De Europese Commissie heeft verschillende ondernemingen in de kunstgrassector in kennis gesteld van haar voorlopige standpunt dat zij de antitrustregels van de EU hebben geschonden. Zij zouden hebben samengespannen om de concurrentie op de markt voor kunstgras voor sportvelden in Nederland en Duitsland te verstoren. Als het voorlopige standpunt van de Commissie wordt bevestigd, gaat het om twee kartels, in elk land één. Kartels zijn in strijd met artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”), dat concurrentieverstorende overeenkomsten en andere beperkende zakelijke praktijken verbiedt.

Het feit dat er mededelingen van punten van bezwaar zijn verstuurd, loopt niet vooruit op de uitkomst van de onderzoeken.

Mededeling van punten van bezwaar ten aanzien van Nederland

De Commissie maakt het voorlopige bezwaar dat drie producenten en installateurs van kunstgras sinds 2019 hun handelsactiviteiten coördineren om de concurrentie in de kunstgrassector in Nederland te beperken. Het gaat om de in Nederland gevestigde ondernemingen Oranjewoud en TenCate Grass en de in België gevestigde Sports & Leisure Group. In 2019 richtten zij in Nederland het recyclingbedrijf GBN-AGR (per december 2024 “AGR”) op.

GBN-AGR was een dochteronderneming van Oranjewoud, waarin TenCate en Sports & Leisure Group minderheidsbelangen namen. De Commissie vermoedt dat de ondernemingen zijn overeengekomen om niet met GBN-AGR te concurreren op het gebied van recycling, uitsluitend gebruik te maken van de recyclingdiensten van GBN-AGR en de tarieven van GBN-AGR zodanig vast te stellen dat onderlinge concurrentie wordt vermeden en derde partijen worden benadeeld. De Commissie vermoedt dat de ondernemingen dit deden om:

  • te zorgen voor een sterke positie voor GBN-AGR op de recyclingmarkt, en die markt mettertijd te monopoliseren door concurrenten uit te sluiten;
  • hun sterke positie te handhaven op de aanverwante markt voor de aanleg en vervanging van kunstgras;
  • concurrenten uit te sluiten op de upstreammarkt voor de levering van kunstgras.

Daarnaast worden de ondernemingen ervan verdacht een jaar na de oprichting van GBN-AGR ook te zijn overeengekomen om de aanbieders van duurzame verwijderingsdiensten die concurreerden met de recyclingdiensten van GBN-ACR – en daardoor een bedreiging voor de groei van GBN-AGR vormden – te marginaliseren.

De mededeling van punten van bezwaar is tevens gericht tot Domo Sports Grass Nederland, dat in mei 2025 werd losgemaakt van de Sports & Leisure Group en als zelfstandige kunstgrasinstallateur is verdergegaan.

Mededeling van punten van bezwaar ten aanzien van Duitsland

De Commissie maakt het voorlopige bezwaar dat Oranjewoud en de in Duitsland gevestigde Sport Group tussen 2020 en 2023 hebben samengespannen op het gebied van recycling van kunstgras voor sportdoeleinden. In die periode onderzocht Oranjewoud mogelijkheden om GBN-AGR uit te breiden naar andere EU-lidstaten, waaronder Duitsland, terwijl Sport Group aan een recyclingoplossing werkte en in dat verband haar dochteronderneming FormaTurf in het leven riep.

De Commissie vermoedt dat Oranjewoud en Sport Group zich schuldig hebben gemaakt aan concurrentieverstorende praktijken tijdens hun besprekingen over een potentiële samenwerking voor de Duitse markt, waarbij zij ook ingingen op een mogelijke wederzijdse verwerving van minderheidsbelangen in GBN-AGR en FormaTurf, die uiteindelijk niet heeft plaatsgevonden.

De Commissie vermoedt met name dat Oranjewoud en Sport Group bij deze besprekingen vertrouwelijke en strategische informatie hebben uitgewisseld over actuele en toekomstige prijzen en productiecapaciteit. Dit gebeurde zonder waarborgen die deze uitwisselingen zouden beperken tot wat noodzakelijk kon worden geacht in het kader van besprekingen over de voorgenomen samenwerking of wederzijdse verwerving van belangen tussen de ondernemingen. Daarnaast vermoedt de Commissie dat de twee ondernemingen in een volgend stadium van deze besprekingen het belangrijkste prijselement voor het recyclen van afgedankt kunstgras in Duitsland hebben vastgesteld, dat in de sector een “gate fee” wordt genoemd.

Kunstgras voor sportvelden

Kunstgras voor sportvelden is een imitatie van natuurlijk gras en wordt gewoonlijk gebruikt voor hockey- en voetbalvelden. Afnemers zijn onder meer gemeentes en andere overheidsinstanties, die doorgaans via een aanbestedingsprocedure opdracht geven tot de aanleg of vervanging van een sportveld.

Bij aanbestedingen voor vervangingen draagt de installateur niet alleen zorg voor de levering en aanleg van een nieuw kunstgrasveld, maar ook voor de verwijdering en afvoer van het oude veld. De kosten van deze verwijdering zijn een belangrijke concurrentieparameter bij dergelijke aanbestedingen.

In de afgelopen jaren is de kunstgrasindustrie in de EU geleidelijk overgestapt van zeer vervuilende verwijderingsmethoden – zoals storten en verbranden – naar het recyclen van afgedankte sportvelden. Kunstgrasrecycling is een groeiende markt en maakt de industrie circulairder.

Achtergrond

In juni 2023 heeft de Commissie in verschillende lidstaten onaangekondigde inspecties uitgevoerd bij ondernemingen die actief zijn in de kunstgrassector.

Een mededeling van punten van bezwaar is een formele stap in het onderzoek van de Commissie naar vermoedelijke schendingen van de concurrentieregels van de EU. De Commissie deelt de betrokken partijen de jegens hen aangevoerde bezwaren schriftelijk mee. De partijen kunnen vervolgens de documenten in het onderzoeksdossier van de Commissie bestuderen, schriftelijk antwoorden en verzoeken om een hoorzitting om hun standpunt over de zaak uiteen te zetten voor vertegenwoordigers van de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten.

Nadat de partijen hun rechten van verdediging hebben kunnen uitoefenen, kan de Commissie, wanneer zij tot de conclusie komt dat er voldoende bewijsmateriaal is om een inbreuk hard te maken, een besluit vaststellen waarbij de betrokken praktijken worden verboden en een geldboete wordt opgelegd. Deze geldboete mag maximaal 10 % van de wereldwijde jaaromzet van een onderneming bedragen. De Commissie kan de onderneming ook maatregelen opleggen die evenredig zijn om de inbreuk daadwerkelijk te beëindigen.

Er is geen wettelijke termijn waarbinnen de Commissie antitrustonderzoeken naar concurrentieverstorende praktijken moet afronden. Hoeveel tijd een antitrustonderzoek in beslag neemt, hangt af van een aantal factoren, zoals de complexiteit van de zaak, de mate waarin de betrokken ondernemingen met de Commissie meewerken en de uitoefening van de rechten van verdediging door de partijen.

Bron: Europese Commissie