Tijdens De Circulaire Poort op 11 februari 2026 gingen beleidsmakers, politici van de drie regeringspartijen, producentenorganisaties en maatschappelijke partijen met elkaar in gesprek over de rol van Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) als instrument om een circulaire economie te bereiken. Iedereen was het erover eens dat de transitie naar een circulaire economie allang niet meer uitsluitend een kwestie van milieubeleid is, maar ook van strategisch grondstoffenbeleid. De hoogste tijd om door te pakken dus – en dat is ook de strekking van het position paper van VPN met concrete aanbevelingen aan de politiek die hierbij helpen.

Na een welkomstwoord van Hester Klein Lankhorst (voorzitter VPN) werd het inhoudelijke kader geschetst door Marko Hekkert (Planbureau voor de Leefomgeving). In zijn keynote ging hij in op UPV als beleidsinstrument, de bijdrage aan circulaire doelstellingen en de randvoorwaarden die nodig zijn om het stelsel effectiever en toekomstbestendiger te maken. Hij pleitte hierbij voor één producentenorganisatie per productgroep, omdat dit een duidelijker kader geeft waarin bedrijven kunnen innoveren en circulair kunnen worden. Afke van Rijn (DG Ministerie van I&W) pleitte in haar keynote voor een duidelijke rolverdeling en gesprek tussen alle betrokken partijen, bijvoorbeeld door middel van ketentafels.

Politiek debat langs scherpe stellingen

Onder leiding van dagvoorzitter Donatello Piras vond hierna een interactieve paneldiscussie plaats aan de hand van vier stellingen over de inrichting en uitvoering van UPV. Elke stelling werd geïntroduceerd door een vertegenwoordiger van een VPN-lid, gevolgd door een tegengeluid vanuit de keten of maatschappelijke organisaties. Namens Stichting OPEN nam directeur Jan Vlak (rechts op de foto) deel. In het politieke panel gingen Björn Schutz (VVD), Dion Huidekooper (D66) en Jantine Zwinkels (CDA) met elkaar en met de zaal in debat. De Kamerleden toonden alle drie een grote betrokkenheid bij circulariteit. Ook waren ze unaniem in het onderstrepen van het maatschappelijke belang ervan, wat ook blijkt uit het feit dat de circulaire economie in het nieuwe kabinet direct onder ministeriële verantwoordelijkheid valt.

De stellingen brachten het debat goed op gang. Zo was ruim 80% van de aanwezigen het eens met de stelling dat de uitvoering van een UPV voor tien jaar belegd zou moeten zijn bij één producentenorganisatie – iets waar de nieuwe coalitie zich ook voor heeft uitgesproken omdat dit langetermijnzekerheid biedt en daarmee ook zorgt voor meer rust in de markt. Hierbij werden wel enkele randvoorwaarden genoemd. Zo gaf Schutz aan dat er wel ruimte moet zijn voor maatwerk per productstroom en benoemde Zwinkels het belang van ruimte voor innovatie, terwijl Huidekooper pleitte voor een periodieke evaluatie.

‘Producenten kunnen het sexy maken’

Een andere stelling die voor veel discussie zorgde ging om de vraag of producenten niet volledig financieel verantwoordelijk moesten zijn voor producten in het restafval. De zaal was hier verdeeld over en de Kamerleden zagen ook voors en tegens. Schutz gaf aan dat het van de situatie afhangt. Huidekooper vond dat de vervuiler in principe betaalt, wat weer leidde tot een discussie wie hier dan de vervuiler is: de producent of de consument. Zwinkels zoomde in op het gedragsaspect dat hierbij hoort en legde de verantwoordelijkheid daarom ook bij de samenleving als geheel. Tim van Nes, die namens Natuur & Milieu deelnam aan dit onderdeel, besloot dat producenten beter zijn dan de overheid in het beïnvloeden van het publiek. Hij vond dat de producenten daarom bij uitstek geschikt zijn om afvalscheiding bij de bron “sexy” te maken door middel van een grootschalige campagne.

Ook de twee andere stellingen zorgden voor goede inhoudelijke discussies. De bijeenkomst liet in elk geval zien dat UPV breed wordt gezien als een belangrijk instrument voor circulariteit, maar dat er wel verschillende opvattingen bestaan over de wijze waarop verantwoordelijkheden het best kunnen worden belegd en geborgd.

Visie vanuit producentenorganisaties

Parallel aan het debat hebben een groot deel van de leden van de Vereniging Producentenverantwoordelijkheid Nederland (VPN) hun gezamenlijke visie vastgelegd in een position paper. Hierin beschrijven zij hoe UPV in de praktijk bijdraagt aan inzameling, hergebruik, recycling, innovatie en CO₂-reductie, en welke randvoorwaarden nodig zijn om deze bijdrage verder te versterken.

Het position paper onderstreept onder meer het belang van:

  • Duidelijke rolverdeling tussen overheid en uitvoering
  • Centrale ketenregie met ruimte voor langjarige investeringen
  • Gelijk speelveld (ook Europees) zonder freeriders
  • Beoordeling op behaalde resultaten met maatwerk per productgroep

VPN position paper

De Circulaire Poort liet zien dat de doorontwikkeling van UPV vraagt om heldere keuzes. Producentenorganisaties staan klaar om verantwoordelijkheid te nemen voor concrete circulaire resultaten. Het stelsel moet dan wel ruimte bieden voor effectieve ketenregie, maatwerk en langjarige investeringen. Het position paper van de VPN-leden markeert deze inzet en voedt het vervolg van het gesprek over de toekomst van UPV.

Bron: Stichting OPEN