De helft van de ondervraagde ondernemingen heeft een voorkeur voor een algemene richtlijn of standaard voor zo’n verslag. Maar die richtlijn zou niet moeten komen van de overheid. Van de ondernemingen vindt 65% direct ingrijpen van de overheid met wetten of regelgeving voor de duurzaamheidsverslaggeving ‘niet gewenst’.

Overigens is 13% van de ondervraagde bedrijven juist vóór overheidsinmenging als de ontwikkeling van een integrale verslaglegging over ‘people, planet en profit’ achterblijft.

Onder duurzaamheidsverslag verstaan de onderzoekers een integrale externe rapportage van ondernemingen omtrent sociale, ecologische en economische prestaties aan ‘stakeholders’, oftewel belanghebbenden. Dat laatste impliceert dat een duurzaamheidsverslag niet het financiële jaarverslag zal vervangen omdat dat een belangrijke bron van informatie voor met name de aandeelhouders is.

Toch mag verwacht worden dat ook aandeelhouders belangstelling hebben voor een duurzaamheidsverslag, omdat daar een direct verband wordt gelegd met de sociale en ecologische prestaties van een onderneming en de winst.

In de top-3 van motieven voor een duurzaamheidsverslag staat transparantie met 60% op een, gevolgd door mogelijkheid tot communiceren met belanghebbenden op de tweede plaats (56%). Reputatiemanagement staat op de derde plaats.

Uit het onderzoek blijkt dat druk van financiële instellingen als pensioenfondsen ook een belangrijk argument is voor het opstellen van een duurzaamheidsverslag.

Het ontbreken van een meet- en registratiesysteem wordt door 63% van de ondernemingen gezien als een belangrijk knelpunt bij het opstellen van een duurzaamheidsverslag.

Maar ook het gebrek aan kennis en ervaring en het ontbreken van een algemeen geaccepteerde richtlijn weerhouden bedrijven ervan om een duurzaamheidsverslag op te stellen en te publiceren. Een kleine meerderheid van de ondernemingen (52%) vindt een standaard noodzakelijk voor een verdere ontwikkeling van de duurzaamheidsverslaglegging.