De Algemene Rekenkamer heeft de ontwikkeling onderzocht van de concentratie van vijftien (zeer) schadelijke industriële stoffen in ons oppervlaktewater, stoffen die worden geassocieerd met een risico voor de gezondheid van mensen en het milieu. Het kabinet heeft in EU-kader afgesproken om de aanwezigheid van deze stoffen voor 2027 terug te dringen. De vijftien onderzochte stoffen behoren tot de meest schadelijke uit de totale lijst van 122 schadelijke stoffen die volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW) uiterlijk 2027 onder de afgesproken norm moeten worden gebracht. Uit het onderzoek blijkt dat voor de meeste van deze vijftien stoffen de afgelopen jaren geen vooruitgang is geboekt.
Algemene Rekenkamer onderzoekt concentraties schadelijke stoffen
De rapportages van de overheid over de chemische waterkwaliteit in Nederland geven maar beperkt antwoord op de vraag of ons water daadwerkelijk schoner wordt. De rapportages geven aan of Europese normen worden overschreden, maar deze normen veranderen ook in de loop van de tijd. Daarom heeft de Algemene Rekenkamer niet alleen gekeken naar normoverschrijdingen, maar ook onderzocht wat de concentratie is van vijftien typisch industriegerelateerde schadelijke stoffen in ons oppervlaktewater (uit de totale lijst van 122 schadelijke stoffen die de KRW noemt). Hieronder vallen onder meer kankerverwekkende PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), PFOS, zware metalen als lood, kwik en dioxine. Overigens is het zo dat vervuiling van het oppervlaktewater meerdere oorzaken heeft; naast industriële lozingen is er onder meer sprake van verontreiniging uit neerslag én verontreinig via water dat binnenstroomt vanuit het buitenland.
Concentratie meeste schadelijke stoffen niet gedaald
In dit onderzoek baseren we ons op data over de concentratie van de vijftien geselecteerde stoffen bij alle 61 meetpunten in de rijkswateren in Nederland. De onderstaande figuur geeft links per stof het aantal meetpunten aan waarop wel en niet aan de norm wordt voldaan in de periode 2023/2024.
Van belang hierbij is dat de KRW zo werkt dat als één stof niet aan de norm voldoet, de chemische kwaliteit van het betreffende oppervlaktewater onvoldoende is. Om te voldoen aan de Europese afspraken in 2027 zouden daarom alle balken in de linkertabel tegen die tijd helemaal groen moeten zijn. Dat dit gaat lukken is onwaarschijnlijk.
Rechts toont de figuur de concentratie in het oppervlaktewater van de vijftien geselecteerde schadelijke stoffen in de periode 2012-2024, dus los van de veranderende normen. Hieruit blijkt dat de concentratie van één stof zich op de meeste plekken positief ontwikkeld, drie stoffen laten vooral achteruitgang zien en bij negen stoffen is er vooral stilstand te zien. Bij twee stoffen wordt op de meeste plekken te weinig gemeten om iets te kunnen zeggen.

Normoverschrijdingen bij bijna elk landelijk meetpunt
De Algemene Rekenkamer heeft ook voor de periode 2012-2024 bij elk van de 61 landelijke meetpunten in kaart gebracht hoeveel stoffen de KRW-norm overschrijden én wat de daadwerkelijke concentraties zijn van de vijftien geselecteerde stoffen. Bijna alle meetpunten laten minimaal 1 normoverschrijding zien. Ook hier geldt dat volgens de Europese afspraken alle meetpunten in 2027 groen zouden moeten zijn.
De Algemene Rekenkamer heeft een interactieve kaart ontwikkeld waarop per meetpunt is aangeven welke schadelijke stoffen de norm overschrijden.
Maatschappelijke en economische schade, risico voor drinkwater
Naar een schatting uit 2025 kost vervuiling door industrie Nederland minstens € 7 miljard per jaar. Collegelid Barbara Joziasse. “Uit ons onderzoek blijkt weinig vooruitgang bij het tegengaan van schadelijke industriële stoffen in het oppervlaktewater. Vervuiling van oppervlaktewater kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, dieren en planten én zet de beschikbaarheid van drinkwater onder druk. Ook worden de kosten voor waterzuivering hoger, wat in de miljarden kan lopen. De afgelopen jaren moest de waterinname uit de Maas bijvoorbeeld verschillende keren stilgelegd worden vanwege de slechte waterkwaliteit. Daarnaast, als Nederland in 2027 niet aan de Europese normen voldoet waar we ons in 2000 aan hebben gecommitteerd, is er een risico voor boetes van de Europese Commissie of kortingen op Europese subsidies.”
Beperkt zicht op vergunningen en feitelijke lozingen
De minister van Infrastructuur en Waterstaat is verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen voor industriële lozingen op rijkswateren en het toezicht op de naleving daarvan. Dit wordt uitgevoerd door Rijkswaterstaat (RWS). In dit onderzoek zien we echter dat de minister weinig zicht heeft op wat door welke bedrijven wordt geloosd. RWS heeft geen centraal datasysteem waarin de bedrijven, vergunningen, de hoeveelheid stoffen die bedrijven mogen lozen en de feitelijke lozingen worden bijgehouden. Hierdoor is het niet mogelijk een landelijk beeld te krijgen van welke bedrijven wat lozen op de rijkswateren, en of dat onder de vergunningen is toegestaan.
Foto: Waterschap AGV
Bron: Algemene Rekenkamer

