Een duidelijk en ondersteunend wetgevingskader is van cruciaal belang om Onboard Carbon Capture and Storage (OCCS) mogelijk te maken en tijdige investeringen in de hele waardeketen van schepen en LCO₂-overslag te stimuleren, aldus een rapport van DNV in opdracht van vijf toonaangevende rederijen. Deze rederijen (CMA CGM, Evergreen, Hapag-Lloyd, Maersk en MSC) zien OCCS als een veelbelovende manier om CO₂-uitstoot te verminderen, naast het gebruik van brandstoffen met weinig of geen CO₂-uitstoot.

Hoewel de IMO de invoering van het Net Zero Framework heeft uitgesteld, blijft het noodzakelijk om oplossingen te ontwikkelen voor het verminderen van CO₂. Het doel van het DNV rapport is inzicht bieden in de manier waarop CO₂-afvang aan boord van schepen kan bijdragen aan de vermindering van emissies. Hierbij wordt ook rekening gehouden met wat dit betekent voor rederijen, de mogelijkheden van de technologie en de roep om een duidelijk wettelijk kader.

Het rapport is op initiatief van de vijf rederijen tot stand gekomen nadat het Havenbedrijf Rotterdam vorig jaar meer dan 25 partijen bijeenbracht om de ontwikkeling van CO₂-afvang- en opslag te ondersteunen door middel van de oprichting van een OCCS-keten.

De drie voornaamste aandachtspunten uit het rapport

De drie voornaamste aandachtspunten uit het rapport zijn:

Fysieke waardeketen: ontwikkeling van een vloeibare CO₂-keten (LCO₂), waarbij CO₂ aan boord wordt afgevangen, vloeibaar wordt gemaakt en wordt vervoerd naar LCO₂-ontvangstschepen in havens. Vervolgens vervoeren deze schepen het CO₂ naar (tijdelijke) opslagterminals in Rotterdam en Singapore, waarna verder transport naar de uiteindelijke opslaglocaties plaatsvindt.

Terugdringen CO₂ en de daaruit voortvloeiende economische kansen: analyse met behulp van het GHG Pathway Model van DNV, om inzicht te krijgen in de reductie- en overslagcapaciteit gebaseerd op de vloot die op deze route vaart. Het rapport laat zien wat het potentieel is van CO₂-reductie en welke economische kansen er liggen voor de OCCS-waardeketen.

Regelgevingskader: investeringen in afvanginstallaties, transportcapaciteit en permanente opslagvoorzieningen zijn alleen haalbaar met tijdige, ondersteunende regelgeving.

Pilot op de handelsroute Azië-Noord-Europa

Als volgende stap stellen de vijf rederijen voor om de handelsroute Azië-Noord-Europa als testomgeving voor een OCCS-corridor te gebruiken. Vanwege de hoge emissies, de voorspelbare dienstregelingen en de CO₂-opslagprojecten in Rotterdam en rond Singapore is deze drukke scheepvaartroute geschikt voor de grootschalige toepassing van OCCS.

Uit pilotprojecten blijkt dat deze technologie technisch uitvoerbaar, schaalbaar en veilig is. Om OCCS op grote schaal te laten slagen, moet de hele keten worden ontwikkeld: van schepen die vloeibare CO₂ kunnen vervoeren tot opslag- en overslagterminals en opslaglocaties. In het rapport wordt benadrukt dat regelgeving het grootste knelpunt vormt: de IMO-richtlijnen voor OCCS zijn momenteel nog in ontwikkeling, de EU-regelgeving biedt nog geen volledig kader en er is behoefte aan juridische duidelijkheid over internationaal CO₂-transport en de status van CO₂ (afval of juist grondstof).

Eerste pilotproject in Rotterdam succesvol afgerond

Het eerste van een schip afgevangen CO₂ werd vorig jaar in Rotterdam gelost: het containerschip Ever Top, eigendom van rederij Evergreen, bracht toen een tankcontainer met 20 ton vloeibare CO₂ aan wal, nadat het eerder dezelfde hoeveelheid in Shanghai had gelost. De Ever Top (14.000 TEU) is het eerste middelgrote containerschip met een CO₂-afvanginstallatie (SMDERI). De installatie vangt CO₂ af, reinigt het en zet het om in vloeibare vorm voor opslag aan boord. In een afzonderlijk project heeft DNV bevestigd dat de kwaliteit geschikt zou zijn voor (her)gebruik in de glastuinbouw.

Om de ontwikkeling van OCCS te ondersteunen, werkt het Havenbedrijf Rotterdam aan ketens voor de opslag en hergebruik van CO₂ binnen het haven industriegebied. Bedrijven als Value Maritime, Wärtsila en SMDERI rusten schepen al uit met afvangsystemen.

Bron: Havenbedrijf Rotterdam