitbreiden van het elektriciteitsnet. Het is dan ook positief dat het kabinet hoogste prioriteit geeft aan een Crisiswet Netcongestie die de uitbreiding moet versnellen. In de uitvoering mogen we ook best wat minder zuinig zijn. Door de energietransitie zal de elektriciteitsvraag tot wel drie keer zo groot worden richting 2050. Alleen de huidige wachtlijst wegwerken is niet genoeg. Durf te investeren in een ruim bemeten net, vooral op strategische punten. Anders dient de volgende wachtrij zich alweer aan. Zo’n aanpak kan ondernemers weer perspectief en vertrouwen geven.

Gerben Hieminga, senior econoom ING Nederland