ABN AMRO heeft vandaag een beschouwende analyse getiteld ‘Circulair ondernemen ondersteunt de biodiversiteit’  gepubliceerd. Hierin zet zij de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van biodiversiteit en de impact die de retailsector hierop heeft uiteen.

Kernpunten

  • In 2020 veroorzaakte de Nederlandse handelssector 4 miljard euro schade, waarvan slechts 2% direct werd veroorzaakt door de activiteiten van de retailers zelf
  • Ondernemingen die geen maatregelen nemen tegen biodiversiteitsverlies worden kwetsbaarder voor transitierisico’s en fysieke risico’s
  • Door biodiversiteit een prominente plek in de bedrijfsstrategie te geven, leveranciers hierop te selecteren en vooral door circulair te ondernemen, kunnen retailers een positieve bijdrage leveren aan het beschermen en herstellen van de natuur.

De biodiversiteit staat zwaar onder druk. Op de recente VN COP-15-bijeenkomst in Montreal zijn afspraken gemaakt om de natuur op het land en in oceanen te beschermen. Het verlies van biodiversiteit wordt onder andere veroorzaakt door klimaatverandering, door intensieve land- en mijnbouw en vervuiling. Door biodiversiteit een prominente plek in de bedrijfsstrategie te geven en leveranciers hierop te selecteren, draagt een ondernemer hier positief aan bij. Vooral door circulair te ondernemen kunnen retailers helpen bij het beschermen en herstellen van de natuur.

Het belang van biodiversiteit

Biodiversiteit is de combinatie van leven en verscheidenheid. Het betreft alle soorten planten, dieren en micro-organismen, de interactie tussen deze soorten, de enorme genetische variatie en de verschillende ecosystemen waarin ze leven. Neem bijvoorbeeld vleermuizen die binnen de zoogdieren een van de grootste populaties vormen. Wereldwijd zijn meer dan 1500 vleermuissoorten bekend en nog steeds worden nieuwe ontdekt. En de soorten die in Europa leven verschillen dan weer van de ecosystemen van Zuid-Amerika of Australië.

In het ABN AMRO-rapport ‘De kwetsbare tango van de kledingsector en biodiversiteit’ wezen we op cijfers van het World Economic Forum (WEF) waaruit blijkt dat meer de helft van het wereldwijde bruto binnenlands product in zekere mate afhankelijk is van ecosystemen. Dit loopt uiteen van landbouwproducten en grondstoffen zoals katoen, hout en vers water tot voeding uit de oceanen en cruciale medicinale stoffen. Tegelijk legt de natuur ook koolstof vast die hard nodig is om opwarming van de aarde tegen te gaan, en zorgt het voor waterfiltratie, verkoeling en luchtzuivering. Daarnaast zijn een gezonde insectenpopulatie en micro-organismen cruciaal voor de voedselproductie. 

Het IPCC-rapport uit 2022 stelt iets vergelijkbaars: “Treating climate, biodiversity and human society as coupled systems is key to successful outcomes from policy interventions.”

Biodiversiteit zorgt voor het herstellend vermogen van ecosystemen en is het fundament voor diverse duurzaamheidsthema’s zoals de Verenigde Naties (VN) die markeren in hun Sustainable Development Goals (SDG’s). Duurzaamheid wordt door de VN gedefinieerd als de ontwikkeling waarbij aan de huidige menselijke behoeften kan worden voldaan, zonder het welzijn van toekomstige generaties in gevaar te brengen (World Commission on Environment and Development, 1987). 

Het tegengaan van biodiversiteitsverlies is van groot belang om de klimaatdoelen te halen. Uit onderzoek blijkt dat tot op heden meer CO₂ vrij is gekomen door de verwoesting van natuurlijke ecosystemen dan door de wereldwijde verbranding van fossiele brandstoffen. Het herstellen van de biodiversiteit zou al een derde van de benodigde klimaatmitigatie kunnen bewerkstelligen. Sociale duurzaamheidsthema’s als honger, schoon drinkwater, armoede, goede gezondheid, welzijn en vrede zijn zeer sterk verweven met biodiversiteitsverlies en de teruggang van ecosystemen.

De alarmerende staat van de biodiversiteit

Het is echter slecht gesteld met de biodiversiteit. Volgens het World Wide Fund (WWF) is in de periode van 1970 tot 2018 de gemiddelde omvang van wildpopulaties met 69 procent geslonken. Dagelijks sterven er tot tweehonderd soorten uit. Kantelpunten waarbij negatieve systeemeffecten moeilijk tot niet meer teruggedraaid kunnen worden, komen volgens wetenschappers gevaarlijk in zicht.

De belangrijkste oorzaken van biodiversiteitsverlies zijn klimaatverandering, vervuiling, overexploitatie, overmatig land(bouw)gebruik en de introductie van uitheemse soorten zoals de rode Amerikaanse rivierkreeft of de Amerikaanse appelbes in ons land die andere plantsoorten geen kans geeft. Het is dus vooral de menselijke productie en consumptie die bijdraagt aan het uitsterven van diersoorten. De gevolgen van menselijke activiteiten zijn decennialang zichtbaar: ontbossing en ontginning van natuurgebieden voor land- en mijnbouw, overbevissing van oceanen, verwoestijning van natuurgebieden door overmatig waterverbruik en daardoor daling van het grondwaterpeil, vervuiling van gebieden door olie, chemicaliën en plastics en de door houtkap ontstane erosie.

