Bedrijven zetten zich in voor verbetering, maar schending van arbeidsrechten komt nog veelvuldig voor

Europese en Amerikaanse bedrijven laten meisjes onder erbarmelijke omstandigheden kleding maken in Tamil Nadu (India). Er is sprake van misbruik en valse beloften. Het gaat veelal om Dalit - kasteloze - meisjes, jonger dan 18 jaar. De meisjes worden te werk gesteld via het 'Sumangali Scheme'. Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en de Landelijke India Werkgroep (LIW) zetten deze problematiek uiteen in het rapport 'Captured by Cotton' dat vandaag gepubliceerd wordt. Het rapport besteedt speciale aandacht aan vier grote Indiase geïntegreerde producenten: Eastman, SSM India, Bannari Amman en KPR Mill. Zij leveren aan o.a. Bestseller (o.a. Only, Jack & Jones), C&A, GAP, Diesel, Marks & Spencer, Primark, Tommy Hilfiger en Inditex (o.a. Zara). Een aantal bedrijven zet zich in voor verbeteringen, maar uitbuiting komt desondanks nog veelvuldig voor.

Sumangali meisjes

De fabrieken werven ‘Sumangali meisjes’ met de belofte van een goed loon, een comfortabele accommodatie en – de grootste lokker – een aanzienlijke som geld als ze hun driejarig contract hebben uitgediend. Deze som geld, tussen de 400 en 800 euro, wordt vaak gebruikt om de bruidsschat te betalen. De werkelijkheid staat in scherp contrast met de aanlokkelijke beloftes: lonen beneden het wettelijk minimumloon, buitensporig overwerk, gebrek aan privacy, ongezonde en onveilige arbeidsomstandigheden, geen mogelijkheden om klachten in te dienen etc. Deze situatie komt overeen met de definitie van de ergste vorm van kinderarbeid tot en met 18 jaar van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO).

Het beloofde bedrag is geen bonus, maar ingehouden loon. In een aantal gedocumenteerde gevallen hebben de meisjes de som geld waar ze recht op hadden niet ontvangen, ondanks het feit dat ze de drie jaar hadden uitgediend. De bewegingsvrijheid van de meisjes is zeer beperkt: bewakers houden steeds een oogje in het zeil. De meisjes wonen verplicht op slaapzalen, vaak op het terrein van de fabriek. Ze kunnen sporadisch naar huis bellen en krijgen geen kans contact te leggen met vakbonden of andere maatschappelijke organisaties.

Kledingmerken beloven verbetering

SOMO en LIW hebben een concept van het rapport gedeeld met de onderzochte bedrijven. Een aantal van hen, waaronder C&A, Oxylane en Tesco, heeft een gedetailleerde reactie gegeven. Andere bedrijven reageerden niet, of zeer oppervlakkig.

Via onderzoek van NGOs, berichten in de media als ook door controles bij toeleveranciers zijn bedrijven zich inmiddels bewust van het uitbuitende karakter van het Sumangali Scheme. Een aantal bedrijven heeft duidelijk stelling genomen tegen deze praktijken en heeft verbeterplannen ontwikkeld om de uitwassen van het Sumangali Scheme aan te pakken. Het SOMO/LIW-onderzoek laat zien dat er sinds augustus 2010 hoopgevende verbeteringen zijn doorgevoerd bij Eastman en KPR Mill.

Desondanks komen het Sumangali Scheme en andere schendingen van arbeidsrechten nog op grote schaal voor in de kledingindustrie in Tamil Nadu. Alle bedrijven die in deze regio kleding laten produceren lopen een groot risico om daarbij betrokken te raken.

Een aantal bedrijven, waaronder C&A, Bestseller, Primark en Tesco, heeft aangegeven de uitwassen van het Sumangali Scheme en overige arbeidsrechtenschendingen gezamenlijk te willen aanpakken. Zij hebben veelbelovende verklaringen uitgegeven. Zicht op concrete, tijdgebonden acties is er echter nog onvoldoende. SOMO en LIW dringen er bij alle bedrijven die in Tamil Nadu kleding laten maken, op aan om onmiddellijk concrete stappen te ondernemen en om een eind te maken aan het Sumangali systeem en andere arbeidsrechtenschendingen. SOMO en LIW blijven het beleid en activiteiten van bedrijven die in Tamil Nadu produceren en inkopen, actief opvolgen.

Share Button
FavoriteLoadingBewaar als favoriet