Voor het eerst sinds de introductie van de CO₂-heffing voor de industrie wordt in 2025 een positieve opbrengst verwacht. Uit de laatste cijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) blijkt dat bedrijven gezamenlijk een heffing verschuldigd zijn over hun CO2-emissies die ligt tussen de €37 en €97 miljoen.
De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) heeft afgelopen maand circa 39,4 miljoen dispensatierechten (DPR’s) gestort op de rekening van de 250 bedrijven die vallen onder de CO₂-heffing industrie. Het aantal DPR’s is daarmee net zoals vorig jaar lager dan de totale industriële emissies van ongeveer 41,1 miljoen ton. Omdat ook het tarief voor de CO2-heffing hoger was dan de ETS-prijs in 2025 krijgen veel bedrijven in oktober een heffing opgelegd. Het netto-tarief voor 2025 is € 21,14 per ton CO2.
Van de in totaal 250 installaties zijn er 169 bedrijven met een tekort aan dispensatierechten. Hun gezamenlijke tekort is 4,6 miljoen ton CO2.
Belastingopbrengst kan variëren.
Bedrijven met een tekort kunnen ervoor kiezen om dispensatierechten over te nemen van de 78 bedrijven met een overschot maar kunnen er ook voor kiezen om belasting te betalen. Afhankelijk van de handel in dispensatierechten tussen bedrijven onderling, zullen bedrijven uiteindelijk een totale heffing verschuldigd zijn over 1,7 tot 4,6 miljoen ton CO₂. Dit vertaalt zich in een bedrag tussen € 37 miljoen en € 97 miljoen.
Om deze handel te faciliteren, heeft de NEa een “Vraag- en aanbodpagina” ontwikkeld in het CO₂-heffingsregister, waar bedrijven anoniem advertenties kunnen plaatsen. De daadwerkelijke totstandkoming van de transacties vindt buiten het register plaats.
Hoe werkt de CO₂-heffing?
Bedrijven betalen een vast tarief per ton CO₂ die ze uitstoten, maar krijgen een vrijstelling in de vorm van DPR’s waarmee ze een deel van hun totale uitstoot kunnen afdekken. Alleen over het verschil (uitstoot minus DPR’s) is de CO2-heffing verschuldigd. Bedrijven met een tekort aan DPR’s kunnen er ook voor kiezen om DPR’s van bedrijven met een overschot over te nemen en zo de totale omvang van de uitstoot waarover zij het heffingstarief verschuldigd zijn, te reduceren.
Per resterende ton uitstoot is vervolgens het CO2-heffingstarief verschuldigd. Voor installaties onder het EU ETS wordt de ETS-prijs voor CO2 van het tarief afgetrokken.
Het CO2-heffingstarief bedraagt in 2025:
- € 87,90 per ton voor die bedrijven die geen EU ETS emissierechten hoeven in te leveren (12 afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) en 2 fabrieken waar lachgas vrijkomt).
- € 21,14 per ton voor bedrijven die wel EU ETS emissierechten moeten inleveren (€ 87,90 minus de gemiddelde EU ETS-prijs van 2025 van € 66,76).
Omdat de ETS-prijs in de afgelopen jaren hoger lag dan het CO2-heffingstarief was het netto tarief voor ETS-installaties sinds 2022 € 0 en dat zal het in 2026 ook weer zijn.
Bedrijven kunnen betaalde CO₂-heffing uit eerdere jaren terugkrijgen als zij in latere jaren een overschot aan DPR’s hebben (de carry back-regeling). Tekorten in het verleden kunnen zo worden gecompenseerd door toekomstige overschotten. Meer informatie: website NEa.
Toekomst van de heffing.
Het kabinet wil de CO₂-heffing afschaffen, en geeft daarmee gehoor aan de kritiek op de heffing die een gelijk Europees speelveld in gevaar zou brengen ten nadele van de Nederlandse industrie. Wanneer en hoe de afschaffing precies vorm zal krijgen is nu nog niet duidelijk. Wel zijn er maatregelen genomen die verlichting bieden aan de industrie. De maatregelen zijn een lager tarief en een toename van de hoeveelheid dispensatierechten. Deze maatregelen zorgen ervoor dat bedrijven die deelnemen aan het EU ETS over het jaar 2026 geen heffing betalen, omdat voor dit jaar het heffingstarief lager is dan de ETS-prijs.
Bron: Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)