Het is niet voor niets dat op de recente VN Biodiversiteit COP-15 in Montreal is gepleit voor het beschermen van minimaal 30 procent van alle natuur- en oceaangebieden in 2030 om ecosystemen de kans te geven zich te herstellen. Op Europees niveau wordt in 2024 de Corporate Sustainable Reporting Directive wetgeving van kracht, die ondernemingen met meer dan 40 miljoen euro omzet verplicht om te rapporteren over duurzame aspecten, waaronder hun impact op biodiversiteitsverlies. Dit staat weer specifiek vermeld in de European Sustainability Reporting Standards (ESRS 4) dat zich nadrukkelijk richt op biodiversiteit en ecosystemen.

Vanuit de Tweede Kamer is daarnaast het wetsvoorstel Verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen ingediend. Dit moet leiden tot meer zorgplicht ter voorkoming van schendingen van mensen- en arbeidsrechten en negatieve milieueffecten in de toeleveringsketen. De invoering ervan laat nog op zich wachten, maar sowieso zijn eerlijke spelregels nodig om koplopers niet de dupe te laten worden van hun vooruitstrevend gedrag.

De impact van de sector Retail

Uit het recente ketenonderzoek van ABN AMRO Miljoenschade aan biodiversiteit noopt tot radicale stappen blijkt dat de Nederlandse economie jaarlijks 40 miljard euro schade toebrengt aan de biodiversiteit. Dit is berekend in samenwerking met het Impact Institute. De jaarlijkse schade bestaat uit diverse factoren: 4 miljard euro door watervervuiling, 9 miljard euro door luchtverontreiniging, 13 miljard euro door bijdrage aan klimaatverandering en 14 miljard euro door niet-duurzaam landgebruik. Het grootste deel van deze schade is verborgen, waarbij bovendien 70 procent van deze schade in het buitenland wordt veroorzaakt. 

De schade die retailers veroorzaken vindt eveneens grotendeels elders plaats. Hierbij valt te denken aan het landgebruik voor het verbouwen van cacao in Ghana of het gebruik van pesticiden en insecticiden bij de katoenteelt voor kleding in India en de uitstoot van CO₂ bij de productie van die kleding in Bangladesh. De schade wordt niet alleen door de agrarische en de voedingsmiddelenindustrie veroorzaakt, maar ook in andere sectoren waar geproduceerd en uiteindelijk geconsumeerd wordt. 

De Nederlandse handelssector veroorzaakte volgens het ABN AMRO-onderzoek 4 miljard euro schade over 2020. Binnen deze sector vallen automotive, groothandel en detailhandel. Slechts 2 procent daarvan is direct veroorzaakt door de eigen activiteit van de retailer. De rest wordt veroorzaakt door ketenpartners. De schade die in het buitenland plaatsvindt bedraagt 72 procent omdat daar de meeste productie plaats vindt. Van de totale schade wordt 11 procent veroorzaakt in China, wat daar veelal te maken heeft met landgebruik en met vervuiling van land, lucht en water. Maar ook leveranciers uit de elektriciteits- en transportsector veroorzaken schade door de grote bijdrages aan luchtverontreiniging en klimaatverandering. Tenslotte loopt een groot deel van de schade via de groothandelaren die bijvoorbeeld diervoeding leveren aan de rundveehouderij en de zuivelbranche voor producten die uiteindelijk in de supermarkt terechtkomen. 

Risico’s voor bedrijven

Als een onderneming biodiversiteitsverlies niet tegengaat, wordt deze extra gevoelig voor transitierisico’s en fysieke risico’s.

Onder transitierisico’s worden risico’s verstaan die gepaard gaan met het niet voldoen aan nieuwe wetgeving waardoor ondernemen op den duur onmogelijk wordt. Een ander gevolg kan zijn dat afnemers en eindklanten producten niet meer afnemen omdat die de voorkeur geven aan bedrijven die een helder biodiversiteitsbeleid hebben en duurzamere producten verkopen.

Fysieke risico’s verwijzen naar de financiële gevolgen van een veranderend klimaat, met inbegrip van frequentere extreme weersomstandigheden evenals aantasting van het milieu door lucht-, water- en landvervuiling, waterstress, ontbossing en biodiversiteitsverlies. Dit kan leiden tot schade aan eigendommen of verminderde productiviteit, of het leidt indirect tot latere gebeurtenissen, zoals de verstoring van toeleveringsketens en verlies van grondstoffen. 

