Het Europees Parlement en de lidstaten bereikten in Brussel een akkoord over het verbieden van ‘dierennamen’ voor plantaardige alternatieven en hybride vlees. Dierennamen als rund, kip, steak en bacon en delen van dieren als borst, vleugel en poot mogen in de EU niet langer worden gebruikt voor deze producten. Opvallend is de nieuwe definitie van vleesproducten, die hybride vlees onder druk zet. Volgens De Vegetarische Slager en Vivera, verenigd in The Vegetarian Butcher Collective, zorgen deze maatregelen voor hoge kosten, complexiteit en onduidelijkheid voor de gehele voedingssector.
Hoewel het Europees Parlement in oktober vorig jaar instemde met de maatregel, bereikten het Parlement, de Commissie en de 27 lidstaten tijdens de trilogen in december nog geen overeenstemming. “Brussel verbiedt woorden die consumenten allang begrijpen”, zegt Rutger Rozendaal, CEO van De Vegetarische Slager. “Dit raakt niet alleen producenten van plantaardige producten, maar ook vleesbedrijven die steeds vaker werken met burgers en worst van plantaardige eiwitten. De wet zou bedacht zijn om boeren te ondersteunen. Maar in werkelijkheid helpt dit helemaal niemand: niet de consument, niet de retailer, maar ook niet de vleesboeren.”
Hybride vlees
Het beleid hanteert ook een nieuwe definitie van ‘vleesproducten’. Hierdoor vallen hybride producten, waarin vlees bewust wordt gecombineerd met plantaardige eiwitten om producten gezonder te maken of de milieu-impact te verlagen, buiten de officiële definitie. Rozendaal: “Hybride is inmiddels mainstream in Nederland. Zo zetten supermarkten als Lidl, Albert Heijn en Jumbo actief in op hybride producten om plantaardig eten laagdrempelig te stimuleren. Het verbod remt dus ook innovatie van vleesbedrijven en supermarkten.”
Kosten en complexiteit
De naamswijzigingen brengen volgens producenten substantiële extra kosten en complexiteit met zich mee. Dat zal resulteren in extra druk op supermarkten en vleesproducenten die willen verduurzamen, en daarmee een onnodige verhoging van voedselprijzen in een periode waarin voedselprijzen al onder druk staan door geopolitieke spanningen, landbouwverstoringen en stijgende energieprijzen. “Het aanpassen van duizenden etiketten, verpakkingslijnen en juridische registraties vraagt investeringen in de gehele keten”, aldus Rozendaal. “Daarnaast moet extra worden geïnvesteerd in het bekendmaken van de nieuwe namen. Dit raakt niet alleen grote producenten, maar juist ook kleinere en middelgrote bedrijven. Bovendien moeten deze kosten uiteindelijk worden doorberekend in de consumentenprijs. Het EU-beleid remt hiermee de innovatie richting een duurzaam voedselsysteem en raakt ook direct de consument.”
Tegenwerken transitie
Het beleid staat dan ook haaks op lopende klimaatdoelstellingen en stimuleringsprogramma’s. Rozendaal: “De bekende termen helpen bij het maken van de overstap naar een duurzame plantaardige variant. Het hernoemen van vertrouwde producten zorgt voor verwarring in de zoektocht naar een alternatief. Dat remt de groei van plantaardige alternatieven en ontmoedigt investeringen in de sector, waarvan de productielocaties in Nederland liggen. Het is verbazingwekkend dat de EU enerzijds inzet op verduurzaming van het voedselsysteem en anderzijds regelgeving invoert die duurzame keuzes minder aantrekkelijk maakt.”
Bron: The Vegetarian Butcher Collective