Bedrijven die structureel aan deze risico’s blootstaan zijn uiteindelijk niet toekomstbestending en derhalve niet financierbaar. De keerzijde is echter dat koplopers zichzelf uit de markt kunnen prijzen doordat zij eerder dan de concurrentie een hogere prijsstelling hanteren om de biodiversiteitschade te verminderen. Concurrenten die dit nog niet doen zijn veelal goedkoper en hebben op korte termijn een prijsvoordeel. De eerdergenoemde eerlijke spelregels zijn daarom noodzakelijk. De markt kan het niet alleen en dan gaat het stoppen van biodiversiteitsverlies te langzaam.

Toepasbaarheid van biodiversiteit in de bedrijfsstrategie

Bedrijven kunnen veel zaken ondernemen om biodiversiteit een prominente plek te geven in hun bedrijfsstrategie. Het biodiversiteitsonderzoek van ABN AMRO benadrukt dat dit start met onderzoek doen naar biodiversiteitsimpact in de hele toeleveringsketen. 

Zo gelooft Bijenkorf in een ‘groene toekomst’ en wil verantwoordelijkheid nemen voor een duurzamere levensstijl. Het warenhuis heeft derhalve doelen gesteld om vanaf 2025 alleen nog maar duurzame merken in het assortiment te hebben en de uitstoot van CO₂ met 29,4 procent te verminderen. Verantwoorde productie door leveranciers en het gebruik van duurzamere materialen zijn hierbij de belangrijkste criteria. Ook het nieuwe warenhuis TOMO zet er op in om alleen maar duurzame merken te voeren en consumenten in de winkel te inspireren met de R-ladder: Reduce, Renew, Re-use, Repair, Refurbish en Recycle.

De impact van voedselproductie op de biodiversiteit is groot en daarom zijn veel supermarkten bezig met duurzamer beleid. Hierbij valt te denken aan het inrichten van kortere ketens waarbij voedsel van lokale, duurzamere aanbieders afgenomen wordt in plaats van ver weg. Zo besloot Lidl geen kiwi’s meer in te vliegen vanuit Nieuw-Zeeland. Ketens zoals de bio-supermarkten Odin en Ekoplaza, maar ook Albert Heijn, gaan relaties met leveranciers voor langere termijnen aan om zekerheid te bieden voor duurzamere investeringen en productie. 

Het meer aanbieden van seizoenproducten in de winkels heeft ook een positief effect. Dit geldt ook voor het vergroten van het assortiment gezonde en plantaardige eiwitproducten in plaats van dierlijke producten. Door een goede informatievoorziening en een aantrekkelijke presentatie richting de consument kan op deze wijze de impact van voedsel op het milieu drastisch verlaagd worden.

Het thema biodiversiteit vereist een open bedrijfscultuur waarbij ideeën die indruisen tegen het gevestigde bedrijfsmodel of die niet direct rendement opleveren, niet meteen worden afgeschoten. Het thema moet daarom niet alleen een belangrijk onderwerp zijn voor het managementteam, maar ook van de medewerkers in alle geledingen van het bedrijf. Door het verminderen van verlies van biodiversiteit onderdeel te laten zijn van de bedrijfscultuur maakt dat medewerkers er actief naar handelen en trots zijn op behaalde resultaten. 

Successen, hoe klein ook, moeten regelmatig gevierd worden. Dit vereist uiteindelijk wel continue reflectie en monitoring van de plannen. Het lerend vermogen verder ontwikkelen is heel belangrijk. Het zal niet voor elke retailer te realiseren zijn om een ecoloog of bioloog in het management zitting te laten nemen, maar het is al een goede stap voorwaarts om regelmatig dergelijke experts te raadplegen om de strategie omtrent biodiversiteit aan te scherpen. 

Circulair ondernemen biedt kansen

Ten slotte ondersteunt ook het inzetten op circulaire modellen de bescherming en versterking van de biodiversiteit. Hergebruik van grondstoffen draagt bij aan een lagere CO₂-uitstoot bij de productie, leidt tot minder vervuiling en tot minder gebruik van landbouwgronden. Circulair ondernemen reduceert daarnaast het gebruik van ‘virgin’-materialen, omdat verspilling tegengegaan wordt en de levensduur van het product wordt verlengd. 

Reeds bekende voorbeelden hiervan zijn het uitlenen van producten alsook het verkopen van tweedehands kleding door vintagewinkels en onder meer Zeeman en enkele fastfashion-merken. Buitensportmerk Bever heeft een eigen recycle-straat ingericht om afgedankte spullen in te nemen en een tweede kans te gunnen of er nieuwe grondstoffen of producten van te maken. 

Dat laatste doet MudJeans ook door oude spijkerbroeken te recyclen. Drop & Loop is een goed voorbeeld om het inleveren van kleding laagdrempelig te maken door ‘innamemachines’ op winkelvloeren te installeren en kledingmerken als Patagonia en Nudie Jeans bieden kledingreparatie aan om de levensduur van hun product te verlengen. 

Voor de zomer komt ABN AMRO met een uitgebreid onderzoek naar hoe consumenten zich verhouden tot diverse circulaire modellen en circulaire producten. Hopelijk biedt dit meer inzichten om de biodiversiteit in de gehele keten te versterken en geeft het richting aan de retailer die zijn businessmodel anders wil inrichten.